Blog

  • De eeuwenoude pijn van Lorem ipsum

    De eeuwenoude pijn van Lorem ipsum

    Lorem ipsum, daar gaat dit taalverhaal over. Als je aan die twee woorden genoeg hebt om te weten wat dat betekent, bravo! Voor de rest volgt eerst nog een kort aanloopje.

    Als een tekst gepubliceerd wordt – of dat nou is als boek of website, als brochure of tijdschrift – krijgt hij bijna altijd een opmaak. Dat betekent dat iemand, los van de inhoud van de tekst, nagedacht heeft over hoe die tekst eruit moet zien. Vaak wordt die opmaak al voorbereid nog voordat de definitieve tekst beschikbaar is. Maar ja, wat vul je dan als designer in op de plaats waar die ontbrekende woorden nog moeten komen?

    Het antwoord is: opvultekst. Dummytekst. Een serie woorden die het ontwerp eruit laten zien alsof de echte tekst er al is. Maar je moet natuurlijk niet vergeten om die tijdelijke tekst weer te verwijderen, en daarom gebruiken ontwerpers vaak nonsenstekst, zodat hij makkelijk te herkennen is.

    Goed. “Lorem ipsum”, dat is zo’n serie nonsenswoorden. Hier zie je een voorbeeld, uit een sjabloon van een moderne tekstverwerker. De opmaak is helemaal kant en klaar, alleen de echte tekst ontbreekt nog.

    (meer…)
  • ISIS, IS, ISIL en nu… Daesh?

    ISIS, IS, ISIL en nu… Daesh?

    In de tweede akte, tweede scène van William Shakespeares Romeo and Juliet vindt de fameuze balkonscène plaats. Juliet, van de familie Capulet, heeft haar hart verloren aan Romeo. Hoorde hij maar niet bij de verfoeide familie Montague, verzucht ze – dan zou hun geheime liefde niet gedoemd zijn.

    “What’s in a name?” vraagt Juliet. Ik houd van jou, welke naam je ook hebt: “that which we call a rose / By any other name would smell as sweet”. En Romeo wil inderdaad zijn gehate naam afzweren: “Call me but love, and I’ll be new baptiz’d; / Henceforth I never will be Romeo.”

    Welke naam je iets geeft is belangrijk, heel belangrijk. Dat zag je weer eens duidelijk in de nasleep van de verschrikkelijke aanslagen van afgelopen vrijdag in Parijs.

    François Hollande
    François Hollande

    Het viel me direct op dat president Hollande in zijn toespraak naar de organisatie achter daders verwees als “Daesh”, en niet als “ISIS” of “Islamitische Staat”.

    Waarom was dat?

    (meer…)

  • Een hele grote oorkonde

    Een hele grote oorkonde

    De kans is groot dat je het personage in het plaatje hiernaast direct herkent. In de verhalen over Robin Hood is hij de gezworen vijand van de hoofdpersoon, en deze Disney-versie van Prince John (met de onvergetelijke stem van Peter Ustinov) is een klassieker. De prins in de film is de incompetente, machtsbeluste, ietwat hysterische regent van Engeland tijdens de afwezigheid van zijn broer, Koning Richard I, die op kruistocht is. John is geen sympathiek figuur dus, en toch is hij de held van dit taalverhaal.

    Kleine broertjes hebben het soms moeilijk...
    Kleine broertjes hebben het soms moeilijk…

    Nou ja… zijn historische evenknie dan, die na het overlijden van zijn broer in 1199 de troon overnam als Koning John. De goede man zal vast zijn kwaliteiten hebben gehad, maar historici zijn het erover eens dat zijn koningschap weinig succesvol was en zijn karakter allesbehalve nobel. Zo ver zat Disney er dus niet naast. Toch heeft hij minimaal één ding gedaan wat hem voor altijd een plaats in de geschiedenisboeken heeft bezorgd. En daarover gaat deze column.

    (meer…)

  • Hoor jij ook graag?

    Hoor jij ook graag?

    Heb jij dat ook? Dat er om je heen mensen zijn die de laatste tijd ineens spontaan een handicap oplopen? En dan bedoel ik niet een golfhandicap, maar iets wat veel ernstiger is.

    Het overkomt me steeds vaker dat ik een e-mail krijg van iemand met een verzoek of een vraag, en dat die e-mail dan eindigt met een wonderlijke formulering. Niet “Met vriendelijke groet, Bianca” of “Bedankt alvast, Joyce”, maar iets als “Ik hoor graag! Jessica”. Of zelfs nog beknopter: “Hoor graag, Mieke”.

    "Ook ik hoor graag!"
    “Ook ik hoor graag!”

