De taalterm van deze week, acroniem, houdt het graag kort. Oh, hij kan je best uitleggen wat er allemaal achter hem schuilgaat, maar veel liever geeft hij je de samenvatting. Dan hebben we allemaal tijd over voor iets anders.
Definitie
Een acroniem is een afkorting die is samengesteld uit de eerste letters van een aantal andere woorden.
We onderscheiden twee soorten acroniemen:
- Als je een acroniem letter voor letter uitspreekt (denk aan apk en UWV), noem je het een initiaalwoord.
- Als je een acroniem als een gewoon woord uitspreekt (zoals bij NAVO en vip), noem je het een letterwoord.
(Een klein geheugensteuntje bij de voorbeelden hierboven: apk staat voor algemene periodieke keuring; UWV staat voor Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen; NAVO staat voor Noord-Atlantische Verdragsorganisatie; en vip staat voor very important person.)
Dit is een ruime definitie van acroniem, en volgens mij de meest nuttige. Maar er zijn ook taalbronnen die vinden dat alleen een letterwoord een “echt” acroniem is, en dat initiaalwoorden in een andere categorie vallen.
Ook als je initiaalwoorden wel als acroniemen beschouwt, kunt nog een stap verder gaan en zeggen dat een “puur” acroniem uitsluitend mag bestaat uit de beginletters van afzonderlijke woorden. Volgens deze strengere definitie zou KLM (Koninklijke Luchtvaartmaatschappij) dus geen acroniem zijn, want de l en de m komen uit één woord.
Maar nogmaals: het lijkt mij nuttiger om acroniemen te zien als een categorie van afkortingen waaronder zowel letterwoorden als initiaalwoorden vallen.
Voorbeelden
- aids (van: acquired immune deficiency syndrome)
- havo (van: hoger algemeen voortgezet onderwijs)
- YOLO (van: you only live once)
- ANWB (van: Algemene Nederlandsche Wielrijders-Bond)
- dvd (van: digital video disc)
- pabo (van: pedagogische academie voor het basisonderwijs)
Let op! Een woord als hiv is dus een letterwoord als je het uitspreekt als rijmend op rif, maar een initiaalwoord als je het uitspreekt als “ha-ie-vee”.
Etymologie
Dit is een jong woord. Het is ontstaan in het midden van de twintigste eeuw in het Amerikaans-Engels, als acronym. De Nederlandse variant volgde al snel. De bestanddelen komen uit het Grieks:
- acro- (hoogste punt, top, uiteinde) + onoma (naam)
Nog meer vormen
Een andere vraag rondom de begripsbepaling van acroniem is of een acroniem alléén mag bestaan uit de allereerste letter van elk woord. In dat geval zou bijvoorbeeld Benelux (België Nederland Luxemburg), dat een lettergreepwoord is, geen acroniem zijn. Hetzelfde geldt voor horeca (hotel restaurant café).
Maar volgens een ruimere definitie gelden zulke termen wel degelijk ook als acroniemen, naast letterwoorden en initiaalwoorden.
Weer een andere vraag is wat te doen met “tussenwoordjes” zoals voorzetsels. In een afkorting als UvA (Universiteit van Amsterdam) tellen alle woorden mee. Maar bijvoorbeeld bij pabo (hierboven) en laser zijn die buiten beschouwing gelaten: de woorden by en of in “light amplification by stimulated emission of radiation” zijn niet opgenomen in de afkorting. Toch geldt laser als een schoolvoorbeeld van een acroniem.
Ten slotte zijn er ook mengvormen, zoals BOVAG (Bond van Automobielhandelaren en Garagehouders), die nog lastiger te classificeren zijn. Hier zie je dat van Bond de eerste twee letters gebruikt zijn, dat het voorzetsel van ook is opgenomen in de afkorting, dat bij Automobielhandelaren en Garagehouders alleen de eerste letter gebruikt is, en dat het woord en helemaal is weggelaten.
Je ziet hier dus elementen van een lettergreepwoord en een letterwoord door elkaar, en een mix van het wel en niet opnemen van tussenwoorden. Maar ik zou ook hier zeggen dat BOVAG een (ongebruikelijk samengesteld) acroniem is.
(Dit artikel is op 20 maart 2019 herzien en uitgebreid.)