Barbaars

Vorige week is bekendgemaakt dat wetenschappers in Roemenië zeer oude grottekeningen hebben ontdekt. Ze zijn ergens tussen de 23.000 en 35.000 jaar oud, en dateren dus van het prilste begin van de menselijke beschaving.

Rotswandtekening

Zo’n achteruitkijkspiegel van enkele tienduizenden jaren klinkt als héél veel tijd. Maar als je het omrekent met als meetlat de spanne van wieg tot graf, dan zijn het maar enkele honderden mensenlevens achter elkaar. In die tijd zijn we gegaan van een neushoorn op een rotswand tot de iPhone 4. Dat stemt tot nadenken.

Lees verder Barbaars

Broodje ongeïnteresseerd

In het Nederlands is de genitief (de bezittelijke vorm) niet voor iedereen even helder. Waarom krijgt Katja’s jurk een apostrof, maar Jannekes jurk niet? Niet iedereen denkt bij Hans auto aan de wagen van Han of schrift Hans’ auto voor de bolide van Hans. Waarom oogt Australiës achterland toch een beetje raar, net als Josés vakantieplannen? Willy’s voorstel en Roys ontwerp zijn allebei correct, maar dat voelt wat onwennig en tegenstrijdig.

Toch zijn de regels in het Nederlands redelijk rechttoe, rechtaan – zelfs al druisen de uitvloeisels daarvan soms tegen je intuïtie in. De bezittelijke -s plakt vast aan het voorgaande woord, tenzij er uitspraakverwarring ontstaat.

In het Engels zijn de regels zo mogelijk nog simpeler. Daar plaats je altijd een apostrof-s, tenzij het woord in het meervoud staat en op een s eindigt, of een naam uit de klassieke oudheid is (in beide gevallen gebruik je dan alleen een apostrof). Voorbeelden zijn John’s mother en Douglas’s brother; the boys’ classmates en the Jacksons’ house; en Zeus’ thunderbolts.

Lees verder Broodje ongeïnteresseerd

En de kleine heet…

Ik heb er een nieuwe hobby bij. Voorlopig even dan, als spielerei. Misschien is het omdat de Taaleidoscoop onlangs al keek naar voornamen. Of misschien is het omdat de voornamenbank van het Meertens Instituut vorige week online is gegaan.

Hoe dan ook, deze nieuwe hobby van mij behelst het zoeken naar modevoornamen die terug te voeren zijn op een celebrity. Het is verbluffend hoe makkelijk dat is, en al even verbazend hoe nauwkeurig de link soms te leggen is.

Jamai & Jim
Jamai & Jim

Ik geef je een voorbeeld. Zoek in de databank de naam Jamai op. Je zult zien dat die naam vanaf 2003 ineens in zwang is geraakt. (Nou ja, zes kinderen per jaar is misschien geen echte zwang, maar toch.) Nu mag je één keer gokken in welk jaar Jamai Loman zijn intrede deed als BN’er, toen hij Idols won? Juist: 2003.

Lees verder En de kleine heet…

Goed gezien!

Er zijn van die uitdrukkingen die je zo nu en dan langs ziet komen, maar waarvan je niet precies weet waar ze vandaan komen. Ik had dat onlangs toen ik in een Engelse tekst de term 20/20 vision gebruikte.

Je hebt deze vast wel eens gehoord in een film of op tv. Iemand met 20/20 vision heeft een goed gezichtsvermogen. Maar wat is die twintig-twintig toch? Ik wist het niet, en dus ging ik zoeken. En tot mijn verbazing blijkt er in dit taalverhaal een stevige Nederlandse component te zitten!

Lees verder Goed gezien!

Een paar dozijn woorden

Winkels doen hun uiterste best om etalages in te richten die er aantrekkelijk uitzien. Met een mooie etalage haal je immers klanten binnen en dat betekent omzet en dat betekent overleven. Voor de meeste detailhandelaren is een fraaie etalage een simpele darwinistische noodzaak.

Wat is het dan leuk om te ontdekken dat een winkel zich soms van zijn beste kant laat zien – niet aan de voorkant, maar juist aan de achterkant.

