Verbrijzelen

Wat ik ermee doe is nage­noeg niets, maar ik heb hem wel: mijn inschri­jv­ing bij Face­book. Voor wie het niet weet: facebook.com is een soort Hyves voor gevorder­den, van Amerikaanse orig­ine maar heel inter­na­tion­aal georiën­teerd. Een social net­work­ing web­site dus. (Hoe heet dat in het Ned­er­lands? Een “sociale netwerk­site”, zegt de Ned­er­landse Wikipedia. Maar vol­gens de spellingsregels – denk aan eerste­graadsver­brand­ing – moet dat eigen­lijk één woord zijn. “Socialenetwerk­site” dus. Hmm.)

Hoe dan ook, ik zit op Face­book en doe er niets mee. Behalve, zo nu en dan, snuffe­len naar een long-lost friend in het buiten­land. Zo vond ik er onlangs een Chileense vriendin, die, zo weet ik nu, op dit moment woont in de Domini­caanse Repub­liek (mijn geboorte­land!) en zwanger is van haar langeaf­s­tandsvriend en vol­gend jaar naar Brook­lyn gaat ver­huizen. Da’s pas bijprat­en!

Maar het gaat mij hier niet om die vriendin. Het gaat juist om mijn vriendin. Die bestaat namelijk niet, maar daar schi­jnt Face­book anders over te denken.

Dit is niet mijn vriendin
Dit is niet mijn vriendin

Lees verder Ver­bri­jze­len

Hypo op herhaling

De titel van de vorige Taalei­doscoop ver­raadde het al een beet­je: we hebben een fijn Grieks voor­voegsel voor “onder” (hypo-), maar ook een dat uit het Lati­jn komt. Die Romeinen mogen dan rare jon­gens geweest zijn, vol­gens Obelix, maar ze hebben ons wel sub- gegeven, dat – net als Jupiter voor Zeus en Venus voor Aphrodite – niet onder­doet voor zijn hel­lenis­tis­che evenknie.

Sub- betekent “onder” of “lager” in woor­den als sub­cat­e­gorie, sub­prime (dat schi­jnt iets met hypotheken te mak­en te hebben) en sub­ject (let­ter­lijk: onderwerp).

Net zoals hypo- een medeplichtige heeft in hyper-, zo heeft ook sub- een kom­paan die “boven” of “hoger” betekent: super-. Denk daar­bij aan woor­den als super­son­isch (met een snel­heid hoger dan die van het gelu­id) of super­visie (let­ter­lijk: een blik van boven, toezicht). Maar super- heeft zich vooral gen­esteld in de beteke­nis van “zeer groot” of “in hoge mate”. De woor­den­li­jst die dat oplev­ert is schi­er ein­de­loos: van super­markt tot super­no­va, van super­snel tot super­ben­zine. Ten slotte wordt super-, in een nog verder afgelei­de beteke­nis, ook gebruikt om aan te geven dat iets van zeer goede kwaliteit is, of heel aantrekke­lijk, zoals in super­film of super­auto.

Lees verder Hypo op her­hal­ing

Sub

In een gesprek met een vriendin stuitte ik onlangs weer eens op het komis­che duo Hypo en Hyper. Bei­de zijn tot ons gekomen vanu­it het Grieks, en doen nu goede zak­en als voor­voegsels in aller­hande woor­den in de meest uiteen­lopende tal­en. Hypo- betekent zoveel als “te laag”, “onder”; hyper- betekent pre­cies het tegen­overgestelde: “te veel”, “boven”.

hypo-hyper
Hyper- en hypo-

Zo is er een hele grabbel­ton aan medis­che ter­men die aan­duiden dat een organ­isme (zoals jij of ik) te veel of te weinig van iets kan hebben. Heb je bijvoor­beeld een te snel werk­ende schild­kli­er, dan lijd je aan hyper­thyre­oïdie. Zit je schild­kli­er (thy­roid, in het Engels) juist op zijn gat te niksen, dan lijd je aan hypothyre­oïdie. Hyper en hypo, het zijn net Snip en Snap, Lau­rel en Hardy.

Maar goed, bovenge­noemde vriendin en ik zat­en al snel te puzze­len met al die niet-tech­nis­che, meer gang­bare ter­men waarin óók hypo- voorkomt, zoals hypotheek of hypochon­der of hypocri­et. Wat is daar nou “onder” of “laag” aan?

