Hoor jij ook graag?

Heb jij dat ook? Dat er om je heen mensen zijn die de laat­ste tijd ineens spon­taan een hand­i­cap oplopen? En dan bedoel ik niet een golfhand­i­cap, maar iets wat veel ern­stiger is.

Het overkomt me steeds vak­er dat ik een e-mail kri­jg van iemand met een ver­zoek of een vraag, en dat die e-mail dan eindigt met een won­der­lijke for­mu­ler­ing. Niet “Met vrien­delijke groet, Bian­ca” of “Bedankt alvast, Joyce”, maar iets als “Ik hoor graag! Jes­si­ca”. Of zelfs nog beknopter: “Hoor graag, Mieke”.

"Ook ik hoor graag!"
"Ook ik hoor graag!"

En dan denk ik alti­jd: Jee, ik kan me dat lev­endig voorstellen. Als dat meis­je ineens doof is gewor­den, natúúr­lijk wil zij dan graag horen! (Voor de goede orde: er zijn ook man­nen die “graag horen”, maar ik heb de indruk dat ik dit vak­er lees bij vrouwelijke afzen­ders.)

Lees verder Hoor jij ook graag?

Komma mee naar Oxford

Om de zoveel tijd komt de vraag weer eens boven bor­re­len: “Maar je mág toch hele­maal geen kom­ma voor en zetten?” Nu zijn er veel taalvra­gen waar inder­daad een sim­pel goed-of-fout antwo­ord op is – “hij wil naar huis” is goed; “hij wilt naar huis” niet – maar daar hoort deze niet bij.

komma
Het lem­ma van kom­ma

De kom­ma is een bij­na muzikaal leesteken. Je gebruikt hem om de cadans van de zin aan te geven en om de bood­schap te ver­duidelijken door aan te wijzen wat wel en niet bij elka­ar hoort. Daar­naast is de kom­ma een formeel instru­ment waarmee je de beteke­nis van een zin kunt sturen. En het is de moeite waard om daar goed op te let­ten.

Ga je even mee naar Oxford? Maak voor­dat we vertrekken wel een lijst­je van de din­gen die je mee wilt nemen. Bijvoor­beeld: een tanden­bors­tel, een boek om te lezen, je paspoort, en wat con­tant geld. En kijk, daar begint de ellende meteen al, want die laat­ste kom­ma in de vorige zin, hoort die daar wel? Oftewel, moet het niet zijn: een tanden­bors­tel, een boek om te lezen, je paspoort en wat con­tant geld? Wel­nu, dáárom gaan we juist naar Oxford!

Lees verder Kom­ma mee naar Oxford

Lokkertje

Toen we vorige week over klikaas sprak­en, schoot het me te bin­nen dat lokaas eigen­lijk een raar woord is. Want het woord aas impliceert in zijn een­t­je al dat iets of iemand gelokt gaat wor­den; denk aan het aas aan een vis­ser­shaak. En syn­on­iem voor aas is dan ook lok­spi­js, wat al veel zin­niger klinkt. Daarmee wordt “lokaas” dus een pleonasme.

Baas boven (b)aas...?
Baas boven (b)aas...?

Maar miss­chien ook niet, want aas betekent ook “prooi” – dat­gene waarop gejaagd wordt. Dan zou lokaas dus het­zelfde zijn als “lokprooi”, en dat klink weer heel redelijk. Diezelfde beteke­nis zie je bijvoor­beeld in een woord als aasvis: een kleine vis die als lokprooi gebruikt wordt om een grotere vis te van­gen.

En zelfs dan ben je er nog niet. Immers: hoe zit dat dan met een aas­gi­er? Is dat een kleine gier waarmee je grote gieren vangt? Natu­urlijk niet: een gier is een aaseter, en in deze con­text betekent aas noch “lok­spi­js”, noch “prooi”, maar “kreng”. Nee, ik zeg hier niets vrouwon­vrien­delijks… Kreng is een prachtig woord voor, ik citeer uit Van Dale: een “dood dier dat reeds min of meer tot bed­erf is overge­gaan”. Een smake­lijk, rot­tend lijk dus.

