Ten enen male vs. ten enenmale

Miss­chien denk je wel, na het zien van van de titel van deze TaalTip: wacht eens even, dat moet toch zijn: ten ene male? En ja, dat is óók een schri­jfwi­jze die je geregeld tegenkomt – maar het is niet de goede…

Waar hebben we het over?

Het Ned­er­lands kent een aan­tal woor­den en uit­drukkin­gen die voortkomen uit naam­valsvor­men die we niet meer actief gebruiken. Omdat we die oude taal­regels niet meer paraat hebben, wordt het lastig om te weten welke schri­jfwi­jze de juiste is.

Betekenis en gebruik

  • Ten enen­male is een bij­wo­ordelijke verbind­ing en betekent: volkomen, totaal, geheel en al.

Het heeft dus niets te mak­en met “nog één keer”, “een­maal” of “de eerste keer”!

Omdat het werkt als een bij­wo­ord, zegt deze uit­drukking in de zin iets over een werk­wo­ord of over een bijvoeglijk naamwoord.

Voorbeelden

  • Ze waren ten enen­male ver­geten om voor hun project sub­si­die aan te vragen.
  • Pieter dacht dat hij een per­petu­um mobile had uit­gevon­den, maar de natu­ur­wet­ten mak­en dit ten enen­male onmogelijk.

Even opletten

In veel gevallen zul je een uit­drukking als ten enen­male willen ver­mi­j­den. Niet omdat het fout is, maar omdat het steeds min­der gebruikt (en dus begrepen) wordt en vaak onn­odig deftig of formeel klinkt.

Maar in andere gevallen, bijvoor­beeld als je de nadruk wilt leggen op het feit dat iets he-le-maal onmo­gelijk is, kun je juist wél kiezen voor “ten enen­male onmogelijk”.

Weetje

Het woord enen­male is een buiten­been­t­je: het komt alleen voor in de uit­drukking “ten enenmale”.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *