Feuteren

Je hebt van die woorden waarvan de uitspraak niet voor de hand ligt. Het geinige daaraan is: je kunt naar twee kanten toe een uitglijder maken. Eén: je spreekt het woord onterecht uit zoals het geschreven staat (“frie-tus” in plaats van “friet” voor frites). Twee: je schrijft het woord onterecht zoals het uitgesproken wordt (“sjek” in plaats van shag).

Hoe fraai dan die flashback die ik onlangs kreeg bij het kijken naar een Amerikaanse film op tv. Ik werd in een instant-tijdmachine teruggevoerd naar een leslokaal in het St.-Vituscollege in Bussum, anno jaren tachtig. Daar stond een klasgenoot een spreekbeurt te houden over ontgroeningen bij het studentencorps.

Er ontstond een wat lacherig soort onzekerheid bij de rest van de klas, want deze medescholier beweerde zonder blikken of blozen (dachten we) dat de nieuwe lichting corpsleden – de te ontgroenen groentjes dus – “voeten” heetten. Voeten dit, voeten dat; gniffel, gniffel in de klas. Nee, legde hij uit, toen hij het gegiebel bemerkte, het is “foeten”, met een f. Dat is een raar woord, maar zo heten die lui nou eenmaal.

Foetende foeten
Foetende foeten

Lees verder Feuteren

Ambassawattes?

Inflatie is een bekend – en gevreesd – economisch fenomeen waarbij geld minder waard wordt naarmate de tijd verstrijkt. Een daarvan afgeleide term, op het gebied van taal, is betekenisinflatie. Als een woord lijdt aan betekenisinflatie, wordt het steeds vaker te pas en te onpas gebruikt, waardoor de oorspronkelijke, kernachtige betekenis aan kracht verliest.

Een van mijn favoriete, betreurde slachtoffers van betekenisontwaarding is uniek. Dat betekent voor veel mensen al lang niet meer “enig in zijn soort”, en wordt nu meestal gebruikt als synoniem voor bijzonder en speciaal. Met het EK in volle gang zie je nu her en der leuke, knaloranje, en in massale hoeveelheden geproduceerde “unieke T-shirts”. Ja, ja.

"Unieke opdruk"... écht?
“Unieke opdruk”… écht?

Een ander woord dat danig verwaterd is, is ambassadeur. Toen de wereld nog jong en fris was, was een ambassadeur een man of vrouw van enige betekenis, een gevolmachtigd gezant, een diplomatiek zaakgelastigde. Maar vandaag de dag is elke bekende Nederlander die ook maar een béétje impresario heeft ook “ambassadeur”.

Lees verder Ambassawattes?

Joker

De afgelopen weken was het weer eens zover: in mijn supermarkt kon je Jokers plakken om jezelf te verwennen met extra korting. En het filiaal waar ik mijn boodschappen doe is helemaal fijn, want daar kun je doen aan “zelfscannen”, en dan hoef je niet meer lang in de rij te staan voor de kassa.

Maar de wereld is geen aards paradijs, want je kunt natuurlijk niet én Jokeren én zelfscannen tegelijk. Om de nietsvermoedende klant hierop attent te maken, had ’s lands jokerigste kruidenier een berichtje opgehangen bij de zelfscanapparaten. (Zie de foto of de tekst aan het eind van dit taalverhaal.)

Nu hou ik er niet van om schoolmeesterachtig de rode pen te hanteren als een terechtwijzend vingertje. Iedereen maakt wel eens een fout. Maar dit zelfscan-joker-papiertje heb ik toch even aandachtig bekeken.

Lees verder Joker

Verstoppertje

Nou kijk, ik gebruik dus echt nooit stopwoordjes. Want het is dus zo, dat die echt helemaal overbodig zijn, weet je? Ik bedoel, je hebt van die mensen, weet je wel, die eigenlijk echt om de haverklap van die woordjes gebruiken, je weet wel, van die woordjes die niks toevoegen aan wat je zegt. Dus.

Afijn, je begrijpt denk ik wel wat ik dus bedoel. Ja? Ik bedoel, ik had het er gister nog met mijn zwager over, gewoon bij de lunch, en toen zei ik, ik zeg, oké, ik zeg weet je, die stopwoordjes hè, dat klopt eigenlijk voor geen meter. Die naam dus. Stop-woordjes. Ja?

STOP!!
STOP!!

Lees verder Verstoppertje

Monster

Dit verhaal eindigt met een pauw, maar het begint in het oude, mythologische Griekenland met een nimf. Daar waren er nogal wat van, en het gaat nu om de nimf Io, die behoorde tot de entourage van de godin Hera.

jupiter-io
Jupiter en Io (Corregio, c.1531)

Nu moet Io een mooi meisje geweest zijn, want niemand minder dan Hera’s echtgenoot Zeus – je weet wel, de oppergod – werd smoorverliefd op haar. Dat heb je, hè, met nimfen. Zeus had goede reden om te denken dat Hera achterdochtig zou zijn, want hij hield er nogal wat vriendinnetjes op na. Om te voorkomen dat Hera achter zijn avontuurtje met Io zou komen, vermomde hij zich als een wolk, zodat ze niet gezien konden worden. (Het heeft zo zijn voordelen om oppergod te zijn.)

