Gebarengebrabbel

Een van de onder­schei­dende ken­merken van het menselijk bedri­jf is een ver­lan­gen om de wereld te door­gron­den. Ten­min­ste, ik heb nog geen aan­wi­jzin­gen dat dolfi­j­nen en chim­pansees ook maar iets hebben onder­nomen om een verk­lar­ing te zoeken voor waarom er een zwart gat zit in het cen­trum van elk groot melk­weg­s­telsel. Dat soort vra­gen, daar mogen we toch wel van uit­gaan, stelt alleen de mens zich.

Zo denk ik ook niet dat een leguaan of een rood­borstje er ooit op zal komen om een boek te schri­jven als The Com­plete Idiot’s Guide to the Sci­ence of Every­thing. Toen ik over dit boek hoorde, moest ik hem meteen even online opzoeken – wat een fan­tastis­che titel!

Kekke titel!
Kekke titel!

Je kunt je mijn bli­je ver­baz­ing voorstellen toen ik ont­dek­te dat er een hele serie van zulke boeken is, The Com­plete Idiot’s Guide to alles van Com­put­er Basics tot Organ­ic Liv­ing. (Ik weet niet of deze serie het con­cept heeft gepikt van de bek­ende For Dum­mies-boeken of ander­som, maar het is ongeveer het­zelfde idee.)

Lees verder Gebarenge­brabbel

Melange

Op tv zapte ik tegen een jonge kok aan die in snel tem­po gerecht­en tevoorschi­jn toverde die niet al te moeil­ijk waren om te mak­en en toch redelijk gezond. Zijn naam ken ik niet, maar hij was gepast non­cha­lant gek­leed, met gepast non­cha­lant haar en ook een gepast non­cha­lant taal­ge­bruik. De zoveel­ste Jamie Oliv­er-kloon, zullen we maar zeggen.

Hoewel er niets mis is met mini­crois­san­t­jes met parma­ham en moz­zarel­la-basilicumvulling (verzin het maar!), was wat mij het meest opviel aan deze hippe kookme­neer een woord. Want toen hij gepast non­cha­lant een aan­tal ingrediën­ten in de keuken­ma­chine had gewor­pen om een pick­nick­drankje te mix­en, zei zij met een strak gelaat, “Zo, en nu alles nog even blenderen, en dan is het klaar.” Of iets van die strekking.

Lees verder Melange

Fastfood

Uitein­delijk lei­dt dit ver­haal naar een nieuw woord, maar in de aan­loop ernaar­toe moet ik eerst even bijkomen van de ver­baz­ing. Ik wilde iets schri­jven over fast­food, en googelde wat infor­matie over frikan­dellen. Nee, niet frikadellen, dat zijn gebraden ballen gehakt – ik bedoel die gefritu­urde slur­f­jes samengeperst vlees.

Dat dus...
Dat dus...

Per jaar stouwt frikan­del­lend Ned­er­land 500.000.000 van die din­gen weg. Kom gerust even op adem, en dan nu nog een keer. Vijf… hon­derd… miljoen! Dat betekent dat de gemid­delde pol­d­er­mens (alle zuigelin­gen, tande­loze hoog­be­jaar­den en veg­e­tar­iërs meegerek­end) elk jaar meer dan der­tig frikan­dellen veror­bert. Dat is zowat één slurf per week per homo junk­foodus.

Lees verder Fast­food

Consternatie

Twee weken gele­den ging het over Drac­u­la, de niet al te beste hor­ror­ro­man die des­on­danks een klassiek­er is gewor­den. Van­daag ga ik dit taalver­haal nog verder uit­melken – of, gezien het onder­w­erp: het bloed er nog verder uit zuigen – door een lijn­t­je te trekken naar pag­i­na 2067 van het Van Dale Groot woor­den­boek van de Ned­er­landse taal, veer­tiende uit­gave.

Dat ligt miss­chien niet hele­maal voor de hand, maar het kan. Let op.

Lees verder Con­ster­natie

Kan jij dit?

Ach, wat was het mooi. In Amstelveen, bij het winkel­cen­trum, op weg naar mijn auto, ben ik bli­jven staan om ernaar te kijken, minuten­lang. (Gelukkig maar, want anders was het sec­on­de­lang geweest, en dat woord, in de nieuwe spelling zon­der tussen-n, vind ik nog steeds te debiel voor woor­den.)

Een meis­je van een jaar of vijf liep hand in hand met haar oma op het plein. Ineens zei ze vrolijk, "Kan jij dit?" Ze liet haar oma's hand los en ging op één been staan. Deze oma wist van wan­ten, want hopla! ze ging ook op één been staan. Haar klein­dochter glun­derde.

Lees verder Kan jij dit?

Nosferatu

Twee weken gele­den werd ik verbli­jd door een dode dame. Ze stierf in de pestepi­demie die Venetië in 1576 plaagde, en haar resten zijn nu ont­dekt in een mas­sagraf uit die tijd. Deze mevrouw verbli­jdde me omdat ze net even anders dan anders was: ze werd begraven met een bak­steen in haar mond.

Vampier?
Vampi­er?

Weten­schap­pers denken dat dit was omdat de vrouw ervan ver­dacht werd een vampi­er te zijn. Geen vampi­er in de bek­ende "bloed­drinker" zin van het woord, maar een heks die (vol­gens een toen wijd­ver­breid bijgeloof) de pest bracht door na haar dood door haar lijk­wade heen te kauwen en zo de ziek­te te ver­sprei­den. Om dat te voorkomen, stopten grafdelvers een bak­steen in de mond van ver­moedelijke vampiers.

Lees verder Nos­fer­atu