Spa rood

Van­mor­gen vroeg, op kan­toor. Op weg naar de pantry vroeg ik in het voor­bi­j­gaan aan een col­le­ga, “Heb je zin in een kop­je koffie of thee?” Waarop het antwo­ord was, “Ehm… een spa rood alsje­blieft.”

Bubbels
Bubbels

En eigen­lijk is dat heel raar. Niet omdat er iets mis is met een glaas­je bubbel­wa­ter op de vroege ocht­end, en zelfs niet omdat het geen antwo­ord is op de vraag. Het is opmerke­lijk omdat het én geen antwo­ord is op de vraag én toch volkomen klopt.

Als je het pad der log­i­ca bewan­delt, kan de vraag “Is het A of B?” slechts op drie manieren beant­wo­ord wor­den. Het antwo­ord is óf “A” óf “B” óf “geen van bei­de”. Je hoeft geen deduc­tiewon­der te zijn om te zien dat het antwo­ord van vanocht­end, die spa rood, valt in de cat­e­gorie “geen van bei­de”. Maar wat mijn gesprekspart­ner deed, was heel effi­ciënt één tussen­ronde uit deze gedachtewis­sel­ing schrap­pen.

Verder lezen Spa rood

Therapeutisch

Soms lees je een tekst waar je een “dou­ble take” bij doet: je leest de woor­den snel nog eens terug om te kijken of er echt wel staat wat jij dacht dat er stond.

Ik had dat met de ver­pakking van een flesje met home­opathis­che kor­relt­jes (“gran­ules”, vol­gens het doos­je). Die omschreef de inhoud als een “home­opathisch geneesmid­del zon­der spec­i­fieke ther­a­peutis­che toepass­ing”.

 

Nou kan je twisten over de merites van de home­opathie. En dan zou je al bij voor­baat kun­nen zeggen dat de woord­com­bi­natie “home­opathisch geneesmid­del” een con­tra­dic­tio in ter­min­is is. Maar ook als we dat sta­tion even over­slaan, kun je er toch niet omheen dat er iets merk­waardigs is aan de frase “geneesmid­del zon­der spec­i­fieke ther­a­peutis­che toepass­ing”.

Verder lezen Ther­a­peutisch

Pomp 3

Er zijn van die din­gen waar je maar niet aan went. Ik maak soms gebruik van ben­zines­ta­tions zon­der per­son­eel. Je kent ze wel – je betaalt aan de pomp met je pin­pas en rijdt meteen door, zon­der aan een kas­sa te hoeven afreke­nen.

Pomp zonder Brein
Pomp zon­der Brein

Maar zo’n pin­pomp moet natu­urlijk meer kun­nen dan zijn evenknie bij een gewoon ben­zines­ta­tion: hij moet met je afreke­nen. Dat doet hij door je te vra­gen om voor het tanken je pas­je door de lez­er te halen en je pin­code in te toet­sen. Om het pro­ces te verge­makke­lijken, vertelt hij je pre­cies wat je moet doen.

Steek uw pas in de lez­er. Haal uw pas uit de lez­er. Deze pas in onbruik­baar. (Grrr.) Steek uw pas in de lez­er. Haal uw pas uit de lez­er. Toets uw pin­code in. Kies uw prod­uct. Wilt u een trans­ac­tiebon?

En als je dan aan het Brein in de machine alles hebt verteld wat het wil weten, zegt het scherm iets in de trant van: U kunt nu tanken aan pomp 3.

Verder lezen Pomp 3

Bok

Al langer had ik het idee om eens iets te schri­jven over het woord capri­olen. Dat is er zo een waar­van de herkomst niet meteen duidelijk is en waar je een leuke ety­molo­gie achter ver­moedt. En dat klopt.

