Blog

  • AABBA

    AABBA

    In het zuidwesten van Ierland liggen een graafschap en een stad die dezelfde naam dragen: Limerick. Dat is voor goed geïnformeerde lezers misschien al genoeg om te weten wat de titel van dit stukje betekent, maar gun me de tijd om eerst even te kijken naar anapesten, amfibrachen en jamben. Dat klinkt als een scheldkanonnade uit de mond van Kapitein Haddock, maar dat is het niet.

    Welkom in ons gedicht
    Welkom in ons gedicht

    Het zijn versvoeten, de bouwstenen waarmee je metra maakt. Metrums, mag ook. Een metrum is een aanduiding voor het ritme, de cadans van een verstekst.

    Om maar met de laatste te beginnen: een jambe is een versvoet die uit twee lettergrepen bestaat. De eerste krijgt geen klemtoon, de tweede wel. Dus: te-TUM. De volgende zin bestaat uit vijf jamben: De broer van Piet is lelijk en gemeen. Tel maar na. Voor de onbevreesden onder ons: die voorbeeldzin is een jambische pentameter. Het voorvoegsel penta- is Grieks voor “vijf”, net als in pentagon, vijfhoek. (Het gebouw van het Amerikaanse ministerie van Defensie is dan ook vijfhoekig.)

    (meer…)

  • Gebarengebrabbel

    Gebarengebrabbel

    Een van de onderscheidende kenmerken van het menselijk bedrijf is een verlangen om de wereld te doorgronden. Tenminste, ik heb nog geen aanwijzingen dat dolfijnen en chimpansees ook maar iets hebben ondernomen om een verklaring te zoeken voor waarom er een zwart gat zit in het centrum van elk groot melkwegstelsel. Dat soort vragen, daar mogen we toch wel van uitgaan, stelt alleen de mens zich.

    Zo denk ik ook niet dat een leguaan of een roodborstje er ooit op zal komen om een boek te schrijven als The Complete Idiot’s Guide to the Science of Everything. Toen ik over dit boek hoorde, moest ik hem meteen even online opzoeken – wat een fantastische titel!

    Kekke titel!
    Kekke titel!

    Je kunt je mijn blije verbazing voorstellen toen ik ontdekte dat er een hele serie van zulke boeken is, The Complete Idiot’s Guide to alles van Computer Basics tot Organic Living. (Ik weet niet of deze serie het concept heeft gepikt van de bekende For Dummies-boeken of andersom, maar het is ongeveer hetzelfde idee.)

    (meer…)

  • Melange

    Melange

    Op tv zapte ik tegen een jonge kok aan die in snel tempo gerechten tevoorschijn toverde die niet al te moeilijk waren om te maken en toch redelijk gezond. Zijn naam ken ik niet, maar hij was gepast nonchalant gekleed, met gepast nonchalant haar en ook een gepast nonchalant taalgebruik. De zoveelste Jamie Oliver-kloon, zullen we maar zeggen.

    Hoewel er niets mis is met minicroissantjes met parmaham en mozzarella-basilicumvulling (verzin het maar!), was wat mij het meest opviel aan deze hippe kookmeneer een woord. Want toen hij gepast nonchalant een aantal ingrediënten in de keukenmachine had geworpen om een picknickdrankje te mixen, zei zij met een strak gelaat, “Zo, en nu alles nog even blenderen, en dan is het klaar.” Of iets van die strekking.

    (meer…)

  • Fastfood

    Fastfood

    Uiteindelijk leidt dit verhaal naar een nieuw woord, maar in de aanloop ernaartoe moet ik eerst even bijkomen van de verbazing. Ik wilde iets schrijven over fastfood, en googelde wat informatie over frikandellen. Nee, niet frikadellen, dat zijn gebraden ballen gehakt – ik bedoel die gefrituurde slurfjes samengeperst vlees.

    Dat dus...
    Dat dus…

    Per jaar stouwt frikandellend Nederland 500.000.000 van die dingen weg. Kom gerust even op adem, en dan nu nog een keer. Vijf… honderd… miljoen! Dat betekent dat de gemiddelde poldermens (alle zuigelingen, tandeloze hoogbejaarden en vegetariërs meegerekend) elk jaar meer dan dertig frikandellen verorbert. Dat is zowat één slurf per week per homo junkfoodus.

    (meer…)

  • Consternatie

    Consternatie

    Twee weken geleden ging het over Dracula, de niet al te beste horrorroman die desondanks een klassieker is geworden. Vandaag ga ik dit taalverhaal nog verder uitmelken – of, gezien het onderwerp: het bloed er nog verder uit zuigen – door een lijntje te trekken naar pagina 2067 van het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal, veertiende uitgave.

    Dat ligt misschien niet helemaal voor de hand, maar het kan. Let op.

    (meer…)

  • Kan jij dit?

    Kan jij dit?

    Ach, wat was het mooi. In Amstelveen, bij het winkelcentrum, op weg naar mijn auto, ben ik blijven staan om ernaar te kijken, minutenlang. (Gelukkig maar, want anders was het secondelang geweest, en dat woord, in de nieuwe spelling zonder tussen-n, vind ik nog steeds te debiel voor woorden.)

    Een meisje van een jaar of vijf liep hand in hand met haar oma op het plein. Ineens zei ze vrolijk, “Kan jij dit?” Ze liet haar oma’s hand los en ging op één been staan. Deze oma wist van wanten, want hopla! ze ging ook op één been staan. Haar kleindochter glunderde.

    (meer…)

  • Nosferatu

    Nosferatu

    Twee weken geleden werd ik verblijd door een dode dame. Ze stierf in de pestepidemie die Venetië in 1576 plaagde, en haar resten zijn nu ontdekt in een massagraf uit die tijd. Deze mevrouw verblijdde me omdat ze net even anders dan anders was: ze werd begraven met een baksteen in haar mond.

    Vampier?
    Vampier?

    Wetenschappers denken dat dit was omdat de vrouw ervan verdacht werd een vampier te zijn. Geen vampier in de bekende “bloeddrinker” zin van het woord, maar een heks die (volgens een toen wijdverbreid bijgeloof) de pest bracht door na haar dood door haar lijkwade heen te kauwen en zo de ziekte te verspreiden. Om dat te voorkomen, stopten grafdelvers een baksteen in de mond van vermoedelijke vampiers.

    (meer…)

  • Spontaan

    Spontaan

    Als de dag van gisteren herinner ik me dat moment uit een toneelcursus, ergens in mijn studententijd. Vijftien wat onzekere adolescenten bij elkaar in een kamer met één cursusleider, die iedereen een voor een naar voren roept voor een korte opdracht. Tegen een van de meisjes roept hij: “Zeg eens iets origineels!” En zzzzing!!! daar bevriest de jongedame. Iets origineels… Help! Kan niks verzinnen! Eh…

    De truc is natuurlijk dat wat ze ook gezegd had goed was geweest. “Citroen.” “Mijn opa was fluitspeler.” “Krijg de klere.” Wat dan ook. Alles is origineel in zo’n context, maar de druk dat je iets oorspronkelijks moet zeggen, geeft het gevoel dat niets goed is. Als je iets ongedwongens, iets impulsiefs moet doen, dat lukt het ineens niet meer.

    (meer…)