In het zuidwesten van Ierland liggen een graafschap en een stad die dezelfde naam dragen: Limerick. Dat is voor goed geïnformeerde lezers misschien al genoeg om te weten wat de titel van dit stukje betekent, maar gun me de tijd om eerst even te kijken naar anapesten, amfibrachen en jamben. Dat klinkt als een scheldkanonnade uit de mond van Kapitein Haddock, maar dat is het niet.

Het zijn versvoeten, de bouwstenen waarmee je metra maakt. Metrums, mag ook. Een metrum is een aanduiding voor het ritme, de cadans van een verstekst.
Om maar met de laatste te beginnen: een jambe is een versvoet die uit twee lettergrepen bestaat. De eerste krijgt geen klemtoon, de tweede wel. Dus: te-TUM. De volgende zin bestaat uit vijf jamben: De broer van Piet is lelijk en gemeen. Tel maar na. Voor de onbevreesden onder ons: die voorbeeldzin is een jambische pentameter. Het voorvoegsel penta- is Grieks voor “vijf”, net als in pentagon, vijfhoek. (Het gebouw van het Amerikaanse ministerie van Defensie is dan ook vijfhoekig.)










