Blog
-

Taalterm: Hapax
De taalterm van deze week, hapax, is een beetje een loner. Een einzelgänger. Een solist. Een eenling. Een – nou ja, je snapt hem al. Toch voelt dit buitenbeentje zich allesbehalve eenzaam. Hij is er eigenlijk best wel trots op dat hij geen gezelschap heeft een voelt zich daarom nogal bijzonder. En terecht.
-

Poison vs. toxin
Stel, je wordt ineens een moorddadig type en besluit om iemand in het Engels wat gif toe te dienen. Wat geef je ze dan: een poison of een toxin? Kan het misschien ook allebei? En nu we het er toch over hebben, hoe zit het dan met een venom? We laten iedereen rustig leven en zoeken het uit!
-

Taalterm: Voorzetsel
De taalterm van deze week, voorzetsel, knoopt graag de eindjes aan elkaar. Het liefst was hij ambtenaar van de burgerlijke stand geworden. Dan kon hij steeds zeggen: kom hier, en ja, jij ook, dan zal ik jullie aan elkaar verbinden. Immers, alles draait om relaties, volgens hem. Maar ja, niet alle relaties zijn beminnelijk…
-

Voorhanden vs. voor handen
Bij het woord voorhanden zie je meteen uit welke bouwsteentjes het is opgebouwd. Maar toch betekent het heel iets anders dan “voor handen”, twee woorden. Wat is het verschil en hou houd je ze uit elkaar? We zoeken het uit!
-

Taalterm: Voornaamwoord
De taalterm van deze week, voornaamwoord, is dol op estafetteraces. Hij weigert echter om als eerste te gaan rennen; dat laat hij liever aan anderen over. Maar het stokje overnemen, daar excelleert hij in. Hij ziet zichzelf dan ook graag als het behulpzame type.
-

Each other vs. one another
Als twee mensen elkaar kennen, zeg je dan in het Engels They know each other, of is het They know one another? Mag het misschien allebei? Maakt het echt niks uit? Is er een verschil in betekenis? We zoeken het uit!
-

Taalterm: Tussenwerpsel
De taalterm van deze week, tussenwerpsel, heeft het niet zo op lange, ingewikkelde gesprekken. Voor nuance en diepere beschouwing hoef je bij hem niet aan te kloppen. Nee, veel liever zegt hij kort en bondig waar het op staat – en, nu hij toch bezig is, hoe hij zich daarbij voelt.
-

Zei vs. zegde
De woorden zei en zegde horen allebei bij hetzelfde werkwoord: zeggen. En ze staan allebei in dezelfde grammaticale tijd. Wat is dan het verschil, en hoe houd je ze uit elkaar? Is de ene vorm “beter” dan de andere? We zoeken het uit!