Taalterm: Rebus

De taal­term van deze week, rebus, is geen fan van routeplan­ners. Sterk­er nog, hij vin­dt über­haupt de kort­ste route van A naar B per defin­i­tie de saaiste. Nee, veel liev­er neemt hij een omwegget­je, een kro­nkel­pad, de toeris­tis­che route – dan heb je onder­weg ook nog een beet­je plezi­er en ont­dek je vast en zek­er wat verrassingen.

Definitie

Een rebus is een figu­ur­raad­sel of beeldraadsel. 

De oploss­ing van het raad­sel is alti­jd tal­ig: een woord of serie woor­den. Maar het puzzelele­ment zit hem in de ver­pakking van het raad­sel, die de vorm heeft van een aan­tal tekenin­gen, gecom­bi­neerd met let­ters en andere symbolen.

Voorbeeld 

Etymologie

Wij hebben het woord al voor 1535 geleend van het Franse rébus. De onderliggende bron is het Lati­jnse rebus (een ver­buig­ing van res, “zaak” of “ding”), dat “met din­gen” betekent – mogelijk in tegen­stelling tot lit­teris, “met letters”.

Weetje

Er zijn twee soorten rebussen. De soort die in Ned­er­land gang­baar is, lev­ert pre­cies, let­ter voor let­ter, de gezochte tekst als antwo­ord op. Zie het voor­beeld hierboven.

Maar in het Angel­sak­sis­che taal­ge­bied kun­nen rebussen ook veel loss­er zijn. Ze gebruiken dan soms homo­fo­nen of benaderen de uit­spraak van de oploss­ing (een soort “klinkt als” bij het spel­let­je hints), en je moet het laat­ste spronget­je zelf nog mak­en. Kijk maar:

De oploss­ing is niet pre­cies uit­ge­speld, maar als je two omzet in tobee in beoar (roeis­paan) in or en knot (knoop) in not – dan heb je ineens een bek­end citaat van onze goede vriend de Bard.

Taalterm: Vervoeging

De taal­term van deze week, ver­voeg­ing, heeft het niet zo op indi­viduen die zich heel rigide aan een of andere regel houden. Je moet wel een beet­je flex­i­bel bli­jven, vin­dt hij. Dat maakt het lev­en ook leuk­er: uitein­delijk doe je het samen met anderen, en dan moet je je soms wat aanpassen.

Verder lezen Taal­term: Vervoeging