De geest van de gebatikte modetaal

Mensen mak­en foto’s en video’s van hun kinderen, van de hond of kat, van vrien­den en fam­i­liele­den, van mooie plek­jes op vakantie, van een vlin­der of een vlieg­tu­ig, zelfs van hun nieuwe auto… Noem maar op.

Het merk­waardi­ge is dat als je die foto’s veel lat­er terugzi­et, het vaak juist andere din­gen zijn die opvallen. Din­gen die onbe­doeld of onbe­wust zijn vast­gelegd, samen met de eigen­lijke aan­lei­d­ing voor de foto – zeg, de eerste glim­lach van kleine Sanne of Daan. Want wat heeft tante Ger­da een afgri­jselijke jurk aan! Moet je dat zien, dat ruit­jes­pa­troon, het is net een tafel­lak­en. En die bril van Cees! Godz­i­j­dank heeft hij nu con­tactlen­zen. Wat een ver­schrikke­lijk behang was dat, zeg, hoe hebben we dat ooit kun­nen uitkiezen, toen?

Lees verder De geest van de gebatik­te mod­e­taal

Koekje van Hollands deeg

Het bedri­jven van cul­tureel impe­ri­al­isme, en dan in het bij­zon­der taalimpe­ri­al­isme, is een aardi­ge manier om de tijd door te komen. Het is een hob­by die je als cul­tu­ur onge­merkt gaat beoe­fe­nen op het moment dat je op een bepaald gebied hele­maal boven aan de grote cul­turele voed­selketen komt te staan.

Lees verder Koek­je van Hol­lands deeg

De cyberhype van Stuurman Kers

Veel bedri­jven lat­en tak­en uitvo­eren door zoge­naamde zelf­s­turende teams. Er is dan geen “lei­der” die alles regelt: de collega’s verde­len de ver­ant­wo­ordelijkhe­den geza­men­lijk en naar eigen inzicht. Werkgev­ers willen er dan natu­urlijk wel voor zor­gen dan hun teams zichzelf niet de hele dag het inter­net op sturen om lekker in cyber­space te gaan kijken naar de nieuw­ste katvideo’s – want er moet ook nog gew­erkt wor­den.

Toch is de link tussen “zelf­s­tur­ing” en het WWW niet geheel toe­val­lig. Die link zit hem namelijk in een woord dat al genoemd is: cyber­space.

Lees verder De cyber­hype van Stu­ur­man Kers

Kunnen kannibalen vegetarisch zijn?

Planten zijn kleine tove­naars. Ze zetten energie van de zon om in lev­ende materie, via een pro­ces dat foto­syn­these heet. Dieren kun­nen dat niet, dus zij eten die planten en kri­j­gen op die manier de lev­en­skracht van de zon bin­nen. Zulke dieren wor­den her­bi­voren genoemd.

Maar er zijn ook dieren die geen planten eten. In plaats daar­van eten deze car­ni­voren dieren die wél planten eten. En ten slotte zijn er ook wezens die planten én dieren oppeuze­len; dat zijn de omni­voren. Daar horen wij mensen ook bij.

Lees verder Kun­nen kan­ni­balen veg­e­tarisch zijn?

Bot door de neus

Veel volk­eren ken­nen een vorm van rit­uele ver­mink­ing, soms met deels dec­o­ratieve doelein­den, maar vaak ook als teken dat iemand tot de groep toege­lat­en is. Als onver­minkt pol­d­er­mens denk je dan bijvoor­beeld aan besni­j­de­nis (bij man­nen en vrouwen), lit­tekens op het gezicht, bot­ten door de neus, gek­leurde rin­gen om de nek, en meer van dat soort exo­tis­che din­gen.

Je denkt vooral aan de Ander, je weet wel, diegene die ver van je bed in een of ander oer­woud woont. Je denkt al hele­maal niet aan een bal­let­je mayo van de snack­bar of een pick­nick­je in het Von­del­park.

Lees verder Bot door de neus

Lekker puh

In het jaar 1897 stierf in Ier­land een Engels­man wiens iden­titeit nog even geheim moet bli­jven; ik zal hem voor­lop­ig maar “Charles” noe­men. Hij kan niet erg gelukkig zijn geweest op zijn sterf­bed, want hij had al zeven­tien jaar lang zijn vak niet kun­nen uitoe­fe­nen. Wat was er aan de hand met deze ongelukkige?

