Ta-tuu ta-tuu

Bij het woord sirene denkt bij­na iedereen eerst aan een langsrazende ambu­lance, poli­tieau­to of brandweer­wa­gen. Maar de ety­molo­gie van het woord is te mooi om aan voor­bij te gaan, en voert terug op de Griekse mytholo­gie.

Sire­nen, om de cliffhang­er uit het vorige taalver­haal maar eens op te pakken, zijn geen zeemeer­min­nen. Enige uit­leg is hier op zijn plaats.

Sirene
Sirene

Een zeemeer­min, zo is je waarschi­jn­lijk geleerd, heeft het boven­lichaam van een mens en het onder­lichaam van een vis. Zo staan ze ook te boek, maar klopt dat wel? In afbeeldin­gen is de staart van een zeemeer­min vaak plat, hor­i­zon­taal. En vis­sen hebben een ver­ti­cale, rech­top­staande staart. Het zijn juist de zee­zoogdieren, zoals walvis­sen, dolfi­j­nen en orka’s, die plat­te staarten hebben. Als je de icono­grafie mag geloven, zijn zeemeer­min­nen dus half mens, half zee­zoogdi­er. Maar ze hebben vaak wel weer schubben, en zoogdieren hebben geen schubben; vis­sen wel. Een onduidelijk geval­let­je.

Zeemeer­min­nen zon­gen vaak bekoor­lijk naar voor­bi­j­varende zeel­ieden, die dan schip­breuk leden of over­bo­ord spron­gen, een gewisse dood tege­moet gaand. Hun collega’s de sire­nen had­den daar ook een hand­je van, maar daarmee houdt de gelijke­nis dan ook op.

Lees verder Ta-tuu ta-tuu

Less is more

Er wordt wel eens gezegd dat de groot­ste weten­schap­pelijke ont­dekkin­gen niet begeleid wor­den, zoals het cliché wil, door een luid “Eure­ka!”, maar juist door een een­voudig “Hé, dat is raar…”

Hoe het ook zij, ook min­der belang­wekkende open­barin­gen wor­den vaak voorafge­gaan door – als de wereld een stripver­haal was – een tek­st­bal­lon­net­je met alleen een vraagteken erin. Ik had er een boven mijn hoofd hangen toen ik een paar dagen gele­den naar het woord zeemeer­min keek.

Misschien wel de bekendse meermin
Miss­chien wel de bek­endse meer­min

Zeemeer­min. Zee-meer-min. Zee-meer-min. Meer. Dat meer, dat bracht mij, min of meer, van mijn stuk. Daar zit, zogezegd, meer achter, dacht ik. Want ik dacht ook meteen aan het Engelse woord mer­maid. Niet “sea-mer­maid” of zoi­ets, maar gewoon mer­maid. Mer-maid. Mer-maid. Mer, meer. Zoals in het Franse la mer, de zee. Of zoals in het Duitse das Meer, de zee. En die min, zo rede­neerde ik, dat is gewoon een vrouw, zoals in het Engelse maid meid betekent, en het Ned­er­landse min zoogvrouw.

Het vraagteken werd een uitroepteken.

Lees verder Less is more

Doeg

Ik kan me niet meer heugen wan­neer ik voor het laatst een brief zag die afges­loten werd met Hoogach­t­end… Nou kan dat natu­urlijk zijn omdat nie­mand mij nog hoogacht, maar ik denk toch dat er iets anders aan de hand is.

We zijn in de afgelopen decen­nia steeds informel­er met elka­ar gaan omgaan. Kled­ing­codes zijn ver­soe­peld – wie draagt er nog, zoals mijn groot­vad­er, ook in zijn vri­je tijd een driedelig pak? Aanspreekvor­men zijn geniv­elleerd – niet veel kinderen van de huidi­ge basiss­chool­gen­er­atie zeggen nog u tegen hun opa en oma, en niet veel van hun oud­ers zeggen nog u tegen hun baas. De MBB (“min­i­male beleefde begroet­ing”, een eigen verzin­sel van mij) is van al zijn cer­e­monieel ont­daan – iedereen kust en knuffelt elka­ar: van links tot oud, van hoog tot rechts, van jong tot laag. En de lange brieven en gesprekken van weleer zijn gro­ten­deels ver­van­gen door korte maar vaak niet eens zo krachtige e-mails, msn-chats, sms’jes, iCards en gsm-babbels.