Lees verder Lokkert­je

De 575 beste redenen om dit artikel te lezen

Click­bait, heet het. Of, als je Van Dale Online moet geloven, al vanaf 2008, linkbait. (Maar heb even geduld; click­bait ver­schi­jnt te zijn­er tijd vanzelf ook in dat illus­tere naslag­w­erk. En miss­chien moet linkbait dan wel het veld ruimen. In inter­net­ter­men is 2008 immers zoi­ets als het pleis­to­ceen.)

Don't click the bait!
Don't click the bait!

Maar zelfs als je niet weet dat dat is hoe het – voor­lop­ig – heet, ken je het wel. Click­bait zijn van die kopregels/lokkertjes op web­sites die zorgvuldig op alle knop­pen in jouw brein drukken die met nieuws­gierigheid te mak­en hebben. Om er maar voor te zor­gen dat je doork­likt, want klik = kas­sa in inter­net­land.

Ik wil de click­baiters niet belo­nen met links naar hun lokpagina’s, dus ik verzin zelf een paar voor­beelden. “Deze nud­ist stond oog in oog met een griz­zly­beer – je gelooft nooit wat er toen gebeurde!” Komt je bek­end voor, niet? Nog een­t­je: “Jouw inter­net­bankieren kan nu al gehackt zijn, maar het is nog niet te laat!” Oh la la, oh la la… zie maar eens nee te zeggen tegen dit soort com­mu­ni­catiegeweld.

Een bek­end truc­je is om je clicks te bait­en door cijfers te gebruiken. Ik verzin er weer een paar. “Deze 10 film­ster­ren ver­di­enen samen meer dan 50% van de wereld­bevolk­ing.” “De 20 gênantste momenten uit GTST.” Et cetera, ad infini­tum. Dit foe­f­je is overi­gens veel oud­er dan het inter­net. De cov­ers van (lifestyle)tijdschriften kun­nen er ook wat van, en cos­met­i­cafab­rikan­ten scher­men al jaren met non­sens als “de 3 teke­nen van het oud­er wor­den”, “de 6 ken­merken van gezond haar” en “5 natu­urlijke ingrediën­ten die zweet­geur tegen­gaan”. Ja ja, en dat alles zon­der parabenen.

Toch ben je er dan nog niet, want dit cijfer­truc­je is veel, ja véél oud­er dan de tv-spot­jes die ons vertellen dat we het waard zijn en dat onze wim­pers voor­taan zo lang zullen zijn als de Afs­luit­dijk. Al in de antieke wereld draaide men zijn hand niet om voor “de 10 gebo­den” of “de zeven wereld­won­deren”.

Het is won­der­lijk hoe sterk de kracht is van het bepaald lid­wo­ord in deze con­struc­ties. Als je het hebt over “zeven wereld­won­deren” is dat best wel indruk­wekkend, maar ja, wie weet zijn er nog wel een paar. Je kunt het ook over “drie mus­ketiers” hebben, maar hoe bij­zon­der is dát nou? Zodra je zegt, “de drie mus­ketiers”, dan zijn dat niet zomaar een paar mus­ketiers meer. Die toevoeg­ing van de betekent: er is iets met deze heren, ze zijn op de een of andere manier uniek, anders dan de rest. En wereld­won­deren zijn veel dun­ner geza­aid dan mus­ketiers, dus dé 7 wereld­won­deren, nou dat is wel wat.

De 7 voordelen van kaas
De 7 voorde­len van kaas

Op dezelfde manier willen al die linkjes op web­sites hun rol als klikaas waar­mak­en. Het punt is alleen: het is best moeil­ijk om er een acht­ste wereld­won­der bij te verzin­nen, en het is ongelooflijk makke­lijk om nog 10 rede­nen te bedenken waarom One Direc­tion de beste boy­band ever is. Oftewel: deze click­baitzin­net­jes moeten steeds super­latiev­er en absur­der wor­den om über­haupt nog de aan­dacht te trekken. En dat gebeurt dan ook.

Gelukkig zijn onze hersens, waarin diezelfde knop­pen zit­ten waar het klikaas op mikt, heel genadig. Na een vol­doende dosis overkill, zeggen ze vanzelf: wat een onzin, hier ga ik niet meer op let­ten. Zoals een klok, die je naar een paar minuten niet meer hoort tikken. En dan wordt click­bait inter­net­muzak, een onn­odi­ge maar onu­itroeibare vervuil­ing van de com­mu­ni­catieomgev­ing. Ik ga maar eens een boek lezen, kijken of daar nog een leuke cliffhang­er in zit.