Voor de volledigheid: als iemand capri­olen maakt, dan haalt hij (in de woor­den van Van Dale) “rare streken” uit. Gekkigheid. Bokken­spron­gen. En wat blijkt? Die asso­ci­atie met een man­net­jes­geit (bok) komt niet zomaar uit de lucht vallen. Want het woord capri­ool stamt af van het Ital­i­aanse capri­o­lo, wat reebok betekent. Een Ned­er­landse capri­ool was dan ook eerst gewoon een sprong in de lucht, nog voor­dat het “gekkigheid” ging beteke­nen.

Capriool!
Capri­ool!

Dat capri­o­lo voert op zijn beurt terug op het Lati­jnse capre­o­lus (wilde geit) en is ver­want aan het Ital­i­aanse capro (geit). En daarmee ben je al een stap dichter bij een woord dat het Ned­er­lands uit het Frans heeft overgenomen: caprice. Of, weer in het Ital­i­aans, capric­cio. Een caprice is een gril, een bevlieg­ing; en een capric­cio is een muziek­stuk dat zon­der vast schema, gril­lig gecom­poneerd is.

Maar daarmee ben je er nog niet, want het is de moeite waard om nog een zijstap­je te mak­en. In dit ver­haal is namelijk ook nog plaats voor een ander bokken­wo­ord: cabri­o­let.

Verder lezen Bok

School

Sinds mijn oud­ste zoon dit jaar naar de mid­del­bare school gaat, is zijn wereld steeds grot­er aan het wor­den. Met grote stap­pen. Het is verbluffend hoe snel de oude, veilige omgev­ing van de basiss­chool is gaan horen tot de pre­his­to­rie van zijn onder­wi­js­car­rière.

Zijn broer is ruim drie jaar jonger en lift een beet­je mee op deze nieuw ver­wor­ven wijsheid. Vanocht­end, op weg naar school, vertelde hij me dat hij het hele­maal had uitge­dok­terd. Zijn samen­vat­ting gin ongeveer als vol­gt.

“Eerst ga je naar de crèche. Dat duurt vier jaar. Dan ga je naar school en dat duurt acht jaar. Daar­na ga je naar de mid­del­bare school, en daar zit je vijf of zes jaar op. Dan ga je naar de uni­ver­siteit. Daar­na ga je een paar jaar werken en dan ben je vrij.”

School...?
School…?

Je kunt natu­urlijk muggen­ziften over details, maar ik vond dat hij de spijk­er behoor­lijk goed op zijn kop had ges­la­gen.

Wat ik mooi vond, was zijn gebruik van het woord school. Hij weet wel dat zijn school een “basiss­chool” is, maar dat doet er eigen­lijk niet toe. Zijn school is gewoon school. Zijn broer gaat dan wel naar een mid­del­bare school, maar dat is eigen­lijk toch iets heel anders dan “school”.

Verder lezen School

Eindbaas

Het is won­der­lijk hoe de mens zich ontwikkelt in de loop van het lev­en. Ik weet nog hoe ik als tiener pre­cies wist wie er in de Top 40 op num­mer één stond. En dat ik vurig hoopte dat de num­mer twee vol­gende week aan de top zou staan.

Dat soort over­denkin­gen waren geen ijdele spiel­erei, het was belan­grijk. Ik vond het belache­lijk dat “oude mensen” van der­tig of zo geen idee had­den wie de hoog­ste sti­jger was deze week. En ik zwo­er dat ik anders zou zijn: als ik groot was, bleef ik wél op de hoogte van de hitli­jsten.

Wel­nu, ik ben 42 en ik weet al jaaaren niet meer wie er op één staat. En helaas, toegegeven, ik vind dat ook niet meer belan­grijk. Ken­nelijk zijn er dus stra­ta in je lev­en (in dit geval: je tiener­ti­jd) waar je doorheen beweegt en waar je je mee ver­bon­den voelt, maar die je ook weer onge­merkt ver­laat. Maar het stra­tum zelf bli­jft bestaan, ook als jij er geen deel meer van uit­maakt.

Verder lezen Eind­baas