Schuim met piep

Vele goedbedoelende mensen hebben pogingen gewaagd om van het Nederlands een min of meer logische, gestructureerde taal te maken. Met min of meer heldere regels die min of meer consequent kunnen worden toegepast. Maar taal is weerbarstig – je blijft zo nu en dan dingen tegenkomen die, alle regels ten spijt, gewoon “niet goed” voelen. Zelfs al zijn ze wel goed.

In onze taal geldt als vuistregel dat als een object van een bepaald materiaal gemaakt is, je dat materiaal + “-en” voor het zelfstandig naamwoord zet. Zo is een tafel die van hout is gemaakt een houten tafel. Geld dat van papier is gemaakt is papieren geld.

Deze regel geldt ook als de materiaalkeuze overdrachtelijk is. Mensen die zestig jaar getrouwd zijn vieren hun diamanten bruiloft. Iemand die dingen goed kan onthouden heeft een ijzeren geheugen.

Er zijn wel een paar uitzonderingen op de “plus -en”-regel – een aluminium steelpan – maar die zijn schaars.

Lees verder Schuim met piep

Geest uit de fles?

Om te beginnen: gelukkig nieuwjaar!

Na een sabbatsmaand op het afgelegen eilandje Tickler’s Brow (anagram) is de Taaleidoscoop weer terug, met de beste wensen voor alle lezers.

De eerste dagen van een nieuw jaar zijn voor velen de tijd bij uitstek om met goede voornemens te spelen. Bijna zonder uitzondering worden die daarna al snel weer verweesd achtergelaten – maar daar letten we nu even niet op.

Het maken van goede voornemens, als je het heb goed bekijkt, is een spel met patronen. Mensen hebben allerlei gedragspatronen, en we zijn ons maar bewust van een heel klein deel daarvan. Een goed voornemen is niets anders dan de intentie om oude patronen te verlaten of nieuwe patronen aan te leren.

Maar ook in bredere zin zijn wij mensen heuse patroonbeesten. Onze hersens zijn er minutieus op ingesteld om de barrage aan indrukken die ons elke dag via onze zintuigen bereikt te ordenen in overzichtelijke structuren. Dat is geruststellend. Het is routine. En het is gevaarlijk.

Lees verder Geest uit de fles?

Piepmuziek

Afgelopen weekend kwam ik via heel verschillende wegen twee keer bij hetzelfde onderwerp uit: schelden. Het begon op tv.

Voor de verandering stuitte ik al zappend weer eens op Ik hou van Holland, de vrolijke nederquiz met Linda de Mol en een handvol andere bekende Nederlanders. Een daarvan was de Almeerse rapper Ali B.

"Kutmuziek..."
“Kutmuziek…”

Bij een van de items in de show kreeg Ali een koptelefoon op zodat hij niet zou horen wat de anderen zeiden. Toen die weer af mocht, verzuchtte hij hartgrondig, “Wat een kutmuziek!”

Nou kun je lang en diep discussiëren over wat mooie muziek is, en onze Ali moet het vooral lekker met zichzelf eens zijn. Maar ik vroeg me toch af of zijn beknopte samenvatting wel helemaal geschikt was voor zo’n gezellig zaterdagavondprogramma van RTL4.

Lees verder Piepmuziek

Spa rood

Vanmorgen vroeg, op kantoor. Op weg naar de pantry vroeg ik in het voorbijgaan aan een collega, “Heb je zin in een kopje koffie of thee?” Waarop het antwoord was, “Ehm… een spa rood alsjeblieft.”

Bubbels
Bubbels

En eigenlijk is dat heel raar. Niet omdat er iets mis is met een glaasje bubbelwater op de vroege ochtend, en zelfs niet omdat het geen antwoord is op de vraag. Het is opmerkelijk omdat het én geen antwoord is op de vraag én toch volkomen klopt.

Als je het pad der logica bewandelt, kan de vraag “Is het A of B?” slechts op drie manieren beantwoord worden. Het antwoord is óf “A” óf “B” óf “geen van beide”. Je hoeft geen deductiewonder te zijn om te zien dat het antwoord van vanochtend, die spa rood, valt in de categorie “geen van beide”. Maar wat mijn gesprekspartner deed, was heel efficiënt één tussenronde uit deze gedachtewisseling schrappen.

Lees verder Spa rood

Therapeutisch

Soms lees je een tekst waar je een “double take” bij doet: je leest de woorden snel nog eens terug om te kijken of er echt wel staat wat jij dacht dat er stond.

