Taalterm van de week: Versvoet

De taal­term van deze week, versvoet, heeft totaal geen moeite met een lange wan­del­ing. De hele clou, vin­dt hij, is dat je het ritme waarin je wan­delt gewoon een beet­je moet afwis­se­len. Maar soms houdt hij het lief­st juist pre­cies het­zelfde ritme aan; dan telt hij bijvoor­beeld tot zes en begint hij vrolijk weer opnieuw.

Definitie

Een versvoet is een vaste com­bi­natie van bek­lem­toonde en onbek­lem­toonde let­ter­grepen die in poëzie gebruikt (en vaak her­haald) wor­den.

Een ander woord voor versvoet is vers­maat. Denk bijvoor­beeld aan het “maat houden” in de muziek, dat erg ver­want is aan de maatvo­er­ing in poëzie.

Bij het noteren van de wis­sel­ing van let­ter­grepen met en zon­der klem­toon schi­jf je “heffin­gen” (mét klem­toon) als een streep­je (—), en “dalin­gen” (zon­der klem­toon) als een boog­je (⌣).

In de poëzie zijn er zes klassieke stan­daard­versvoeten:

Voorbeelden

De vol­gende woor­den komen overeen met de zes versvoeten hier­boven, in dezelfde vol­go­rde. De bek­lem­toonde klink­ers zijn steeds onder­streept.

  • bewolkt
  • hemel
  • windhoos
  • para­plu
  • motre­gen
  • gedonder

Etymologie

De taal­term versvoet is een leen­ver­tal­ing uit het Frans:

  • pied de vers (“voet van de vers”, van voet [stan­daard­maat, zoals bij de Engelse lengtemaat foot] + vers [deel van een gedicht])

Weetje

Het is in de klassieke poëzie gebruike­lijk om in een ver­sregel een bepaalde versvoet een paar keer te her­halen. Dat noem je een metrum, en meestal wordt dit gedaan met jam­ben of trocheeën. Zo’n serie heet dan een trime­ter (drie gelijke versvoeten op één regel), tetram­e­ter (vier voeten), pen­tame­ter (vijf voeten) of hexa­m­e­ter (zes voeten).

De com­bi­natie van zes jam­ben – dus: een jam­bis­che hexa­m­e­ter – is zelfs zó pop­u­lair dat er een aparte naam voor is bedacht: alexan­dri­jn.

Wat vind jij?