    En dan denk ik altijd: Jee, ik kan me dat levendig voorstellen. Als dat meisje ineens doof is geworden, natúúrlijk wil zij dan graag horen! (Voor de goede orde: er zijn ook mannen die “graag horen”, maar ik heb de indruk dat ik dit vaker lees bij vrouwelijke afzenders.)

    (meer…)

  • Komma mee naar Oxford

    Komma mee naar Oxford

    Om de zoveel tijd komt de vraag weer eens boven borrelen: “Maar je mág toch helemaal geen komma voor en zetten?” Nu zijn er veel taalvragen waar inderdaad een simpel goed-of-fout antwoord op is – “hij wil naar huis” is goed; “hij wilt naar huis” niet – maar daar hoort deze niet bij.

    komma
    Het lemma van komma

    De komma is een bijna muzikaal leesteken. Je gebruikt hem om de cadans van de zin aan te geven en om de boodschap te verduidelijken door aan te wijzen wat wel en niet bij elkaar hoort. Daarnaast is de komma een formeel instrument waarmee je de betekenis van een zin kunt sturen. En het is de moeite waard om daar goed op te letten.

    Ga je even mee naar Oxford? Maak voordat we vertrekken wel een lijstje van de dingen die je mee wilt nemen. Bijvoorbeeld: een tandenborstel, een boek om te lezen, je paspoort, en wat contant geld. En kijk, daar begint de ellende meteen al, want die laatste komma in de vorige zin, hoort die daar wel? Oftewel, moet het niet zijn: een tandenborstel, een boek om te lezen, je paspoort en wat contant geld? Welnu, dáárom gaan we juist naar Oxford!

    (meer…)

  • Lokkertje

    Lokkertje

    Toen we vorige week over klikaas spraken, schoot het me te binnen dat lokaas eigenlijk een raar woord is. Want het woord aas impliceert in zijn eentje al dat iets of iemand gelokt gaat worden; denk aan het aas aan een vissershaak. En synoniem voor aas is dan ook lokspijs, wat al veel zinniger klinkt. Daarmee wordt “lokaas” dus een pleonasme.

    Baas boven (b)aas...?
    Baas boven (b)aas…?

    Maar misschien ook niet, want aas betekent ook “prooi” – datgene waarop gejaagd wordt. Dan zou lokaas dus hetzelfde zijn als “lokprooi”, en dat klink weer heel redelijk. Diezelfde betekenis zie je bijvoorbeeld in een woord als aasvis: een kleine vis die als lokprooi gebruikt wordt om een grotere vis te vangen.

    En zelfs dan ben je er nog niet. Immers: hoe zit dat dan met een aasgier? Is dat een kleine gier waarmee je grote gieren vangt? Natuurlijk niet: een gier is een aaseter, en in deze context betekent aas noch “lokspijs”, noch “prooi”, maar “kreng”. Nee, ik zeg hier niets vrouwonvriendelijks… Kreng is een prachtig woord voor, ik citeer uit Van Dale: een “dood dier dat reeds min of meer tot bederf is overgegaan”. Een smakelijk, rottend lijk dus.

    (meer…)

  • De 575 beste redenen om dit artikel te lezen

    De 575 beste redenen om dit artikel te lezen

    Clickbait, heet het. Of, als je Van Dale Online moet geloven, al vanaf 2008, linkbait. (Maar heb even geduld; clickbait verschijnt te zijner tijd vanzelf ook in dat illustere naslagwerk. En misschien moet linkbait dan wel het veld ruimen. In internettermen is 2008 immers zoiets als het pleistoceen.)

    Don't click the bait!
    Don’t click the bait!

    Maar zelfs als je niet weet dat dat is hoe het – voorlopig – heet, ken je het wel. Clickbait zijn van die kopregels/lokkertjes op websites die zorgvuldig op alle knoppen in jouw brein drukken die met nieuwsgierigheid te maken hebben. Om er maar voor te zorgen dat je doorklikt, want klik = kassa in internetland.

    Ik wil de clickbaiters niet belonen met links naar hun lokpagina’s, dus ik verzin zelf een paar voorbeelden. “Deze nudist stond oog in oog met een grizzlybeer – je gelooft nooit wat er toen gebeurde!” Komt je bekend voor, niet? Nog eentje: “Jouw internetbankieren kan nu al gehackt zijn, maar het is nog niet te laat!” Oh la la, oh la la… zie maar eens nee te zeggen tegen dit soort communicatiegeweld.