Lees verder Sub

Bolletje

Onlangs hoorde ik iemand in een pod­cast iemand anders aan­halen die weer iemand anders had uit­ge­maakt voor a spher­i­cal bas­tard. Nou betekent het Ned­er­landse sfeer ook wel “bol”, en sferisch “bolvorm­ing” – maar in het Engels zijn die ter­men toch veel gebruike­lijk­er. Ik houd het op bol.

A spher­i­cal bas­tard. Een bolvormige klootzak. Wat een geweldige ver­wens­ing! Het idee is: de bol is de enige geometrische vorm die er alti­jd het­zelfde uitzi­et, van welke kant je hem ook bek­ijkt. Een spher­i­cal bas­tard is dan iemand waar­van je zegt: hoe je er ook naar kijkt, het is en bli­jft een klootzak.

Bolvormige klootzak
Bolvormige klootzak

Alleen een echte bèta kan op zo’n scheld­wo­ord komen, en ja, inder­daad, de (ver­meende) bron is de Bul­gaars-Zwit­sers-Amerikaanse astronoom Fritz Zwicky, die er een goede gewoonte van maak­te om een groep ster­renkundi­gen waarmee hij wedi­jverde voor spher­i­cal bas­tards uit te mak­en. Ook knappe weten­schap­pers kun­nen bitchy zijn…

Lees verder Bol­let­je

Met een boog om de pijl heen

Taal is een won­der­lijk ding. Gespro­ken taal is in wezen niets anders dan een in kleine priegelk­lankjes gecod­i­ficeerde weer­gave van het lev­en, van de wereld om ons heen. En geschreven taal, dat ver­geten we nog wel eens, is op zijn beurt niets anders dan een in kleine priegelvorm­p­jes gecod­i­ficeerde weer­gave van gespro­ken taal.

De eerste roman?
De eerste roman?

Die eerste cod­i­fi­catie – van ervar­ing naar woor­den – kan alleen werken bij de gratie van rel­e­vantie. Bijvoor­beeld: in de veer­tiende eeuw bestond in geen enkele Europese taal een woord voor tabak, sim­pel­weg omdat de tabak­s­plant nog onont­dekt (door Euro­pea­nen) groei­de op een heel ander con­ti­nent. Het heeft geen zin om een woord te hebben voor choco­la als er geen choco­la is in je belev­ing van de wereld (de cacao­boon, immers, groei­de ook al op dat andere onbereis­de wereld­deel).

De rel­e­vantie van de tweede cod­i­fi­catie – van gespro­ken woord naar schrift – werkt anders, die kri­jg je min of meer cadeau: je gaat per slot van reken­ing pas een schri­jfwi­jze voor een woord verzin­nen als dat woord al bestaat.

Lees verder Met een boog om de pijl heen

Kleurtje

Soms word je door de raarste din­gen op een zoek­tocht ges­tu­urd. Zo vroeg ik een tijd­je gele­den aan een col­le­ga, toen ik ver van mijn bureau snel iets op wilde schri­jven, “Kan je me even een van die blauwe geelt­jes geven?” Een blauw geelt­je! Als dat geen con­tra­dic­tio in ter­min­is is, weet ik het ook niet meer. Maar toch, neen, “een blauw geelt­je” is géén oxy­moron. Een geelt­je hoeft ken­nelijk niet geel te zijn.

Quod erat demonstrandum
Quod erat demon­stran­dum

Het zette me aan het denken: zijn er meer van dat soort woor­den, van het type kleur + -tje? Jawel, natu­urlijk, en hoe. De betekenis­sen die ik hier ver­meld zijn een deel van (!) de betekenis­sen die in Van Dale genoemd wor­den.

Laat ik begin­nen met die kleuren waar­van ook wel beweerd wordt dat ze niet echt “kleuren” zijn: zwart en wit. En gri­js. Een zwart­je is een weinig flat­teuze benam­ing voor een neger en ook nog, ken­nelijk, een meis­je met donker haar. Een wit­je is meer dan één soort vlin­der, en verder een bor­relt­je en een soort vis. (Heb jij ooit in de kroeg een “wit­je” besteld? Ik niet. En dan nog vraag ik me af of iemand daar niet eerder een witbier mee zou bedoe­len.) Een gri­js­je, ten slotte, is een oud­je, een opaat­je of omaat­je.

Lees verder Kleurt­je