De aanleiding voor deze overpeinzing was een wandeling die ik maakte door de stad. Ik liep langs een gevel die de achterkant bleek te zijn van winkelgalerij. De deuren die elkaar in een geruststellend metrum opvolgden waren allemaal de achteringangen van de winkels. Hier een drogist, daar een boekhandel, en dan weer een sportzaak. Al deze ingangen waren even saai als onooglijk, met hoogstens een klein plakaatje met de naam van de firma ernaast. Beslist geen etalages dus.

Lees verder Een paar dozijn woorden

Wimpie

Mijn generatie (bouwjaar 1968) is het gewend om zowat iedereen te tutoyeren, maar kennelijk ben ik soms toch een beetje ouderwets. Want vanochtend beving mij een speels verontwaardigd gevoel bij het bekijken van het NOS Journaal.

Daarin meldde de onvolprezen Jeanet Schuurman een aardig weetje over twee leden van onze koninklijke familie. Ik citeer: “Willem-Alexander en Máxima bezoeken de Nederlandse dag op de wereldtentoonstelling in Sjanghai.”

"En verder vandaag..."
“En verder vandaag…”

Nou heb ik best veel sympathie voor Wimpie & Co., maar ik ben toch nauwelijks on a first-name basis met ze. Zou Jeanet wél met ze picknicken en sjoelen en pannenkoeken bakken? Zou zij de prinsessen A, A en A geregeld op schoot nemen om paardje hop met ze te spelen? Dat vermoed je haast, als ze hun ouders zonder blikken of blozen “Willem-Alexander en Máxima” noemt.

Lees verder Wimpie

Hallo!

Deze week stond ik er weer even bij stil, met vriendelijke dank aan twee anonieme jongedames. Wat doen we toch vaak moeilijk over taal.

Niet dat dat raar is, hoor. Ik snap wel waarom we er moeilijk over doen. Waarom we taal omkleden met regels, en uitzonderingen op die regels. En dan maken we weer regels voor die uitzonderingen en ook weer uitzonderingen op die regels.

We spreken taal, heel veel talen, en in nog veel meer verschillende accenten. En we schrijven taal, met letters of tekens of andere symbolen. In die schrijftaal zijn er vaak ook nog eens verschillende mogelijke spellingen voor hetzelfde woord. En ook een hele zwik interpunctietekens.

Voor veel begrippen hebben we meerdere woorden die elkaar in betekenis benaderen of overlappen. Zo kunnen we dezelfde boodschap op verschillende heel manieren verpakken, in uiteenlopende stijlen. En van heel wat woorden kunnen we de geschiedenis traceren tot wel duizenden jaren geleden.

Kortom, we zijn flink met taal bezig. Dat kan ook niet anders: dat is wat ons mens maakt.

Maar toch, soms is het zo simpel. En dan kom ik weer bij de twee jongedames die ik al noemde. Blondines allebei, in een opperbeste bui en, zo schat ik, vier jaar oud.

Lees verder Hallo!

Bacterie

Soms vang je van die flarden op. Flarden van een gesprek, op straat of in een winkel. Of, zoals nu, op de radio.

Ik weet niet wie het was die met wie sprak, of op welke zender (ik was aan het zenderhoppen in de auto). Maar ik ving nog wel op dat het gesprek ging over bacteriën. De geïnterviewde, een vrouw, sprak enthousiast over haar onderzoek en had het erover dat er voor bacillen in onze mond lekker veel te eten is.

Tiert e-coli ook welig...
Tiert e-coli ook welig…

Het gevolg daarvan, zo legde ze uit, is “dat ze daar telig, zeg maar, wieren”. En op zo’n moment voel ik me een beetje als een bacterie in de mond van de taal. Telig wieren! Wat een heerlijke verspreking. En deze sympathieke onderzoekster is beslist niet de enige die dit spoonerisme in haar repertoire heeft. Als je online zoekt, vind je al snel meerdere webpagina’s die precies deze verhaspeling noemen.

Lees verder Bacterie