    Een bekend trucje is om je clicks te baiten door cijfers te gebruiken. Ik verzin er weer een paar. “Deze 10 filmsterren verdienen samen meer dan 50% van de wereldbevolking.” “De 20 gênantste momenten uit GTST.” Et cetera, ad infinitum. Dit foefje is overigens veel ouder dan het internet. De covers van (lifestyle)tijdschriften kunnen er ook wat van, en cosmeticafabrikanten schermen al jaren met nonsens als “de 3 tekenen van het ouder worden”, “de 6 kenmerken van gezond haar” en “5 natuurlijke ingrediënten die zweetgeur tegengaan”. Ja ja, en dat alles zonder parabenen.

    Toch ben je er dan nog niet, want dit cijfertrucje is veel, ja véél ouder dan de tv-spotjes die ons vertellen dat we het waard zijn en dat onze wimpers voortaan zo lang zullen zijn als de Afsluitdijk. Al in de antieke wereld draaide men zijn hand niet om voor “de 10 geboden” of “de zeven wereldwonderen”.

    Het is wonderlijk hoe sterk de kracht is van het bepaald lidwoord in deze constructies. Als je het hebt over “zeven wereldwonderen” is dat best wel indrukwekkend, maar ja, wie weet zijn er nog wel een paar. Je kunt het ook over “drie musketiers” hebben, maar hoe bijzonder is dát nou? Zodra je zegt, “de drie musketiers”, dan zijn dat niet zomaar een paar musketiers meer. Die toevoeging van de betekent: er is iets met deze heren, ze zijn op de een of andere manier uniek, anders dan de rest. En wereldwonderen zijn veel dunner gezaaid dan musketiers, dus dé 7 wereldwonderen, nou dat is wel wat.

    De 7 voordelen van kaas
    De 7 voordelen van kaas

    Op dezelfde manier willen al die linkjes op websites hun rol als klikaas waarmaken. Het punt is alleen: het is best moeilijk om er een achtste wereldwonder bij te verzinnen, en het is ongelooflijk makkelijk om nog 10 redenen te bedenken waarom One Direction de beste boyband ever is. Oftewel: deze clickbaitzinnetjes moeten steeds superlatiever en absurder worden om überhaupt nog de aandacht te trekken. En dat gebeurt dan ook.

    Gelukkig zijn onze hersens, waarin diezelfde knoppen zitten waar het klikaas op mikt, heel genadig. Na een voldoende dosis overkill, zeggen ze vanzelf: wat een onzin, hier ga ik niet meer op letten. Zoals een klok, die je naar een paar minuten niet meer hoort tikken. En dan wordt clickbait internetmuzak, een onnodige maar onuitroeibare vervuiling van de communicatieomgeving. Ik ga maar eens een boek lezen, kijken of daar nog een leuke cliffhanger in zit.

  • Piet punt nul

    Piet punt nul

    En daar was hij weer. De punt-nul. Op de voorpagina van de NRC, in een artikel over de aanpak van hooligans bij de intocht van Sinterklaas. (Wie had ooit gedacht dat we de woorden Sinterklaas en hooligans in één zin tegen zouden komen?) De zin loopt als volgt: “Het hardere, maar kleinere protest is het resultaat van polderen 3.0.”

    "2.0" 2.0
    “2.0” 2.0

    De punt-nul is voor het eerst gespot in 1999, in de Engelse combinatie Web 2.0. Dit was in de tijd dat het internet nog een luier droeg en net zijn eerste stapjes deed in de richting van interactiviteit. En dat was ook meteen wat die 2.0 inhield: bestond het “oude” web nog uit passieve (tekst)pagina’s die alleen informatie leverden, Web 2.0 pakte ambitieus uit met dynamische pagina’s waar je als gebruiker ook gegevens kon invoeren en aanpassen.

    Snel daarna werd 2.0 gemeengoed, in de zin van: vernieuwd, van de volgende generatie. Politiek 2.0, het huwelijk 2.0, fotografie 2.0… het hield niet op. Ook zag je (al was het minder vaak) het retroniem 1.0, wat dan betekent: ouderwets, van vroeger. En ook, nog zeldzamer, de toevoeging 3.0 – om te suggereren dat zelfs 2.0 alweer passé is en dat er weer een nieuwe revolutie overeen is gegaan. Zo is 3.0 dus eigenlijk 2.0 2.0.

    Je zou bijvoorbeeld, denkend aan een filmavondje op de bank, de verhuur van VHS-banden Thuisbioscoop 1.0 kunnen noemen, waarna dvd’s en blu-rays Thuisbios 2.0 zijn, en Netflix en andere streamingdiensten Thuisbioscoop 3.0. Maar er zijn niet veel voorbeelden van zo’n opvolging die de meeste mensen zomaar paraat hebben – als er al eentje van bestaat.

    (meer…)