Klerekleren

Stel je voor: je bent in Mia­mi, zoals ik twee weken gele­den. Je staat in een chique depart­ment store te ape­gapen naar alle modieuze kledij die daar te koop is. En dan, bij de dameskled­ing, moet je ineens aan wc-papi­er denken…

Het menselijk brein is een won­der­lijk ding. Want ik moest hele­maal niet zelf naar de restroom, en toi­let­pa­pi­er stond ook niet op mijn bood­schap­pen­li­jst­je. Nee, ik moest eraan denken dat ik ooit gelezen had over een Scan­di­navis­che pro­du­cent die op de Britse markt een nieuw merk wc-papi­er wilde lanceren. Daar is niks mis mee, natu­urlijk, maar als je dan kiest voor de pro­duct­naam “Krap” – tja, dan sla je de bips, par­don: plank toch wel mis.

Dat is zo ongeveer alsof IKEA, dat de won­der­lijk­ste pro­duct­na­men hanteert, in Ned­er­land een wc-bors­tel zou verkopen die “Strönt” heette. Zie dan je giechel­spieren maar in bed­wang te houden.

Lees verder Klerek­leren

Dikke dame

Het is alweer een tijd gele­den, maar ik herin­ner het me nog als de dag van gis­teren. Ik sprak met een col­le­ga over idiomen. Dat zijn uit­drukkin­gen zoals “hij heeft het achter de elle­bo­gen”, waar­bij het hele gezegde iets anders betekent dan de let­ter­lijke beteke­nis van de woor­den erin.

Deze col­le­ga was een Amerikaanse, en sprak voortr­e­f­fe­lijk Ned­er­lands. Zij had een speels the­o­ri­et­je dat die gekke Ned­er­lan­ders een soort onder­be­wuste stank­fix­atie had­den, want twee van haar favori­ete Ned­er­landse idiomen had­den daarmee te mak­en. Dat waren: iemand een poepie lat­en ruiken en hij stinkt een uur in de wind.

Ik kan me goed voorstellen dat dit haar ver­make­lijk in de oren klonk, want idiomen in een andere taal klinken vaak in eerste instantie heel raar. Als je een Frans­man hoort zeggen dat je “han­den en voeten moet doen” om een prob­leem om te lossen (faire des pieds et des mains), dan snap je miss­chien best wel dat dat hemel en aarde bewe­gen betekent, maar het is toch ook kod­dig.

Lees verder Dikke dame

Eénnachtsstandje

Het is hopeloos. Ik weet dat ik geen schi­jn van kans heb. Er zijn mensen die het doen met de gedreven­heid van een kruis­vaarder, en die bakken er al niks van. Maar ik doe het alleen voor de lol, dus ik ben al bij voor­baat gedoemd om roem­loos ten onder te gaan.

Waar ik het over heb is: het verzin­nen van “echt” Ned­er­landse alter­natieven voor pop­u­laire Engelse woor­den en uit­drukkin­gen die het Ned­er­lands komen ver­rijken (of ver­pesten, het is maar hoe je ernaar kijkt).

Aan het ene eind van het spec­trum heb je woor­den waar­van zelfs de die-hard Engels-haters zullen toegeven dat ze inmid­dels “Ned­er­lands” gewor­den zijn. Je hebt je favori­ete soap gemist omdat je aan je com­put­er zat te werken. Niet “tele­visiefeuil­leton” en “reke­naar” of iets dergelijks. Aan het andere eind, als iemand zegt dat hij het rij­den op zijn nieuwe bike een hele aparte expe­ri­ence vond, dan zullen de meeste toe­ho­orders denken: waarom zegt hij niet gewoon “fiets” en “ervar­ing”? Maar daar­tuss­enin zit een groot gri­js gebied. Is het print­en of uit­draaien? Is het mon­i­tor of beeld­scherm? Is het thriller of span­nend boek?

Beeldscherm of monitor?
Beeld­scherm of mon­i­tor?

