Blog
-

Taalterm: Consonantie
De taalterm van deze week, consonantie, is niet zo van de losse flodders. Als je iets doet, vindt hij, dan moet je het goed doen en dan moet je het vaak doen. Nou hoeft dat niet meteen enorm op te vallen; je mag best subtiel zijn. Maar als je echt je best wilt doen, dan mag…
-

Een fijn persoon vs. een fijne persoon
In sommige gevallen kun je de verbuigings-e bij een bijvoeglijk naamwoord weglaten in combinatie met het lidwoord een. Dat is het verschil tussen “een fijne persoon” en “een fijn persoon”, of “een briljante schaker” en “een briljant schaker”, etc. Wanneer kun je die -e weglaten, en maakt dat nog iets uit voor de betekenis? We zoeken het uit!
-

Taalterm: Gedachtestreep
De taalterm van deze week, gedachtestreep, heeft geen haast. Sterker nog, hij zegt vaak: wacht even, wacht even, ik moet je nog iets interessants vertellen. Daar neemt hij ook graag de tijd voor, want hij wil wel weten dat hij je volledige aandacht heeft.
-

Sports vs. sport
Het is een vast item in nieuwsuitzendingen en krantenpagina’s, en er worden hele tijdschriften en websites aan gewijd: sport. Maar als je daarover met een Engelssprekende vriend of collega wilt babbelen, zeg je dan sport of sports? Je kunt beide vormen tegenkomen, maar het verschil is niet toevallig. Hoe dat zit? We zoeken het uit!
-

Taalterm: Augmentatief
De taalterm van deze week, augmentatief, let niet graag op de kleintjes. Dat wil zeggen: hij let juist wél op ze, maar dan alleen om ze snel achter zich te laten. Want wat hij ook doet, hij wil graag een tandje hoger, sterker, beter zijn dan de volgende in de rij. Bescheidenheid is dan ook niet…
-

Jou vs. jouw
Je kunt iemand uitjouwen als ze jouw en jou door elkaar halen – maar wat schiet je daarmee op? In plaats als een fundamentalist te gaan jouwen, kun je beter uitleggen dat jou en jouw echt niet hetzelfde zijn, wat het verschil is, en wanneer het ene en het andere woord op zijn plaats is. En laat dat nou net zijn waar deze…
-

Taalterm: Leenwoord
De taalterm van deze week, leenwoord, is goede vrienden met de buren. Als hij een lekkere appeltaart heeft gebakken en de buuf zegt “Da’s lekker, mag ik ook een stukje?”, dan is hij nooit de beroerdste. Hij bakt voor haar nog een taart en zegt er vriendelijk bij: “Deze is helemaal voor jou!”
-

Shrank vs. shrunk
Er zijn in het Engels veel onregelmatige werkwoorden. Go-went-gone, drive-drove-driven, swim-swam-swum, je kent ze wel. Maar hoe zit dat met shrink, wat is daarvan de verleden tijd – shrunk? Of toch shrank? Of mag het misschien allebei? En zo ja, is er dan een verschil in betekenis? We zoeken het uit!