De Koning en het dubbeltje

Het nieuws van de week is toch zek­er de aankondig­ing van een troon­swis­sel­ing in het Koninkrijk der Ned­er­lan­den. Wat mij het meest opvalt aan alle bericht­gev­ing hierover is hoe promi­nent de fac­tor taal is in het hele ver­haal.

Regalia
De regalia der Ned­er­lan­den

De nieuwe kon­ing kiest een naam – niet Willem IV maar Willem-Alexan­der. Dat is niet triv­i­aal, dat betekent iets. Vroeger was de keuze van een nieuwe kon­ingsnaam bij de troons­besti­jging heel gebruike­lijk. De Engelse kon­ing George VI, de vad­er van de huidi­ge Britse monarch, heette eigen­lijk Albert, koos­naam Bertie. En in Vat­i­caanstad is het nog steeds de norm dat de kar­di­naal die paus wordt bij zijn benoem­ing een nieuwe naam aan­neemt.

Onze Máx­i­ma wordt niet Prins­es, maar Koningin. Ook dat betekent iets. En het zegt, in bredere zin, veel over de rol van sekse in de his­to­rie van het kon­ingschap, dat door over­erv­ing wordt verkre­gen. Een Kon­ing-monarch kan een Koningin naast zich hebben, maar een Koningin-monarch ver­draagt niet meer dan een Prins aan haar zijde. Zo bli­jft duidelijk hoe de erfe­lijke lijn loopt.

Lees verder De Kon­ing en het dubbelt­je

Een eeuwtje meer of minder

Waar zouden we toch zijn zon­der gezond ver­stand? Taal vereist een zekere mate van cod­i­fi­ceren, maar wordt gedra­gen door een netwerk van aan­names.

En dat is maar goed ook. Want als iedereen alti­jd alles tot in detail zouden moeten uit­leggen en bewi­jzen, zou de machine van de menselijke beschav­ing onmid­del­lijk stroef vast­lopen en onbruik­baar wor­den. Bij bij­na alles wat we doen gaan we ervan uit dat iets zus of zo is. En nog­maals, dat is maar goed ook.

Ik kom hier zo op terug. Eerst moet ik even een uit­stap­je mak­en naar de krant. Mijn dag­blad bestookt me al een tijd­je met adver­ten­ties voor een tv-serie, The Hour. Deze reclame poogt me ertoe te ver­lei­den de dvd-box te kopen door me te vertellen dat de serie uit zijn voe­gen barst van de “voel­bare sek­suele span­ning” – een pleonasme, want onvoel­bare sek­suele span­ning is geen sek­suele span­ning. Verder wordt er nog gerept over de “dodelijke samen­zw­er­ing” en de “intense ambities” die deze “heer­lijk sti­jlvolle dra­maserie” zo leuk mak­en.

Maar dat alles gaat aan me voor­bij, want ik haak al af bij de omschri­jv­ing van de his­torische con­text van het ver­haal. Deze serie is namelijk “gesitueerd in het Lon­den van de jaren ’50 van de vorige eeuw”. Vergeet even dat dat gesitueerd een beet­je chic-doener­ig klinkt. Vergeet ook dat er hele­maal geen apos­trof hoort voor het getal in de jaren 50. Nee, het is die “vorige eeuw” die mij dwarsz­it.

Lees verder Een eeuwt­je meer of min­der

Het-ze om niets

Afgelopen maand was het woord­je het ineens in het nieuws. Ons fijne, vertrouwde woord­je het. Je weet wel, van het gedicht, het pak­je, het paard en het cadeau. Het, zo werd er beweerd, stond op het punt uit te ster­ven.

Zegt de Rus zegt "Nee!" tegen drank én taalverandering?
Zegt de Rus zegt "Nee!" tegen drank én taalveran­der­ing?

Nou ja, dat ook weer niet hele­maal, maar er werd wel gesug­gereerd dat de opmars van de niet te stu­iten was en dat het steeds verder in de ver­drukking raakt. De bron was een leuk artikel in Onze Taal, maar de media hebben nu een­maal de neig­ing om een sen­sa­tion­al­is­tis­che draai aan de din­gen te geven.