Lees verder Eén­nachts­stand­je

Feuteren

Je hebt van die woor­den waar­van de uit­spraak niet voor de hand ligt. Het geinige daaraan is: je kunt naar twee kan­ten toe een uit­gli­jder mak­en. Eén: je spreekt het woord onterecht uit zoals het geschreven staat (“frie-tus” in plaats van “fri­et” voor frites). Twee: je schri­jft het woord onterecht zoals het uit­ge­spro­ken wordt (“sjek” in plaats van shag).

Hoe fraai dan die flash­back die ik onlangs kreeg bij het kijken naar een Amerikaanse film op tv. Ik werd in een instant-tijd­ma­chine teruggevo­erd naar een leslokaal in het St.-Vituscollege in Bus­sum, anno jaren tachtig. Daar stond een klasgenoot een spreek­beurt te houden over ont­groenin­gen bij het stu­den­ten­corps.

Er ontstond een wat lacherig soort onzek­er­heid bij de rest van de klas, want deze medescholi­er beweerde zon­der blikken of blozen (dacht­en we) dat de nieuwe licht­ing corp­sle­den – de te ont­groe­nen groen­t­jes dus – “voeten” heet­ten. Voeten dit, voeten dat; gnif­fel, gnif­fel in de klas. Nee, legde hij uit, toen hij het gegiebel bemerk­te, het is “foeten”, met een f. Dat is een raar woord, maar zo het­en die lui nou een­maal.

Foetende foeten
Foe­tende foeten

Lees verder Feuteren

Ambassawattes?

Inflatie is een bek­end – en gevreesd – economisch fenomeen waar­bij geld min­der waard wordt naar­mate de tijd ver­strijkt. Een daar­van afgelei­de term, op het gebied van taal, is betekenis­in­flatie. Als een woord lijdt aan betekenis­in­flatie, wordt het steeds vak­er te pas en te onpas gebruikt, waar­door de oor­spronke­lijke, ker­nachtige beteke­nis aan kracht ver­li­est.

Een van mijn favori­ete, betreurde slachtof­fers van betekenisont­waard­ing is uniek. Dat betekent voor veel mensen al lang niet meer “enig in zijn soort”, en wordt nu meestal gebruikt als syn­on­iem voor bij­zon­der en spe­ci­aal. Met het EK in volle gang zie je nu her en der leuke, knalo­ran­je, en in mas­sale hoeveel­he­den gepro­duceerde “unieke T-shirts”. Ja, ja.

"Unieke opdruk"... écht?
"Unieke opdruk"... écht?

Een ander woord dat danig ver­wa­terd is, is ambas­sadeur. Toen de wereld nog jong en fris was, was een ambas­sadeur een man of vrouw van enige beteke­nis, een gevol­machtigd gezant, een diplo­matiek zaakge­lastigde. Maar van­daag de dag is elke bek­ende Ned­er­lan­der die ook maar een béét­je impre­sario heeft ook “ambas­sadeur”.

Lees verder Ambas­sawattes?

Joker

De afgelopen weken was het weer eens zover: in mijn super­markt kon je Jok­ers plakken om jezelf te ver­wen­nen met extra kort­ing. En het fil­i­aal waar ik mijn bood­schap­pen doe is hele­maal fijn, want daar kun je doen aan “zelf­s­can­nen”, en dan hoef je niet meer lang in de rij te staan voor de kas­sa.

Maar de wereld is geen aards paradi­js, want je kunt natu­urlijk niet én Jok­eren én zelf­s­can­nen tegelijk. Om de nietsver­moe­dende klant hierop attent te mak­en, had ’s lands jok­erig­ste kruide­nier een bericht­je opge­hangen bij de zelf­s­canap­pa­rat­en. (Zie de foto of de tekst aan het eind van dit taalver­haal.)

Nu hou ik er niet van om schoolmeester­achtig de rode pen te hanteren als een terechtwi­jzend vingert­je. Iedereen maakt wel eens een fout. Maar dit zelf­s­can-jok­er-papiert­je heb ik toch even aan­dachtig bekeken.

Lees verder Jok­er