Taalterm van de week: performatief

De taal­term van deze week, per­for­matief, is een tikkie ongeduldig. Hij kijkt niet van een afs­tand­je naar wat anderen doen. Nee, hij denkt: als ik mijn mond open­doe, dan moet dat ook echt wat bij­dra­gen. Spijk­ers met kop­pen, is zijn devies, han­den uit de mouwen.

Lees verder Taal­term van de week: per­for­matief

Taalterm van de week: comma splice

De taal­term van deze week, com­ma splice, doet graag din­gen in zijn een­t­je. Ook als hij eigen­lijk hulp nodig heeft, zegt hij liev­er: “Weet je wat, laat mij maar. Ik klaar de klus wel in mijn uppie.” Soms komt hij daar wel mee weg, maar meestal heeft hij achter­af toch spi­jt.

Lees verder Taal­term van de week: com­ma splice

Taalterm van de week: lijdende vorm

De taal­term van deze week, lij­dende vorm, is een soort goochelaar. Als jij een koni­jn in je hand hebt en een bloem in een doos, dan knipt hij met zijn vingers et voilà! – nu zit het koni­jn in de doos en de bloem in je hand. Sterk­er nog, hij kan een van de twee ook hele­maal lat­en verd­wi­j­nen.

Lees verder Taal­term van de week: lij­dende vorm