Aardappels

De wor­tels van zijn ellende liggen ook in Ier­land, maar een halve eeuw eerder. In de eerste helft van de negen­tiende eeuw was de bevolk­ing van Ier­land bij­na ver­dubbeld, tot meer dan 8 miljoen mensen. De economie had deze explosieve groei niet bij kun­nen benen, en veel mensen leef­den dan ook in armoede.

De Ieren waren voor hun voed­selvoorzien­ing voor­namelijk aangewezen op de aar­dap­pel, en in 1845 begon een dra­ma dat de geschiede­nis in zou gaan als The Great Pota­to Famine, de grote aar­dap­pel­honger­snood. In augus­tus van dat jaar begon een hard­nekkige schim­melbesmet­ting die een derde van de aar­dap­peloogst weg­vaagde.

Een Iers boerengezin ont­dekt dat ook hun aar­dap­pels besmet zijn in An Irish Peas­ant Fam­i­ly Dis­cov­er­ing the Blight of their Store door Daniel Mac­Don­ald (ca. 1847)

Maar dat was nog niet het einde van de ellende. In 1846 mis­luk­te de aar­dap­peloogst zowat hele­maal, en een honger­snood brak uit die tot 1850 zou duren. Meer dan een miljoen Ieren stier­ven van de honger en een nog grot­er aan­tal vertrok naar de Verenigde Stat­en, in de hoop daar een beter lev­en op te kun­nen bouwen.

Met vereende krachten

De achterbli­jvers begonnen opnieuw, al had­den veel kleine boeren moeite om de huren aan de lan­deige­naars te betal­en. Er wer­den dan ook veel boerengezin­nen zon­der par­don van hun land gezet.

Toen er in 1877 en de twee jaren daar­na weer slechte oog­sten waren, begon de nacht­mer­rie van nóg een honger­snood op te doe­men. De boeren besloten om hun kracht­en te bun­de­len. In 1879 kwa­men ze met duizen­den bijeen in Irish­town, in het gewest Coun­ty Mayo, en besloten ze geen land meer aan te nemen waar een andere boer net uit was gezet.

Het was het begin van de Nation­al Land League. Deze bun­del­ing van kracht­en lei­d­de tot een afname van het aan­tal uitzettin­gen en tot lagere huren voor de boeren.

Een poster van de Ierse Nation­al Land League

Voormalig kapitein

En dan komen we aan bij onze vriend Charles.

Hij was al in de vijftig toen hij zijn car­rière bij de land­macht afs­loot, ver­huis­de naar Ier­land en zich, in 1873, in dienst stelde van de derde Earl of Erne, als rent­meester voor diens lan­der­i­jen in Coun­ty Mayo.

Als voor­ma­lig kapitein in het leg­er wist hij wel van aan­pakken, en hij vroeg aan zijn huur­ders exor­bi­tante bedra­gen, gren­zend aan afpers­ing. Veel arme boeren kon­den zoals gezegd de huur niet opbren­gen, en ze wer­den dan ook bij bosjes uit­gezet.

Kor­tom, onze Char­lie was geen lieverd­je.

Voormalig kapitein

Wat moet je toch met zo’n man? In decem­ber 1880 besloot de Land League dat het wellet­jes geweest was. De League ver­bood vanaf dat moment zijn leden om op het land van Charles te werken en om op eniger­lei wijze, soci­aal of zake­lijk, con­tacten met hem te onder­houden.

Ze dacht­en: we kun­nen hem er dan niet uitsmi­jten, maar we kun­nen hem wel economisch en maatschap­pelijk isol­eren. Lekker puh.

Zo’n opgelegd isole­ment ken­nen we van­daag de dag als een boy­cot, en – nu komt het dan – onze rent­meester heette dan ook voluit Charles Cun­ning­ham Boy­cott.

Een karikatu­ur van Charles Boy­cott uit het blad Van­i­ty Fair (1881)

Het woord boy­cot is dus een eponiem, ver­noemd naar een promi­nent slachtof­fer van deze vorm van protest.

Spellingsdingetje

Let trouwens goed op: de man heette Boy­cott, met twee t’s, en het Engelse woord voor boy­cot is dan ook boy­cott.

Maar de inboor­lin­gen uit de pold­er­rim­boe kon­den de ver­lei­d­ing niet weer­staan om te gaan sni­j­den toen boy­cott een Ned­er­lands woord werd, en ze hebben de laat­ste t er zon­der par­don afgeknipt.