De leukste letters van het alfabet

Van alle let­ters in het alfa­bet zijn de c en de x wel mijn favori­eten. Het zijn under­dogs: ze zijn eigen­lijk over­bod­ig voor de uit­spraak van het Ned­er­lands. De klanken die ze verte­gen­wo­ordi­gen kun­nen immers ook met de let­ters k en s gemaakt wor­den.

Als de spelling een uit­slui­tend func­tionele aan­gele­gen­heid was, dan zouden deze let­ters gedoemd zijn ten onder te gaan. Gelukkig houden we van de woor­den zoals we ze ken­nen. En gelukkig hebben we ook oog voor de afkomst, de ety­molo­gie van woor­den.

Lees verder De leuk­ste let­ters van het alfa­bet

Het spook van William Caxton

Als spook heb je echt een luizen­leven­t­je, zou je zeggen (of zijn geesten dood en is het dus een luizen­doo­d­je?). Je zweeft zomaar door muren heen, veran­dert je vorm naar believen, en maakt op een saaie don­derdag eens wat mensen bang. Je bent ongri­jp­baar, ontast­baar, onaan­tast­baar. Of miss­chien toch niet? In het Engels kun je als onschuldig spook­sel toch wel een klein deuk­je oplopen. Het bewi­js hier­voor is ook al geleverd, en wel door de allereer­ste ghost­buster uit de geschiede­nis: William Cax­ton.

Who you gonna call?

Par­don, welke ghost­buster? Was dat niet Dan Aykroyd, of Bill Mur­ray, of die andere grap­jas uit de bek­ende film uit 1984? Wel­nee. De allereer­ste echte heuse ghost­buster was de heer Cax­ton, Engels­man, en hij leefde van cir­ca 1422 tot 1491.

Een glas-in-lood portret van Cax­ton in Guild­hall in Lon­den (bron)

Toen geloof­den er nog veel meer mensen in spo­ken dan nu, maar dat maak­te voor Cax­tons aan­pak niets uit. Hij werk­te in het dagelijks lev­en als drukker, en dat kwam hem bij het spook­je pesten goed van pas.

Maar daar komen we straks pas aan toe.

Spelling standaardiseren

Eerst even dit. Een min of meer ges­tandaardis­eerde spelling is, voor alle mod­erne West­erse tal­en, iets vrij recents. Voor het zover was, beston­den er van veel woor­den meerdere schri­jfwi­jzen broed­er­lijk naast elka­ar. In het geval van het Engels waren het vooral de grote schri­jvers van de acht­tiende eeuw die aan­dron­gen op een stan­daard­spelling. (Het eerste grote Engelse woor­den­boek, van Samuel John­son, dateert dan ook uit 1755.)

Maar een eerste aanzet tot stan­daardis­er­ing was al gemaakt aan het begin van de zestiende eeuw. Toen was de boek­drukkun­st net in Europa aangekomen (vers van de pers, als het ware), en drukkers wilden in hun werk een con­se­quente spelling aan­houden. Er waren nog wel ver­schillen tussen drukkers (vaak region­aal), maar er werd in ieder geval meer aan­dacht aan spelling besteed.

Uitvullen zonder Word

Een van de din­gen die de spelling onverwacht beïn­vloed­den was het feit dat de boek­drukkun­st van die tijd geen gebruik­maak­te van com­put­ers. Er was dus niet zo’n hand­ig knop­je op een beeld­scherm waarmee je de regels in een alin­ea in één klap net­jes kon uitvullen (de ran­den van een uit­ge­vulde alin­ea zijn niet links of rechts uit­geli­jnd, maar lopen links en rechts recht naar bene­den).

Wat moest je dan, zo rond 1450, als je dat toch wilde doen? Woor­den afbreken, dat kan, maar dan hou je nog vaak een of twee plaat­sen over aan het eind van een regel. Veel drukkers vulden deze plaat­sen op door extra let­ters aan woor­den te plakken. In Enge­land was het bijvoor­beeld gebruike­lijk om aan het eind van de regel een e aan het laat­ste woord vast te plakken.

Caxtons verhaal

Maar ook de per­soon­lijke achter­grond van de drukker speelde vaak een rol. En dan komen we weer bij the orig­i­nal ghost­buster, William Cax­ton.

Cax­ton toont Kon­ing Edward IV zijn druk­w­erk in een schilder­ij van Daniel Maclise (1851, bron)

Die had het drukkersvak namelijk in Vlaan­deren geleerd. Er waren daar natu­urlijk ook spo­ken, en die wer­den gheesten genoemd. Toen Cax­ton naar Enge­land terug­keerde, was de geldende spelling voor Engelse spo­ken “gost”. Maar Cax­ton was een beet­je in de war – of miss­chien wel gewoon kop­pig, wie weet? Hij druk­te, denk­end aan zijn Vlaamse leer­meesters, het woord ghost. Met een h. Au! Dat doet pijn, als recht­geaarde Engelse gost, om ineens een h tussen je kiezen gepropt te kri­j­gen.

Maar die h is hard­nekkig bli­jven plakken, en Cax­tons spelling bestaat van­daag de dag nog steeds. De h is zelfs een eigen lev­en gaan lei­den, en is ook in woor­den als ghast­ly en (miss­chien) ghet­to gaan zit­ten, waar hij oor­spronke­lijk hele­maal niet thuishoorde.

Waarschi­jn­lijk waren de Vlaamse gheesten zo ontstemd over de trans­for­matie van hun Engelse collega’s dat ze uit protest hun eigen h hebben lat­en vallen. Of zou daar ook een gheesten­tem­mer achter zit­ten?

Lijkend op een smak

Het gebruik van d’s en t’s bij werk­wo­ord­ver­voeg­in­gen is berucht bij mensen die als vol­wasse­nen het Ned­er­lands proberen te leren. Maar ook voor de inboor­lin­gen van de pold­er zijn het ste­nen waar je je meer dan twee keer aan stoten kunt.

Is het nou “Ik heb geleaset” of “Ik heb geleased”? Is het “Het afval werd geloost” of “Het afval werd geloosd”?

Lees verder Lijk­end op een smak