Toch is dit ver­haal niet hele­maal onzin­nig – taal veran­dert wel degelijk, en vaak sneller dan we ver­moe­den. Wie zegt er nog, als de storm geluwd is, “Het woei heel hard gis­teren”? Of, als je het natu­urgeweld te eng vond om naar buiten te gaan, “Ik dorst zelfs de hond niet uit te lat­en”? Jonge Taalei­dolez­ers zullen werk­wo­ord­vor­men als woei en dorst miss­chien wel hele­maal niet meer ken­nen. Voor mij (veer­tiger) hebben ze een kod­dig-oud­er­wetse smaak. Voor mijn grootoud­ers waren ze de nor­maal­ste zaak van de wereld.

Taalveran­der­ing is alomte­gen­wo­ordig, niet te stu­iten, en is noch goed noch slecht. Taalveran­der­ing is gewoon, net zoals in de natu­ur het pro­ces van evo­lu­tie er gewoon is.

Lees verder Het-ze om niets

Onze hartelijkste gelukwensen

Afgelopen week­end was het feest voor honkbalmin­nend Ned­er­land. En voor iedereen die een zwakke plek heeft voor under­dogs. Zelfs iemand die nou niet echt een sport­fanaat is, zoals ik, kan een glim­lach niet onder­drukken bij het zien van de vreugde die zich van “ons” David­steam meester maak­te na de vic­to­rie op de Goliath­skracht van de Cuba­nen.

Leuk ook om te zien hoe deze Ned­er­landse over­win­ning – waar­voor het favori­ete mega­lo­mane sportver­slaggev­er­swo­ord­je his­torisch weer eens van stal werd gehaald – óók nadrukke­lijk gevierd werd als een Antil­li­aanse over­win­ning, of zelfs een Curaçaose. Elke (sub(sub))cultuur heeft behoefte aan zijn eigen helden.

Een telegram waard!
Een telegram waard!

Maar wat me het meest opviel in dit hele ver­haal is de koningin.

Lees verder Onze hartelijk­ste geluk­wensen

Eindbaas

Het is won­der­lijk hoe de mens zich ontwikkelt in de loop van het lev­en. Ik weet nog hoe ik als tiener pre­cies wist wie er in de Top 40 op num­mer één stond. En dat ik vurig hoopte dat de num­mer twee vol­gende week aan de top zou staan.

Dat soort over­denkin­gen waren geen ijdele spiel­erei, het was belan­grijk. Ik vond het belache­lijk dat “oude mensen” van der­tig of zo geen idee had­den wie de hoog­ste sti­jger was deze week. En ik zwo­er dat ik anders zou zijn: als ik groot was, bleef ik wél op de hoogte van de hitli­jsten.

Wel­nu, ik ben 42 en ik weet al jaaaren niet meer wie er op één staat. En helaas, toegegeven, ik vind dat ook niet meer belan­grijk. Ken­nelijk zijn er dus stra­ta in je lev­en (in dit geval: je tiener­ti­jd) waar je doorheen beweegt en waar je je mee ver­bon­den voelt, maar die je ook weer onge­merkt ver­laat. Maar het stra­tum zelf bli­jft bestaan, ook als jij er geen deel meer van uit­maakt.

Lees verder Eind­baas

De evaluatie van elektroderen

Ik weet niet hoe lang het nog duurt, maar voor­lop­ig zijn mijn bei­de zoons nog volop in de ban van Poké­mon. Mijn huis puilt uit van de ruilka­art­spelka­arten (bakken vol), pop­pet­jes, posters, boeken, Wii-spellen, T-shirts, pen­nenkok­ers en ga zo maar door.

In een poging mij te ver­hef­fen lift ik een klein beet­je met ze mee en ik ken inmid­dels een paar van deze car­toon­mon­stert­jes bij naam. Ik begri­jp ook min of meer hoe het werkt met al die gevecht­en en leagues en trans­for­maties en lev­els en gyms en soorten en super­ac­tieve aan­vallen en zo.

Turtle + twig
Tur­tle + twig

Maar het mooiste vind ik nog hoe Poké­mon hun (en mijn) taal ver­rijkt heeft met een paar fraaie nieuwe ter­men. Ik noem drie voor­beelden.

Om te begin­nen hebben veel Poké­mon namen die een taal­grap­je zijn, als je ten­min­ste Engels spreekt. Zo is er een beestje dat eruitzi­et als een babyschild­pad dat een twi­jg­je met twee blaad­jes op zijn hoofd heeft. Het heet Turtwig. Tur­tle + twig = Turtwig. Geinig.

Lees verder De eval­u­atie van elek­troderen