Consternatie

Twee weken gele­den ging het over Drac­u­la, de niet al te beste hor­ror­ro­man die des­on­danks een klassiek­er is gewor­den. Van­daag ga ik dit taalver­haal nog verder uit­melken – of, gezien het onder­w­erp: het bloed er nog verder uit zuigen – door een lijn­t­je te trekken naar pag­i­na 2067 van het Van Dale Groot woor­den­boek van de Ned­er­landse taal, veer­tiende uit­gave.

Dat ligt miss­chien niet hele­maal voor de hand, maar het kan. Let op.

Lees verder Con­ster­natie

Kan jij dit?

Ach, wat was het mooi. In Amstelveen, bij het winkel­cen­trum, op weg naar mijn auto, ben ik bli­jven staan om ernaar te kijken, minuten­lang. (Gelukkig maar, want anders was het sec­on­de­lang geweest, en dat woord, in de nieuwe spelling zon­der tussen-n, vind ik nog steeds te debiel voor woor­den.)

Een meis­je van een jaar of vijf liep hand in hand met haar oma op het plein. Ineens zei ze vrolijk, "Kan jij dit?" Ze liet haar oma's hand los en ging op één been staan. Deze oma wist van wan­ten, want hopla! ze ging ook op één been staan. Haar klein­dochter glun­derde.

Lees verder Kan jij dit?

Nosferatu

Twee weken gele­den werd ik verbli­jd door een dode dame. Ze stierf in de pestepi­demie die Venetië in 1576 plaagde, en haar resten zijn nu ont­dekt in een mas­sagraf uit die tijd. Deze mevrouw verbli­jdde me omdat ze net even anders dan anders was: ze werd begraven met een bak­steen in haar mond.

Vampier?
Vampi­er?

Weten­schap­pers denken dat dit was omdat de vrouw ervan ver­dacht werd een vampi­er te zijn. Geen vampi­er in de bek­ende "bloed­drinker" zin van het woord, maar een heks die (vol­gens een toen wijd­ver­breid bijgeloof) de pest bracht door na haar dood door haar lijk­wade heen te kauwen en zo de ziek­te te ver­sprei­den. Om dat te voorkomen, stopten grafdelvers een bak­steen in de mond van ver­moedelijke vampiers.

Lees verder Nos­fer­atu

Spontaan

Als de dag van gis­teren herin­ner ik me dat moment uit een toneel­cur­sus, ergens in mijn stu­den­ten­ti­jd. Vijf­tien wat onzekere ado­les­cen­ten bij elka­ar in een kamer met één cur­suslei­der, die iedereen een voor een naar voren roept voor een korte opdracht. Tegen een van de meis­jes roept hij: "Zeg eens iets orig­i­neels!" En zzzzing!!! daar bevri­est de jongedame. Iets orig­i­neels... Help! Kan niks verzin­nen! Eh...

De truc is natu­urlijk dat wat ze ook gezegd had goed was geweest. "Cit­roen." "Mijn opa was fluit­spel­er." "Kri­jg de klere." Wat dan ook. Alles is orig­i­neel in zo'n con­text, maar de druk dat je iets oor­spronke­lijks moet zeggen, geeft het gevoel dat niets goed is. Als je iets onged­won­gens, iets impulsiefs moet doen, dat lukt het ineens niet meer.

Lees verder Spon­taan

Puken

Als je een nieuwt­je hoort dat je enigszins ver­baast, dan zet je daar als recht­geaarde scep­ti­cus zo je vraagtekens bij. Maar als je datzelfde nieuwt­je daar­na nog een keer, uit andere bron, hoort -- tja, dan ga je toch twi­jfe­len.

Zoi­ets overk­wam mij met het woord kot­sen.

Het begon met mijn jong­ste zoon. Die stond op een nacht ineens naast mijn bed, met een ongelukkige blik in zijn ogen. "Papa, ik heb in mijn bed gekotst." Ik ken mijn pri­or­iteit­en, dus ik ging meteen aan de slag met hem troost­en, slok­je water geven, bed schoon­mak­en. Maar ergens in mijn achter­hoofd zat een stem­met­je dat eigen­lijk had willen zeggen, "Weet je, 'kot­sen' is een beet­je lelijk, zeg maar liev­er..." Maar ja, drie uur 's nachts is geen moment om een ziek kind de finess­es van de Ned­er­landse taal bij te bren­gen, dus ik hield wijselijk mijn mond.

Lees verder Puken

Koekjes, chips en chocomel

Een tijd­je gele­den ben ik met de kids naar het De Mirand­abad in Ams­ter­dam geweest. Wat zich voor mijn ogen ontvouwde was een soci­aal-gas­tronomisch spek­takel van ongek­ende pro­por­ties, dus dat wilde ik je niet onthouden.

Een paar andere badgas­ten had­den hun stuk­je zwem­badter­ri­to­ri­um afge­bak­end vlak voor de plek waar ik zat. Deze goede lieden sprak­en een Slavis­che taal. Russen, miss­chien? Of Polen, of Oekraïn­ers? Zoi­ets. De moed­er-over­ste van de club was een dame van een jaar of vijftig die alleen al angst inboezemde door­dat ze ongeveer even breed als lang was. Zij vat­te post op een van de stoe­len die ze verza­meld had­den en is geen moment meer van haar plaats geweest. Om haar heen ston­den drie goed vol­ge­propte tassen.

Lees verder Koek­jes, chips en chocomel