Ik had dat met de verpakking van een flesje met homeopathische korreltjes (“granules”, volgens het doosje). Die omschreef de inhoud als een “homeopathisch geneesmiddel zonder specifieke therapeutische toepassing”.

 

Nou kan je twisten over de merites van de homeopathie. En dan zou je al bij voorbaat kunnen zeggen dat de woordcombinatie “homeopathisch geneesmiddel” een contradictio in terminis is. Maar ook als we dat station even overslaan, kun je er toch niet omheen dat er iets merkwaardigs is aan de frase “geneesmiddel zonder specifieke therapeutische toepassing”.

Lees verder Therapeutisch

Pomp 3

Er zijn van die dingen waar je maar niet aan went. Ik maak soms gebruik van benzinestations zonder personeel. Je kent ze wel – je betaalt aan de pomp met je pinpas en rijdt meteen door, zonder aan een kassa te hoeven afrekenen.

Pomp zonder Brein
Pomp zonder Brein

Maar zo’n pinpomp moet natuurlijk meer kunnen dan zijn evenknie bij een gewoon benzinestation: hij moet met je afrekenen. Dat doet hij door je te vragen om voor het tanken je pasje door de lezer te halen en je pincode in te toetsen. Om het proces te vergemakkelijken, vertelt hij je precies wat je moet doen.

Steek uw pas in de lezer. Haal uw pas uit de lezer. Deze pas in onbruikbaar. (Grrr.) Steek uw pas in de lezer. Haal uw pas uit de lezer. Toets uw pincode in. Kies uw product. Wilt u een transactiebon?

En als je dan aan het Brein in de machine alles hebt verteld wat het wil weten, zegt het scherm iets in de trant van: U kunt nu tanken aan pomp 3.

Lees verder Pomp 3

Bok

Al langer had ik het idee om eens iets te schrijven over het woord capriolen. Dat is er zo een waarvan de herkomst niet meteen duidelijk is en waar je een leuke etymologie achter vermoedt. En dat klopt.

Voor de volledigheid: als iemand capriolen maakt, dan haalt hij (in de woorden van Van Dale) “rare streken” uit. Gekkigheid. Bokkensprongen. En wat blijkt? Die associatie met een mannetjesgeit (bok) komt niet zomaar uit de lucht vallen. Want het woord capriool stamt af van het Italiaanse capriolo, wat reebok betekent. Een Nederlandse capriool was dan ook eerst gewoon een sprong in de lucht, nog voordat het “gekkigheid” ging betekenen.

Capriool!
Capriool!

Dat capriolo voert op zijn beurt terug op het Latijnse capreolus (wilde geit) en is verwant aan het Italiaanse capro (geit). En daarmee ben je al een stap dichter bij een woord dat het Nederlands uit het Frans heeft overgenomen: caprice. Of, weer in het Italiaans, capriccio. Een caprice is een gril, een bevlieging; en een capriccio is een muziekstuk dat zonder vast schema, grillig gecomponeerd is.

Maar daarmee ben je er nog niet, want het is de moeite waard om nog een zijstapje te maken. In dit verhaal is namelijk ook nog plaats voor een ander bokkenwoord: cabriolet.

Lees verder Bok

School

Sinds mijn oudste zoon dit jaar naar de middelbare school gaat, is zijn wereld steeds groter aan het worden. Met grote stappen. Het is verbluffend hoe snel de oude, veilige omgeving van de basisschool is gaan horen tot de prehistorie van zijn onderwijscarrière.

Zijn broer is ruim drie jaar jonger en lift een beetje mee op deze nieuw verworven wijsheid. Vanochtend, op weg naar school, vertelde hij me dat hij het helemaal had uitgedokterd. Zijn samenvatting gin ongeveer als volgt.

“Eerst ga je naar de crèche. Dat duurt vier jaar. Dan ga je naar school en dat duurt acht jaar. Daarna ga je naar de middelbare school, en daar zit je vijf of zes jaar op. Dan ga je naar de universiteit. Daarna ga je een paar jaar werken en dan ben je vrij.”

School...?
School…?

Je kunt natuurlijk muggenziften over details, maar ik vond dat hij de spijker behoorlijk goed op zijn kop had geslagen.

Wat ik mooi vond, was zijn gebruik van het woord school. Hij weet wel dat zijn school een “basisschool” is, maar dat doet er eigenlijk niet toe. Zijn school is gewoon school. Zijn broer gaat dan wel naar een middelbare school, maar dat is eigenlijk toch iets heel anders dan “school”.

Lees verder School