Genderneutraal taalgebruik: hij of zij of…

In veel lan­den groeit het besef dat er mensen zijn die zich onge­makke­lijk voe­len bij het gang­bare onder­scheid tussen man en vrouw. Er wordt aan veel kan­ten gekn­abbeld aan het tra­di­tionele idee dat onzicht­bare eigen­schap­pen zoals sek­suele iden­titeit naad­loos samen­vallen met biol­o­gis­che cat­e­gorieën als “man­nelijk” en “vrouwelijk”.

Zo vraagt de gemeen­schap van trans­gen­der per­so­n­en die zichzelf niet zien als óf een “hij” óf een “zij” steeds nadrukke­lijk­er om begrip voor de bij­zon­dere posi­tie die zij innemen. De roep om hun leefomgev­ing zo gen­derneu­traal mogelijk te mak­en klinkt steeds luider – ook op het gebied van taal­ge­bruik. Deze maand deed het Trans­gen­der Netwerk Ned­er­land een voorzet voor een ver­rijk­ing van ons arse­naal aan voor­naam­wo­or­den.

Lees verder Gen­derneu­traal taal­ge­bruik: hij of zij of…

Piet punt nul

En daar was hij weer. De punt-nul. Op de voor­pag­i­na van de NRC, in een artikel over de aan­pak van hooli­gans bij de intocht van Sin­terk­laas. (Wie had ooit gedacht dat we de woor­den Sin­terk­laas en hooli­gans in één zin tegen zouden komen?) De zin loopt als vol­gt: “Het hard­ere, maar kleinere protest is het resul­taat van polderen 3.0.”

"2.0" 2.0
"2.0" 2.0

De punt-nul is voor het eerst gespot in 1999, in de Engelse com­bi­natie Web 2.0. Dit was in de tijd dat het inter­net nog een luier droeg en net zijn eerste stap­jes deed in de richt­ing van inter­ac­tiviteit. En dat was ook meteen wat die 2.0 inhield: bestond het “oude” web nog uit passieve (tekst)pagina’s die alleen infor­matie lever­den, Web 2.0 pak­te ambitieus uit met dynamis­che pagina’s waar je als gebruik­er ook gegevens kon invo­eren en aan­passen.

Snel daar­na werd 2.0 gemeen­goed, in de zin van: vernieuwd, van de vol­gende gen­er­atie. Poli­tiek 2.0, het huwelijk 2.0, fotografie 2.0… het hield niet op. Ook zag je (al was het min­der vaak) het retron­iem 1.0, wat dan betekent: oud­er­wets, van vroeger. En ook, nog zeldza­mer, de toevoeg­ing 3.0 – om te sug­ger­eren dat zelfs 2.0 alweer passé is en dat er weer een nieuwe rev­o­lu­tie overeen is gegaan. Zo is 3.0 dus eigen­lijk 2.0 2.0.

Lees verder Piet punt nul

Absurdistisch toneelstuk

In de afgelopen week waren er twee woor­den in het nieuws die een poli­tieke dis­cussie aan­wakker­den en die alle­bei met etnis­che afkomt te mak­en hebben. Die woor­den waren geno­cide en allochtoon.

Om met de laat­ste te begin­nen: in 2008 stelde min­is­ter van Justi­tie Ernst Hirsch Ballin al voor om de term allochtoon te schrap­pen omdat het “een valse tegen­stelling” zou schep­pen. En nu doet min­is­ter voor Inte­gratie Gerd Leers een duit in het­zelfde zak­je, omdat het woord “den­i­gr­erend” zou zijn. Hun tegen­str­ev­er is de PVV, die de defin­i­tie van wat en wie “allochtoon” is juist wil ver­bre­den, zodat méér mensen “allochtoon” wor­den.

En dan die andere, nog meer beladen term. Geno­cide. Meer spec­i­fiek: de Armeense geno­cide. Daar doet zich inter­na­tion­aal een rare spa­gaat voor. In Turk­i­je is het ver­bo­den om die his­torische gebeurtenis­sen een geno­cide te noe­men, en sinds vorige week is het in Frankrijk ver­bo­den om te ontken­nen dat het een geno­cide was. Die twee stelling­na­men zijn per defin­i­tie onv­erenig­baar.

Wat betekent een woord...?

Nou gaat de Taalei­doscoop er niet over wie wel of niet een allochtoon is, of wat wel of niet een geno­cide is. Maar in bei­de gevallen is er iets inter­es­sants aan de hand: de hele dis­cussie gaat maar in beperk­te mate over de maatschap­pelijke of his­torische werke­lijkheid. De vraag is niet of er mensen zijn die geen inboor­ling van de Ned­er­lan­den zijn; de vraag is niet of er mas­saal Armeniërs gedood zijn. Nee, de vraag is hoe we die din­gen noe­men. Welk woord­je plak je erop?

Daarmee wordt het taal­spel ver­heven tot een poli­tieke stri­jd, en zelfs tot een filosofisch prob­leem: hoe ver­houdt de beteke­nis van onze woor­den zich tot de realiteit van ons bestaan?

Lees verder Absur­dis­tisch toneel­stuk

Lof

Gis­teren hoorde ik op het nieuws het bericht dat Richelle Lau­ri­jsen overleden was, 16 jaar oud. Als je hoort dat iemand zo jong sterft, zelfs al ken je ze niet, doet het toch alti­jd pijn. Ergens diep in je bot­ten weet je gewoon dat dat niet hoort, dat het indruist tegen de natu­urlijke gang van het lev­en.

Het nieuws van Richelles dood trok ook mijn aan­dacht omdat ze in de laat­ste maand van haar lev­en actie gevo­erd had tegen een woord. Het woord kanker. Zij leed aan botkanker en wist dat ze eraan zou ster­ven. En om haar heen hoorde ze om de haverk­lap jon­geren zeggen: kanker-dit, kanker-dat.

Richelle bij een poster voor haar actie
Richelle bij een poster voor haar actie

Ik kan me voorstellen dat dat door je ziel sni­jdt, om mensen zo ter­loops te horen strooien met de naam van die ziek­te die jou in zijn greep heeft. En ik kan me voorstellen dat je dan wil zeggen: jon­gens, kijk nou uit met wat je zegt, je kwetst me hier­mee. Het is dan ook heel sto­er dat Richelle dat met verve gedaan heeft.

Lees verder Lof