Blog

  • Een eeuwtje meer of minder

    Een eeuwtje meer of minder

    Waar zouden we toch zijn zonder gezond verstand? Taal vereist een zekere mate van codificeren, maar wordt gedragen door een netwerk van aannames.

    En dat is maar goed ook. Want als iedereen altijd alles tot in detail zouden moeten uitleggen en bewijzen, zou de machine van de menselijke beschaving onmiddellijk stroef vastlopen en onbruikbaar worden. Bij bijna alles wat we doen gaan we ervan uit dat iets zus of zo is. En nogmaals, dat is maar goed ook.

    Ik kom hier zo op terug. Eerst moet ik even een uitstapje maken naar de krant. Mijn dagblad bestookt me al een tijdje met advertenties voor een tv-serie, The Hour. Deze reclame poogt me ertoe te verleiden de dvd-box te kopen door me te vertellen dat de serie uit zijn voegen barst van de “voelbare seksuele spanning” – een pleonasme, want onvoelbare seksuele spanning is geen seksuele spanning. Verder wordt er nog gerept over de “dodelijke samenzwering” en de “intense ambities” die deze “heerlijk stijlvolle dramaserie” zo leuk maken.

    Maar dat alles gaat aan me voorbij, want ik haak al af bij de omschrijving van de historische context van het verhaal. Deze serie is namelijk “gesitueerd in het Londen van de jaren ’50 van de vorige eeuw”. Vergeet even dat dat gesitueerd een beetje chic-doenerig klinkt. Vergeet ook dat er helemaal geen apostrof hoort voor het getal in de jaren 50. Nee, het is die “vorige eeuw” die mij dwarszit.

    (meer…)

  • Aalmoes

    Aalmoes

    Ik was net met mijn kinderen naar de bioscoop geweest, en we baanden ons gedrieën een weg door de kou heen, terug naar de auto. Druk pratende over hoe leuk de film was, passeerden we een dakloze die bij de ingang van een parkeergarage stond te bedelen.

    Pablo Picasso: “De oude bedelaar”

    Hoe cru het ook klinkt, voor mijn volwassen ogen hoorde deze vrouw – de zoveelste bedelaar – min of meer bij het straatbeeld. Maar mijn jongste (9) dacht daar anders over. Hij hield me tegen en zei, “Papa, moeten we die mevrouw niet iets geven?”

    Onmiddellijk wist ik: mijn zoon is een betere mohammedaan dan ik. Het doet er niet toe of je, zoals ik, humanist bent, een andere levensovertuiging of geloof aanhangt, of een moslim bent wiens geloof hem opdraagt altijd iets aan een behoeftige te geven. Mijn kind had gelijk. Ik had die vrouw iets moeten geven.

    Ik antwoordde naar waarheid dat ik geen muntgeld bij me had. Mijn zoon zei, “Maar ik wel” en liep terug en gaf de vrouw zijn muntje van twee euro. Ze keek hem even aan en ik hoorde haar zeggen, “God bless you.” Brok in mij keel.

    (meer…)

  • Valentijn en Casanova

    Valentijn en Casanova

    Het is vandaag Valentijnsdag. Een fijne, door en door seculiere feestdag waarop geliefden, beminden, verliefden en anderszins door Cupido bevangen mensen hun (heimelijke) liefde kunnen betuigen. Vandaag zijn rode rozen dan ook twee keer zo duur als op 13 of 15 februari.

    Valentijnsstress

    Maar hoe aards en commercieel het hele Valentijnscircus ook is geworden, het blijft van oorsprong toch Sint-Valentijnsdag, een christelijke heiligendag. De vraag naar welke heilige deze dag dan vernoemd is, is lastiger te beantwoorden dan je zou denken. Er was niet één Sint-Valentijn, het waren er meer dan tien!

    (meer…)

  • Heterowattes?

    Heterowattes?

