TVDW: Interpunct

De taal­term van deze week, inter­punct, heeft een wiskun­de­knobbel. Maar in tal­en­land houdt hij graag din­gen uit elka­ar die niet samen horen. Want er moet toch orde zijn, wil je je goed ver­staan­baar kun­nen mak­en.

Definitie

Een inter­punct (·) is een leesteken dat eruitzi­et als een punt die zweeft op de mid­den­hoogte van de let­ters in een tekst.

Dit leesteken heet ook wel hoge punt, halfhoge punt of zwevende punt.

In de gemid­delde Ned­er­landse tekst zul je niet snel een inter­punct tegenkomen. Hij wordt bijvoor­beeld soms gebruikt om in een woord aan te geven waar je het afbreken kunt. Maar in het Lati­jn deed hij dienst als spatie, om woor­den van elka­ar te schei­den.

Voorbeelden

  • Houd bij het afbreken van het woord ‘inter­punc­tie’ de vol­gende opties aan: in·ter·punc·tie.
  • VENI·VIDI·VICI

Etymologie

De naam van dit leesteken betekent let­ter­lijk “tussen­punt”:

  • inter- (tussen) + punct (punt)

Het is dus een punt die niet dient om zin­nen af te sluiten, zoals de gewone punt (.), maar om taalele­menten van elka­ar te schei­den.

Weetje

De inter­punct is min of meer iden­tiek aan de ver­menigvuldig­ingspunt die je in wiskundi­ge berekenin­gen kunt gebruiken in plaats van het maal-teken of kruis­je (×).

  • 6 · 4 = 24
  • 1 · 2 · 3 · 4 · 5 = 120

Zes terzijdes en een schap

Wat heeft een plank, een schap, gemeen met een Engels vaar­tu­ig, een ship? Nou… niks, sor­ry, maar de achter­voegsels -schap en -ship des te meer. Die zijn alle­bei afkom­stig van een Oudger­maans woord voor “vor­men” of “mak­en”. Ze zijn ver­want aan het Ned­er­landse schep­pen en het Engelse to shape. (Het Oud-Engelse woord voor “vor­men” is dan ook sci­ep­pan, dat al bij­na Ned­er­lands lijkt. Maar dit terz­i­jde.)

Lees verder Zes terz­i­jdes en een schap