De taalterm van deze week, meervoud, is geen loner. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd, is zijn motto. Hoewel… je maakt hem al blij met alles wat meer is dan één. Met woorden als melk en haver heeft hij dus niet zoveel op.
Definitie
De meervoudsvorm (of pluralis) geeft bij een zelfstandig naamwoord aan dat de term verwijst naar meerdere dingen of personen. Woorden die een meervoud hebben, noem je telbaar.
In het Nederlands worden de meeste meervouden gevormd door -en of -s of -’s toe te voegen aan het eind van het woord. Je kiest voor -’s in plaats van -s als de uitspraak van het woord anders zou veranderen.
Sommige woorden hebben meer dan één meervoudsvorm – een meervoudsmeervoud, dus!
Voorbeelden
- Eén dwerg, zeven dwergen
- Eén letter, 26 letters
- Eén horloge, twee horloges
- Eén café, twee cafés
- Eén alinea, twee alinea’s [want “alineas” zou de uitspraak van de tweede a veranderen van aa in ah]
- Eén kind, twee kinderen
- Eén museum, twee musea / museums; één cello, twee celli / cello’s
Etymologie
De bouwstenen van deze term zijn heel rechttoe, rechtaan:
- meer + -voud (aanduiding van aantal of hoeveelheid [zoals in drievoud], waarschijnlijk vanwant aan vouwen)
Weetje
Ook persoonlijk voornaamwoorden kunnen in het meervoud staan. Zo zijn ik en wij respectievelijk de enkelvouds- en meervoudsvorm van de grammaticale eerste persoon.
Een uitzondering hierop is de pluralis majestatis. Daarbij verwijst één enkele persoon naar zichzelf met een meervoudsvorm. Dit gebruik wordt geassocieerd met koningen en koninginnen, vandaar de majestatis in de officiële naam. Tot op de dag van vandaag beginnen in Nederland (onder onze huidige monarch) alle wetteksten met: “Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.”
Oh en ten slotte: “euri” als meervoud van euro is wel grappig maar niet correct. Die woordvorm kun je meestal dus beter vermijden.