    In de vorige Taaleidoscoop zag je de beladen termen genocide en allochtoon langskomen. Je hebt nog van me tegoed het verhaal van waar deze woorden vandaan komen.

    Om met het eerste te beginnen: genocide is zoals zoveel woorden een nieuwe combinatie van een paar termen uit de klassieke oudheid. In dit geval zijn dat het Griekse woord genos (ras, geslacht) en het Latijnse achtervoegsel -cide (doder), dat op zijn beurt weer afgeleid is van het werkwoord caedere, dat doden betekent. Datzelfde suffix vind je ook in woorden als pesticide (plaag+doder) en suïcide (zelf+doding).

    De geboorte van genocide is heel precies vast te stellen: het was in 1943. De vader van het woord is ook bekend, dat was de Pools-Joodse jurist Raphael Lemkin (1900−1959). Hij zocht een term die de systematische moord op bepaalde etnische groepen zou kunnen beschrijven. De Holocaust was toen in volle gang, maar het historische voorbeeld dat hem in eerste instantie op het idee bracht, was de Armeense genocide van vlak na de Eerste Wereldoorlog. Dezelfde volkerenmoord, dus, die nu juist aanleiding is voor het gesteggel over het woord genocide. Je zou het historische ironie kunnen noemen.

    (meer…)

  • Absurdistisch toneelstuk

    Absurdistisch toneelstuk

    In de afgelopen week waren er twee woorden in het nieuws die een politieke discussie aanwakkerden en die allebei met etnische afkomt te maken hebben. Die woorden waren genocide en allochtoon.

    Om met de laatste te beginnen: in 2008 stelde minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin al voor om de term allochtoon te schrappen omdat het “een valse tegenstelling” zou scheppen. En nu doet minister voor Integratie Gerd Leers een duit in hetzelfde zakje, omdat het woord “denigrerend” zou zijn. Hun tegenstrever is de PVV, die de definitie van wat en wie “allochtoon” is juist wil verbreden, zodat méér mensen “allochtoon” worden.

    En dan die andere, nog meer beladen term. Genocide. Meer specifiek: de Armeense genocide. Daar doet zich internationaal een rare spagaat voor. In Turkije is het verboden om die historische gebeurtenissen een genocide te noemen, en sinds vorige week is het in Frankrijk verboden om te ontkennen dat het een genocide was. Die twee stellingnamen zijn per definitie onverenigbaar.

    Wat betekent een woord…?

    Nou gaat de Taaleidoscoop er niet over wie wel of niet een allochtoon is, of wat wel of niet een genocide is. Maar in beide gevallen is er iets interessants aan de hand: de hele discussie gaat maar in beperkte mate over de maatschappelijke of historische werkelijkheid. De vraag is niet of er mensen zijn die geen inboorling van de Nederlanden zijn; de vraag is niet of er massaal Armeniërs gedood zijn. Nee, de vraag is hoe we die dingen noemen. Welk woordje plak je erop?

    Daarmee wordt het taalspel verheven tot een politieke strijd, en zelfs tot een filosofisch probleem: hoe verhoudt de betekenis van onze woorden zich tot de realiteit van ons bestaan?

    (meer…)

  • Aambeeld

    Aambeeld

    De Taaleidoscoop van vorige week was eigenlijk bedoeld als inleiding voor een ander verhaal. Om verder te kunnen vertellen, moet ik eerst even vaststellen dat je metaforen ook kunt gebruiken in beeldtaal. Teken anno 2012 in Nederland een cartoon van een slangenlichaam met het hoofd van een bepaalde geblondeerde fractievoorzitter, en iedereen weet wat je bedoelt.

    (Spot)prenten zijn sowieso een rijke bron van beeldmetaforen, en dat is al heel lang zo. Het voorbeeld waar het vervolg van dit taalverhaal over gaat is meer dan 200 jaar oud, en dateert van de tijd van de Franse Revolutie. Dit is hem.

    Wat doen deze mannen?

