Me vs. mijn

Als iemand schri­jft of appt “Heb jij me aan­tekenin­gen gezien?”, dan voe­len de meeste mensen wel aan dat daar iets niet aan klopt. Maar waarom is het fout? Het antwo­ord op die vraag is ingewikkelder dan je denkt.

Waar hebben we het over?

Er is een ver­schil tussen spreek­taal en schri­jf­taal. En er is een ver­schil tussen formeel en informeel taal­ge­bruik. Als je die bei­de onder­schei­den niet goed in het vizier houdt, dan kies je soms de ver­keerde woordvorm.

Betekenis en gebruik

  • Me is een per­soon­lijk voor­naam­wo­ord of een wed­erk­erend voor­naam­wo­ord dat ver­wi­jst naar de ik-per­soon in een zin. Je kunt me ver­van­gen door mij, maar soms klinkt dat over­dreven deftig.
  • Mijn is een bezit­telijk voor­naam­wo­ord dat aangeeft dat iets hoort bij de ik-per­soon in een zin. Je kunt mijn inko­rten tot m’n. In bei­de gevallen betekent het: “van mij”.

Voorbeelden

  • Heb je me dat bestand al gemaild? [per­soon­lijk voornaamwoord]
  • Ik heb me ingeschreven voor de marathon. [wed­erk­erend voor­naam­wo­ord, hoort bij zich inschri­jven]
  • Ik ben mijn sleu­tels weer eens kwi­jt… [bezit­telijk voornaamwoord]
  • Ik ben m’n sleu­tels weer eens kwi­jt… [bezit­telijk voornaamwoord]

Let op: “Ik ben me sleu­tels weer eens kwi­jt” is dus fout!

Even opletten

De korte ver­sie is: me kan nooit “van mij” beteke­nen. Daar­voor heb je alti­jd mijn of m’n nodig. Waarom dan toch die verwarring?

Dat ligt ten eerste aan het ver­schil tussen spreek­taal en schri­jf­taal. Je spreekt de op een na laat­ste voor­beeldzin hier­boven niet uit als: “Ik. Ben. Mijn. Sleu­tels. Weer. Eens. Kwi­jt.” Als je goed oplet, hoor je dat mensen meestal niet eens pauzeren tussen woor­den; het is één grote taal­brei. Dus het klinkt eerder zo: “Kbe­mmesleutesweeskwi­jt”.

Zo zie je dat wat je schri­jft als “m’n” of “mijn” meestal klinkt als “me”.

En het ligt ten tweede aan het ver­schil tussen formeel en informeel taal­ge­bruik. In de eerste twee voor­beeldzin­nen hier­boven zouden de meeste mensen niet kiezen voor het formele  mij, maar liev­er voor het informele me. Als dat onder­scheid niet zou bestaan, zou het hele me-mijn prob­leem ook niet bestaan. Ga maar na, nie­mand zou schri­jven: “Ik ben mij sleu­tels weer eens kwijt.”

Het is dus de informele vorm van het per­soon­lijk of wed­erk­erend voor­naam­wo­ord die ver­ward wordt met de spreek­taalvorm van het bezit­telijk voor­naam­wo­ord. Als je er zo over door­denkt, is het een klein won­der dat de meeste mensen het meestal wél goed schrijven!

Weetje

Het ver­schil tussen me en mij is niet alleen een kwest­ie van informeel of formeel, maar ook van nadruk en klem­toon. Denk maar aan een zin als “Wel­nee, Jeanne had mij gevraagd om haar bruidsmeis­je te zijn!” Daarin zou je niet snel mij ver­van­gen door me, toch?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *