Aaibaar

Het is won­der­lijk hoe snel din­gen op hun kop kun­nen komen te staan. Vorige week zag ik in de krant een kop bij een artikel over de ver­jaardag van de draag­bare cas­sette­spel­er: “Walk­man (oer-iPod) bestaat der­tig jaar”. Maar hoe lang is het gele­den dat de iPod werd uit­gelegd met ter­men als “de walk­man van de 21ste eeuw”? Nog geen acht jaar.

Ah, de goeie oude tijd...
Ah, de goeie oude tijd…

In min­der dan een decen­ni­um is ons begrip van kleine muziek­spel­ers ken­nelijk gegaan van een iPod is een walk­man, maar dan anders naar een walk­man is een iPod, maar dan anders. In het eerste geval betekent “anders”: beter, gea­vanceerder. In het tweede geval betekent het: ver­oud­erd,  achter­haald.

Ik vind dit inter­es­sant, omdat het weer­spiegelt hoe wij mensen in wezen luie, ego­cen­trische wezens zijn.

(Voor de goede orde: ik zeg dat niet sar­castisch of afkeurend. Hoog­stens met een goedaardig vleug­je ironie. Het is niet slecht dat de mens lui en ego­cen­trisch is, het is gewoon de manier waarop de natu­ur werkt. Een organ­isme richt zich op de eerste plaats op zijn eigen belang, en doet dat met zo min mogelijk ver­spilling van energie. Mestkev­ers en tulpen­bollen zijn ook lui en ego­cen­trisch.)

Een mens heeft per dag maar een bepaalde hoeveel­heid tijd en aan­dacht te best­e­den, en daar moet je dus zorgvuldig mee omgaan. Je richt je energie op die din­gen die voor jou het meest rel­e­vant zijn (ego­cen­trisch), en je doet dat zo effi­ciënt mogelijk (lui). Dat ver­taalt zich bijvoor­beeld in het hebben van rou­tines. Rou­tineus gedrag is van onschat­baar grote waarde; zon­der die ver­stand-op-nul modus zouden we knet­tergek wor­den van alle indrukken, veran­derin­gen, nuances en keuzes die we tegenkwa­men.

In taal­land hebben we ook zo onze rou­tines. We groeperen din­gen samen onder één noe­mer en denken in cat­e­gorieën, want dat is wel zo makke­lijk. Het is een vorm van vereen­voudig­ing en stan­daardis­er­ing van com­mu­ni­catie. Daarom is alle bron­wa­ter een spa rood, zijn alle Ned­er­lan­ders van niet-west­erse afkomst allochtoon, en zijn alle muziek­spel­ers op zak­for­maat een walk­man.

Ten­min­ste, tot­dat de iPod kwam. Want die was zó anders dan een “walk­man” dat die naam niet meer vold­eed: de betekenisaf­s­tand was te groot. En zo werd in ons brein (lui en ego­cen­trisch) het woord­je walk­man in het hok­je “muziek op zak” heel effi­ciënt en effec­tief ver­van­gen door iPod.

Tot nu toe heeft de term iPod weer­stand gebo­den aan de ver­lei­d­ing om gener­iek gebruikt te wor­den: niet elke mp3-spel­er heeft de, eh, iBaarhei­ds­fac­tor van een iPod. En dat wil pro­du­cent Apple vast graag zo houden…

Wat vind jij?