Taalterm van de week: Metrum

De taal­term van deze week, metrum, is niet wars van een beet­je her­hal­ing. Sterk­er nog, hij vin­dt dat als je dat goed doet, je juist een lekkere “beat” kri­jgt. Hij is dan ook best wel muzikaal, en heeft door­gaans meer met poëzie dan met proza.

Definitie

Het metrum van de tekst in een gedicht is het ritme in de afwis­sel­ing van bek­lem­toonde en onbek­lem­toonde let­ter­grepen.

Een metrum wordt vaak omschreven als een serie versvoeten. (Voor­beelden van versvoeten zijn de jambe, de trochee en de dacty­lus.) Zet je op een richtregel bijvoor­beeld zes jam­ben achter elka­ar, dat heet het metrum: “jam­bis­che hexa­m­e­ter”.

Het woord metrum heeft twee mogelijke meer­vouden: metrums en metra. Een ander woord voor metrum is vers­maat.

Voorbeelden

In het eerste voor­beeld hieron­der is het metrum een jam­bis­che hexa­m­e­ter: zes keer de versvoet jambe (da-DUM) achter elka­ar. Het tweede voor­beeld is een trocheïsche pen­tame­ter: vijf keer een trochee (DA-dum) achter elka­ar.

  • De regen­drup­pels vie­len onophoudelijk.
  • Water­plassen vulden Neer­lands strat­en.

Herken je al lezend het metrum in deze twee regels? Je ziet het meteen als je de versvoeten apart in beeld brengt:

  • [de RE] [gen­DRUP] [pels VIE] [len ON] [opHOU] [deLIJK]
  • [WAter] [PLASsen] [VULden] [NEER­lands] [STRAt­en]

Het is gebruike­lijk om een bek­lem­toonde let­ter­greep als een streep­je (—) weer te geven en een onbek­lem­toonde als een boog­je (⌣). Doe je dat, dan ziet het metrum van onze twee voor­beeldzin­nen er zo uit:

  • ⌣ — ⌣ —  ⌣ —  ⌣ —  ⌣ —  ⌣ —
  • — ⌣ — ⌣  — ⌣  — ⌣  — ⌣

Etymologie

Deze taal­term heeft zijn oor­sprong in het Grieks:

  • metron (maat, mee­teen­heid)

Weetje

Ook in de muziek ken­nen ze de term metrum, waar het “maat” betekent. Denk aan een vierk­warts­maat of een driek­warts­maat.

Wat vind jij?