Gedichtjes

Vorige week kwam ineens de kersverse “president” van Europa, Herman Van Rompuy, op een onverwachte manier in het nieuws. Het had niets te maken met politiek,  staatsmanschap of internationale verdragen. Neen, het bleek dat de heer Van Rompuy er een hobby op na houdt. Hij schrijft haiku’s.

Herman Van Rompuy, dichter
Herman Van Rompuy, dichter

Dat doet hij daarenboven met zoveel enthousiasme dat hij op 15 april een boekje uitgaf met een bloemlezing uit zijn oeuvre. Het kwam zelfs bovendrijven dat hij in de Engelstalige pers inmiddels de bijnaam Haiku Herman heeft. Toe maar. Nou kun je van Van Rompuy vinden wat je wilt, maar ik denk dat bij premier Balkenende het paniekzweet prompt van het gereformeerde voorhoofd druppelt bij het idee dat hij een gedicht zou moeten schrijven.

En daarmee kom ik uit op de onvermijdelijke vraag – wat was een haiku ook alweer? Menigeen zal nog uit zijn geheugen iets weten op te rakelen als: een haiku is een kort gedichtje van drie regels. Een ander voegt daar misschien aan toe: en een haiku heeft altijd een bepaald aantal lettergrepen. Zeventien of zo.

Nou, dat klopt best aardig, maar ook weer niet helemaal. Hoe zit het?

Lees verder Gedichtjes

VZN

De afgelopen dagen is er geen ontkomen aan. Sla een krant open, zet de tv aan, luister naar de radio – het nieuws van het ogenblik is die grote wolk as die boven Europa hangt en het vliegverkeer ontregelt.

De aswolk op 16 april 2010...
De aswolk op 16 april 2010…

Wat mij steeds opvalt is dat in de berichtgeving over deze wolk steeds gesproken wordt over “de IJslandse vulkaan” of een variant daarop. Ik kan me niet voorstellen dat bij een uitbarsting van de Vesuvius of van Mount Saint Helens de pers zich zou bedienen van termen als “de Italiaanse vulkaan” of “de Amerikaanse vulkaan”. Dat klinkt ronduit belachelijk. Dus waarom nu wel?

Even een snelle test: weet jij, zonder te spieken, hoe deze vulkaan heet? Ik dus ook niet. Maar ik heb al wel gespiekt, en het is: Eyjafjallajökull. Wablief?!

Lees verder VZN

Oneven

In de buurt waar ik woon heerste de afgelopen weken een wat sluimerend, onbestemd gevoel. Mijn gemeente had namelijk net een nieuw systeem van afvalinzameling ingevoerd, waarbij de oude “duobak” (een grote container met twee vakken, voor groenafval en restafval) werd vervangen door twee “minicontainers”, een voor elk soort afval. De oude container werd wekelijks geleegd, maar onder het regime van het Nieuwe Inzamelen gelden verfijndere regels: de grijze bak elke maandag, en de groene bak elke tweede woensdag. De containers moeten ook nog op een bepaalde manier aan de straat gezet worden, wat aanleiding gaf tot de informatiecampagne 2 aan 2 – prima zo!

Om het even?
Om het even?

Nu is deze gemeente meestal heel netjes in haar communicatie met de burgers. En ook in dit geval volgde de ene brief op de andere folder om ons allemaal duidelijk te maken wat er wanneer ging gebeuren.

Maar toch, ik zei het al: er heerste een sluimerend, onbestemd gevoel in de buurt. Want wanneer moeten nou die groene kliko’s naar buiten? Het Nieuwe Inzamelen was al een week of twee van kracht, maar ik had nog geen gft-bak op de stoep zien staan. Dus ik las er nog even de laatste brief van de gemeente op na: de groene containers worden “op de oneven woensdagen” geleegd.

Lees verder Oneven

Maanlicht

In de nacht van 3 op 4 april reed ik terug naar huis. Ik was net bij een optreden geweest van de band Flyer in het onvolprezen Fort van de metropool die De Kwakel heet. Dat klinkt misschien heel pittoresk, maar het swingde de pan uit. (Swingde? Waarom denk ik steeds aan het niet-bestaande woord “swong”…?)

De maan, zoals gezien vanaf het noordelijk halfrond
De maan, zoals gezien vanaf het noordelijk halfrond

Hoe dan ook, het was net na middernacht en op Radio 4 begon het programma Maanlicht. Dat biedt de luisteraars “mooie muziek om bij wakker te blijven of om bij in slaap te vallen”, beweert de website. Nou, wakker was ik wel, want ik had Flyer’s cover van “Play That Funky Music” nog vers in het geheugen zitten.

De uitzending begon – het was om middernacht Eerste Paasdag geworden – met een Paaslied van Edvard Grieg. Daarna mijmerde de presentator: “En… wat hebben we verder nog in deze Maanlicht?”