Piet punt nul

En daar was hij weer. De punt-nul. Op de voor­pag­i­na van de NRC, in een artikel over de aan­pak van hooli­gans bij de intocht van Sin­terk­laas. (Wie had ooit gedacht dat we de woor­den Sin­terk­laas en hooli­gans in één zin tegen zouden komen?) De zin loopt als vol­gt: “Het hard­ere, maar kleinere protest is het resul­taat van polderen 3.0.”

"2.0" 2.0
"2.0" 2.0

De punt-nul is voor het eerst gespot in 1999, in de Engelse com­bi­natie Web 2.0. Dit was in de tijd dat het inter­net nog een luier droeg en net zijn eerste stap­jes deed in de richt­ing van inter­ac­tiviteit. En dat was ook meteen wat die 2.0 inhield: bestond het “oude” web nog uit passieve (tekst)pagina’s die alleen infor­matie lever­den, Web 2.0 pak­te ambitieus uit met dynamis­che pagina’s waar je als gebruik­er ook gegevens kon invo­eren en aan­passen.

Snel daar­na werd 2.0 gemeen­goed, in de zin van: vernieuwd, van de vol­gende gen­er­atie. Poli­tiek 2.0, het huwelijk 2.0, fotografie 2.0… het hield niet op. Ook zag je (al was het min­der vaak) het retron­iem 1.0, wat dan betekent: oud­er­wets, van vroeger. En ook, nog zeldza­mer, de toevoeg­ing 3.0 – om te sug­ger­eren dat zelfs 2.0 alweer passé is en dat er weer een nieuwe rev­o­lu­tie overeen is gegaan. Zo is 3.0 dus eigen­lijk 2.0 2.0.

Lees verder Piet punt nul

Turing Revisited

Wie vorige week door de Taalei­doscoop keek, heeft al ken­nis gemaakt met Eugene Goost­man – het com­put­er­pro­gram­ma dat door een mens na te doen (zoge­naamd) de Tur­ingtest won. Korte samen­vat­ting: er waren mensen die in een korte tek­st­con­ver­sa­tie à la What­sApp dacht­en dat “Eugene” een echt mens was. De pro­gram­meurs die dit praat­pro­gram­ma maak­ten, vier­den feest alsof ze net Brazil­ië met 1-7 ver­sla­gen had­den in de halve finale van het WK. Maar is dat wel terecht?

Stap­je terug. Alan Tur­ing ver­zon zijn “test” als een manier om een antwo­ord te vin­den op de vraag: kun­nen machines denken? Dat was in 1950, in een paper met de titel “Com­put­ing Machin­ery and Intel­li­gence”, in het vak­blad Mind. Let op de woord­keuze, en op het jaar­tal. “Machines”, “com­put­ing machin­ery”, negen­tien­hon­derd­vi­jftig.

Siri
Call my wife!

Oftewel: een com­put­er in de heden­daagse zin van het woord bestond nog niet. Nog lang niet. Dit was het tijd­perk, vlak na de Tweede Werel­door­log, waarin appa­rat­en die infor­matie ver­w­erk­ten zich vooral bezighield­en met het krak­en van codes of het ver­w­erken van rekenkundi­ge data. Zoi­ets als Siri op een iPhone (“Call my wife at the office!”) was nog een verre droom, een vaag idee op de hori­zon van Tur­ings ver­beeld­ingskracht.

Toch heeft Tur­ings benader­ing van het prob­leem ons miss­chien wel in de richt­ing van Siri ges­tuwd. Hij opende zijn artikel met de vol­gende twee zin­nen: I pro­pose to con­sid­er the ques­tion, “Can machines think?” This should begin with def­i­n­i­tions of the mean­ing of the terms “machine” and “think.” Om ver­vol­gens te zeggen dat de gebruike­lijke defin­i­ties van bei­de ter­men niet een­duidig genoeg zijn om ermee verder te kun­nen. Daarom stelde hij voor om de vraag anders vorm te geven. En zo kwam hij op de “test” die ik al in de eerste alin­ea omschreef: laat een machine een mens nadoen in een tek­st­ge­sprek.

Lees verder Tur­ing Revis­it­ed