Maar Hera was niet op haar achterhoofd gevallen, en dook snel die wolk in om te zien wat daar gebeurde. Zeus, die geen zin had in nog een ruzie, veranderde Io snel in een vaars (een jonge koe), en deed alsof er niets aan de hand was. Maar Hera wist wel beter, en om Zeus te pesten nam ze de vaars Io meteen aan, als geschenk. Dank je wel, Zeus. Hera bond Io vast aan een olijfboom en beval een van haar dienaren, een monster met de naam Argus (een reus met honderd ogen), om haar te bewaken.

Lees verder Monster

Wijnglas

Het rumoer rond de laatste twee, ingrijpende, herzieningen van de spelling van het Nederlands – in 1995 en 2005 – is inmiddels wel een beetje gaan liggen. Het doet niet echt pijn meer dat een pannenkoek een pannenkoek is en dat een kattebelletje en een kattenbelletje twee verschillende dingen zijn.

Een kattenbelletje
Een kattenbelletje

Er valt intussen nog best wat af te dingen op hoe “ingeburgerd” de nieuwe spellingsregels zijn, maar dat is iets voor een ander stukje. Hier gaat het over het feit dat veel meer termen dan vroeger nu aaneengeschreven worden, zonder streepjes of spaties. En dan wil ik specifiek kijken naar combinaties van een bijvoeglijk naamwoord of telwoord + zelfstandig naamwoord + zelfstandig naamwoord. Die schrijf je namelijk aan elkaar, als één woord.

Ik heb daar even aan moeten wennen. Een term als het Engelse long-term planning vind ik elegant en overzichtelijk: je ziet mooi hoe de drie componenten zich tot elkaar verhouden. Deel één zegt iets over deel twee, en die zijn met een streepje verbonden. Samen zeggen ze weer iets over deel drie, en daar staat een spatie tussen.

Ook in het Nederlands zou je “lange-termijn planning” kunnen schrijven, maar het is toch echt langetermijnplanning – één woord. Hetzelfde geldt voor eenpersoonsbed, tweetaktmotor en driegangendiner. Dat zijn woorden die vrij gangbaar zijn en door veel lezers probleemloos verorberd zullen worden. Maar geldt dat ook voor iets minder vaak gelezen termen als korteafstandsvlucht, hogeresolutiebeelden en rodewijnglas?

Lees verder Wijnglas

Verdrietje zonder vlees

Het zijn van die dingen waar je je waarschijnlijk niet druk over moet maken. Maar toch gaat er bij mij een alarmbelletje rinkelen telkens als ik iemand hoor zeggen: Daan is vegetarisch.

Nou ja, “druk maken” is een groot woord – maar het is een van mijn pet peeves: Daan is niet vegetarisch, zijn dieet is het! Aan Daan zit heus wel wat vlees, anders was het niet goed met hem gesteld…

Vegetariër?
Vegetariër?

(Overigens, verzin maar eens een fatsoenlijke vertaling voor pet peeve. Ik vind het een prachtige en nuttige term, maar de voorzet die Van Dale doet, “gekoesterd verdrietje”, kan echt niet door de beugel.)

Goed, mensen zijn dus niet vegetarisch, maar vegetariër. Nu zijn er vegetariërs die af en toe ook vis of gevogelte eten. Strikt genomen kunnen dit echter geen vegetariërs zijn, want aan een zalm of kip zit, net als aan Daan, vlees. Je hoeft niet ver te zoeken om uit deze impasse te komen: er zijn speciale woorden voor iemand die vlees mijdt maar toch vis (of gevogelte) eet.

Lees verder Verdrietje zonder vlees

Sunday star

Het is al weer ruim een maand geleden dat Neerlands trots in zwarte boeken een onuitwisbare indruk maakte op een verslaggever van het tijdschrift Vanity Fair door te zeggen dat ze een “Sunday child” was. Waarop de interviewer natuurlijk reageerde met een welgemeend “Pardonneke?” (maar dan in het Engels).

Zondagskind
Zondagskind

Want het begrip zondagskind mag dan in Nederland geen verdere uitleg behoeven, dat wil niet zeggen dat je het blindelings kan vertalen naar het Bengaals of Slowaaks (of naar het Engels!) en verwachten dat men snapt wat je bedoelt. Het is er een in de categorie: “Toen dat gebeurde, werd ze roze gekieteld”. (Als je het Engelse idioom niet kent, is die zin zowel onzinnig als ongrappig.)

Toch werden mijn taalvoelsprieten wel gekieteld door deze uitspraak van filmster Carice van Houten. Want: hoe zeg je dan wel in het Engels dat iemand een zondagskind is? Ik had wel een kreet die meteen in me opkwam, maar toch – eerst even het grote Van Dale vertaalwoordenboek geraadpleegd. En wat staat daar tot mijn opperste verbazing?

Lees verder Sunday star