Dat dus
Dat dus

Lees verder Doeg

Klerekleren

Stel je voor: je bent in Mia­mi, zoals ik twee weken gele­den. Je staat in een chique depart­ment store te ape­gapen naar alle modieuze kledij die daar te koop is. En dan, bij de dameskled­ing, moet je ineens aan wc-papi­er denken…

Het menselijk brein is een won­der­lijk ding. Want ik moest hele­maal niet zelf naar de restroom, en toi­let­pa­pi­er stond ook niet op mijn bood­schap­pen­li­jst­je. Nee, ik moest eraan denken dat ik ooit gelezen had over een Scan­di­navis­che pro­du­cent die op de Britse markt een nieuw merk wc-papi­er wilde lanceren. Daar is niks mis mee, natu­urlijk, maar als je dan kiest voor de pro­duct­naam “Krap” – tja, dan sla je de bips, par­don: plank toch wel mis.

Dat is zo ongeveer alsof IKEA, dat de won­der­lijk­ste pro­duct­na­men hanteert, in Ned­er­land een wc-bors­tel zou verkopen die “Strönt” heette. Zie dan je giechel­spieren maar in bed­wang te houden.

Lees verder Klerek­leren

Dikke dame

Het is alweer een tijd gele­den, maar ik herin­ner het me nog als de dag van gis­teren. Ik sprak met een col­le­ga over idiomen. Dat zijn uit­drukkin­gen zoals “hij heeft het achter de elle­bo­gen”, waar­bij het hele gezegde iets anders betekent dan de let­ter­lijke beteke­nis van de woor­den erin.

Deze col­le­ga was een Amerikaanse, en sprak voortr­e­f­fe­lijk Ned­er­lands. Zij had een speels the­o­ri­et­je dat die gekke Ned­er­lan­ders een soort onder­be­wuste stank­fix­atie had­den, want twee van haar favori­ete Ned­er­landse idiomen had­den daarmee te mak­en. Dat waren: iemand een poepie lat­en ruiken en hij stinkt een uur in de wind.

Ik kan me goed voorstellen dat dit haar ver­make­lijk in de oren klonk, want idiomen in een andere taal klinken vaak in eerste instantie heel raar. Als je een Frans­man hoort zeggen dat je “han­den en voeten moet doen” om een prob­leem om te lossen (faire des pieds et des mains), dan snap je miss­chien best wel dat dat hemel en aarde bewe­gen betekent, maar het is toch ook kod­dig.

Lees verder Dikke dame

Eénnachtsstandje

Het is hopeloos. Ik weet dat ik geen schi­jn van kans heb. Er zijn mensen die het doen met de gedreven­heid van een kruis­vaarder, en die bakken er al niks van. Maar ik doe het alleen voor de lol, dus ik ben al bij voor­baat gedoemd om roem­loos ten onder te gaan.

Waar ik het over heb is: het verzin­nen van “echt” Ned­er­landse alter­natieven voor pop­u­laire Engelse woor­den en uit­drukkin­gen die het Ned­er­lands komen ver­rijken (of ver­pesten, het is maar hoe je ernaar kijkt).

Aan het ene eind van het spec­trum heb je woor­den waar­van zelfs de die-hard Engels-haters zullen toegeven dat ze inmid­dels “Ned­er­lands” gewor­den zijn. Je hebt je favori­ete soap gemist omdat je aan je com­put­er zat te werken. Niet “tele­visiefeuil­leton” en “reke­naar” of iets dergelijks. Aan het andere eind, als iemand zegt dat hij het rij­den op zijn nieuwe bike een hele aparte expe­ri­ence vond, dan zullen de meeste toe­ho­orders denken: waarom zegt hij niet gewoon “fiets” en “ervar­ing”? Maar daar­tuss­enin zit een groot gri­js gebied. Is het print­en of uit­draaien? Is het mon­i­tor of beeld­scherm? Is het thriller of span­nend boek?

Beeldscherm of monitor?
Beeld­scherm of mon­i­tor?

Lees verder Eén­nachts­stand­je