Lees verder Maanlicht

Alleen hier!

Het duurt nu alweer een week of twee, drie. De gelukzalige rust die me bevangt wanneer ik de supermarkt bij mij om de hoek tegemoet loop. Wat een gevoel van onbelemmerde vrijheid: je kan zomaar naar binnen gaan!

Spaarbedelzone...?
Spaarbedelzone…?

Nee hoor, ik maak een gebbetje. Maar in de kern zit ik er niet al te ver naast. Waar ik op doel is dat de super nu even géén spaaractie heeft waar kinderen als vliegen naar de strooppot naartoe worden getrokken.

Tot voor een dag of twintig geleden hing bij mijn super deze mededeling buiten de ingang. Er hing een fraai spandoek om de verzamelde meute spaargrage jeugdigen erop te wijzen dat ze op die plek – en alleen daar! – mochten vragen om voetbalplaatjes. Nu is het mij niet om die plaatjes te doen, hoor. Het kunnen ook gogo’s zijn, of puzzelstukjes, of dominosteentjes, of Disney-dwergen, of actiemunten. Het gaat juist om die kinderen.

Lees verder Alleen hier!

Oma

Een paar weken geleden keek de Taaleidoscoop al naar achternamen, en dus kon dit stukje niet uitblijven… Hoe zit het met onze voornamen?

Je naam is een wonderlijk ding. Het zijn maar een paar klanken op een rij – maar wat zijn dat belangrijke klanken! Je vat ermee samen wie je bent. En dat is niet niks. Je kunt ook zeggen, “Ik ben Nederlander” of  “Ik ben kleurenblind”. Maar daarmee geef je alleen maar aan dat je hoort bij een bepaalde (deel)groep. Als je zegt, “Ik ben Daan”, dan is daarmee alles gezegd. Er is geen groep van Daanen, zelfs al hebben anderen dezelfde voornaam als jij. Daan, dat ben jij.

Het merkwaardige is dat je je eigen naam, hoe persoonlijk die ook is, niet zelf uitkiest. Dat doen je vader en moeder voor je. Het is dan ook niet verwonderlijk dat mensen soms later, vaak in hun tienerjaren, een andere roepnaam kiezen. Maar bij je geboorte zegt je naam meer over je ouders dan over jou zelf.

Lees verder Oma

Feestje

Het getal 100 dringt zich vrij moeiteloos op als een bijzonder cijfer. Er zijn wel meer getallen met sexappeal natuurlijk – zoals 7 (de zeven wereldwonderen, de zeven hoofdzonden) of 12 (de twaalf apostelen, twaalf uren op een wijzerplaat) of 42 (het antwoord op de ultieme vraag over het leven, het universum, en alles – tenminste, volgens The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy).

Maar 100 heeft iets. Iets speciaals. We vinden het bijzonder als iemand honderd jaar oud wordt. (Terwijl negenennegentig toch ook heel hele prestatie is!) We stellen lijsten op van de Top 100 van van alles en nog wat. Tel de eerste negen priemgetallen bij elkaar op en je krijgt, jawel, honderd. Een eeuw duurt honderd jaar. 100% is compleet. Water kookt bij honderd graden Celius. En ga zo maar door…

Iene miene mutte...
Iene miene mutte…

Misschien heeft het iets te maken met onze anatomie. Wij mensen hebben namelijk tien vingers. (Tenzij je geboren bent met polydactylie, natuurlijk.) En dus ligt het voor de hand – letterlijk! – om tientallig te tellen. Doe tien keer tien en voilà, je hebt honderd.

Onze vrienden de oude Romeinen hadden natuurlijk ook een woord voor honderd, en dat was centum. Dat zie je nog steeds terug in alle moderne Europese talen. Denk dan, in het Nederlands, aan woorden als cent (er gaan er honderd van in één euro), procent (een honderdste deel van iets), centimeter (hak een meter in honderd stukjes) en centennium (chic woord voor eeuw, denk aan het Engelse century).

Lees verder Feestje

Rare jongens, die Grieken

Oh Goscinny, oh Uderzo! Wat hebben jullie ons aangedaan?

Natuurlijk, jullie hebben ons verblijd met een lange reeks stripverhalen die de avonturen vertellen van ons aller favoriete Gallische dorpje ten tijde van de Romeinse bezetting. Het begon in 1959 met Astérix le Gaulois, het ging na het overlijden van René Goscinny (in 1977) onverminderd door, en het zal ook na de dood van Albert Uderzo niet stoppen. Tja, dat krijg je hè, als je een toverdrank hebt die je onoverwinnelijk maakt.

Maar bij Toutatis, lieve René en Albert, wat hebben jullie ons aangedaan? Door jullie fenomenale succes is de hemel gevallen op het hoofd van een onschuldig, bescheiden leestekentje…

Lees verder Rare jongens, die Grieken