Taalterm: Pejoratief

De taalterm van deze week, pejoratief, is meestal in een slechte bui. Verheffing van de mensheid staat niet hoog op zijn agenda – nee, veel liever gooit hij overal een zuur sausje overheen.

Definitie

Een pejoratief is een woord dat niet alleen naar een feitelijke betekenis wijst, maar ook een negatieve gevoelswaarde of bijsmaak oproept.

Er zijn weinig pejoratieven die helemaal alleen staan – als dat überhaupt al voorkomt. Vaak staan ze juist in contrast naast een andere, meer objectieve term die (ongeveer) dezelfde betekenis heeft.

Voorbeelden

  • asobak in plaats van grote auto
  • zuipen in plaats van drinken
  • pennenlikker in plaats van kantoorbediende
  • wijf in plaats van vrouw

Etymologie

Het Nederlands heeft dit woord in de eerste decennia van de 20e eeuw overgenomen van het Franse péjoratif. Dat woord voert op zijn beurt terug op termen uit het Latijn.

  • peiorare (“erger maken”, van peior “erger, slechter” + -tivus (suffix om van een werkwoord een bijvoeglijk naamwoord te maken)

Weetje

Wie wel eens op vakantie gaat in Zuid-Europa en daar een aardig mondje over de grens praat, kan een paar verwante woorden voor “erger” zijn tegengekomen. Denk aan peor (Spaans), peggiore (Italiaans), pire (Frans) en pior (Portugees).

Bonus-weetje

Deze taalterm is een zusje – en het tegenovergestelde – van een TVDW van een paar jaar geleden: amelioratief.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

op zoek naar iets anders?