    Ik kreeg hem te zien van een mij goed bekende middelbareschoolganger, die hem moest beoordelen voor een proefwerk geschiedenis. De drie heren zijn een edelman, een priester en een boer, en op het aambeeld ligt een boek: een nieuwe grondwet. Maar, voordat je bij de hamvraag komt, eerst een geschiedenislesje.

    De korte samenvatting: voor de Franse Revolutie was Frankrijk een koninkrijk met een absolute monarchie en een standensamenleving. De eerste en tweede stand (geestelijkheid en adel) genoten allerlei privileges, terwijl de derde stand (boeren, burgers en bourgeoisie) via belastingen de rekening moesten betalen voor de oorlogen waarin de koning zich had gestort.

    (meer…)
  • Snap je ’m?

    Snap je ’m?

    Het gebruik van metaforen is niet zonder risico’s. Een metafoor of beeldspraak is dan ook een kunststukje van taalgebruik. In het kort komt het erop neer dat je zegt wat je wilt zeggen door niet te zeggen wat je wilt zeggen.

    Een voorbeeld. Je kunt over een collega zeggen dat hij “een echt werkpaard” is. Daarmee bedoel je niet dat de persoon in kwestie een viervoetig, eenhoevig zoogdier is van het soort equus caballus. Nee, je pakt bepaalde eigenschappen van dat dier (kracht, trouw en doorzettingsvermogen bijvoorbeeld) en plakt die via de metafoor op je collega.

    Sticks and stones…

    Maar degene die de metafoor ontvangt, moet wel snappen welke eigenschappen je wilt overbrengen en waar ze voor staan. Anders werkt de metafoor niet.

    Nog een voorbeeld. Jaren geleden las ik met medestudenten deze zin, nota bene als voorbeeld van een metafoor: The chairman plowed through the meeting. Wij begrepen allemaal de beeldspraak als volgt: het was een zware vergadering die de voorzitter slechts met moeite tot een goed einde bracht. Maar vervolgens bleek uit de begeleidende tekst dat de beoogde metafoor juist was: de voorzitter ging voortvarend te werk en raasde door de vergadering heen. Heel iets anders!

    Zo zie je dat het idee van “ploegen” twee concepten samenbrengt. Het is een ontmoeting van een statische kracht (de aarde) en een dynamische kracht (de ploeg).

    (meer…)
  • Mobiel grabbelen

    Mobiel grabbelen

    Tijdens het kerstreces heb ik me eindelijk laten verleiden om Wordfeud op mijn iPhone te zetten. Voor wie het niet weet: Wordfeud is een kloon van Scrabble waarmee je online met vrienden en vreemden wereldwijd kunt spelen.

    Woordvete

    Eindelijk, zeg ik, want de Wordfeud-rage raast al een tijdje door app-land. Ik heb er lang weerstand aan geboden, met als voornaamste reden dat ik helemaal niet goed ben in Scrabble – daar kom ik zo nog even op terug – en mezelf dus al kansloos ten onder zag gaan. Maar goed. Eenmaal aan het spelen geslagen ontkom ik niet aan een paar kleine overdenkingen. Ik zet ze op een rij.

    Om te beginnen: de naam. Vraag me niet waarom, maar ik moet de Nederlander nog tegenkomen die Wordfeud spontaan goed uitspreekt. (Ze zijn er vast wel, maar kennelijk niet in mijn onmiddellijke kring van online kloonscrabbelaars.) Ik hoor, in fonetisch Nederlands, “feut” en “foit” en allerlei andere interessant varianten. Maar feud klinkt net als viewed, alleen met een f-klank aan het begin.

    Het deert menig Nederfeuder kennelijk ook niet dat ze geen idee hebben wat feud betekent. Jij weet dat natuurlijk wel, maar voor de goede orde: een feud is een vete – een langdurige staat van vijandelijkheid tussen twee tegenstrevers. De naamgevers van het spel bedoelen dit natuurlijk speels eufemistisch.

    (meer…)