Lof

Gis­teren hoorde ik op het nieuws het bericht dat Richelle Lau­ri­jsen overleden was, 16 jaar oud. Als je hoort dat iemand zo jong sterft, zelfs al ken je ze niet, doet het toch alti­jd pijn. Ergens diep in je bot­ten weet je gewoon dat dat niet hoort, dat het indruist tegen de natu­urlijke gang van het lev­en.

Het nieuws van Richelles dood trok ook mijn aan­dacht omdat ze in de laat­ste maand van haar lev­en actie gevo­erd had tegen een woord. Het woord kanker. Zij leed aan botkanker en wist dat ze eraan zou ster­ven. En om haar heen hoorde ze om de haverk­lap jon­geren zeggen: kanker-dit, kanker-dat.

Richelle bij een poster voor haar actie
Richelle bij een poster voor haar actie

Ik kan me voorstellen dat dat door je ziel sni­jdt, om mensen zo ter­loops te horen strooien met de naam van die ziek­te die jou in zijn greep heeft. En ik kan me voorstellen dat je dan wil zeggen: jon­gens, kijk nou uit met wat je zegt, je kwetst me hier­mee. Het is dan ook heel sto­er dat Richelle dat met verve gedaan heeft.

Lees verder Lof

Even checken

Het is je vast wel eens overkomen. Je bent op een web­site en voert wat gegevens in of vraagt wat gegevens op. En voor­dat de site je verder toe­laat tot zijn inge­wan­den, vraagt hij je eerst nog even om een paar let­ters en cijfers te lezen en die weer in de tikken. Alleen zien die tekens eruit alsof ze net door een man­gel gehaald zijn.

Zoi­ets dus.

Die let­terkro­nkels, zo heb ik onlangs geleerd, hebben een naam. En het is nog een leuke naam ook: captcha.

Lees verder Even check­en

Ridders

Neem wat oud wit brood, een paar eieren, een beet­je suik­er en wat melk. Klop de melk, suik­er en eieren door elka­ar. Sni­jd de korstjes van het brood af en doop de sneet­jes in het mengsel. Bak ze dan in bot­er in een koeken­pan – en voilà, je hebt een heer­lijk gerecht dat we in Ned­er­land wen­tel­teef­jes noe­men.

Wen­tel­teef­jes

Een mooi woord is dat, wen­tel­teef­je. Het tweede deel van de samen­stelling, “teef­je”, is waarschi­jn­lijk de ver­bas­ter­de vorm van een oud woord voor een soort gebak. En het eerste deel geeft aan dat je deze teef­jes in de pan moet wen­te­len om ze aan bei­de zij­den gaar te bakken. Maar wij zijn lang niet de eni­gen die dit gerecht, of een vari­ant erop, mak­en. En inter­na­tion­aal heeft het de meest uiteen­lopende namen.

De Amerika­nen noe­men het French toast, maar er zijn geen aan­wi­jzin­gen dat dit een recept van Franse orig­ine is. In Groot-Brit­tan­nië wordt het eggy bread genoemd, of gyp­sy toast. Ook hier is er geen reden om aan te nemen dat zige­uners iets te mak­en hebben met de herkomst van de lekkernij. Maar het valt wel op dat de naamgev­ing steeds sug­gereert dat dit eten “van elders” komt.

Lees verder Rid­ders

Hoedje van papier

Stel, je maakt een film. En die film doet het goed. Er wordt wat geld ver­di­end, en dan zijn er slimme lieden die zeggen: lat­en we dat nog eens doen. Om meer geld te ver­di­enen.

Dan maak je nog een film op basis van het­zelfde idee. Film II, zogezegd. Dan heb je twee films die een beet­je bij elka­ar horen. Samen kun je die een tweeluik noe­men. Het orig­i­neel en het ver­volg.

Diezelfde slimme lieden komen natu­urlijk ook op het idee om nog een film te mak­en. Film III dus. Dan heb je drie films, die je samen een drieluik of trilo­gie noemt. Dat is een mooi woord, trilo­gie. Het stamt uit het Grieks en is samengesteld uit de delen tri- (drie) en logos (ver­haal).

De filmw­ereld is dol op dit soort trio’s. Zo heb je drie keer Back to the Future, Bourne, Spi­der-Man, Pirates of the Caribbean, Juras­sic Park etc. Maar soms willen die fijne slimme lieden er nog een vierde film aan vast plakken. Dat kan natu­urlijk, maar waar bli­jf je dan met je “drie + ver­haal”? Je moet dan toch echt over­stap­pen op “vier + ver­haal”.

Dat klinkt miss­chien sim­pel, maar dat is het niet. Ken­nelijk. Lees verder Hoed­je van papi­er

Salade

Vorige week heb je al gezien hoe de “achter­naam” van Julius Cae­sar de titel werd van de Romeinse heersers, en ook zijn weg vond naar het Ned­er­landse woord keiz­er.  (Strikt genomen was het niet zijn achter­naam, maar zijn cog­nomen: het derde deel van de naam van een Romeins staats­burg­er, in de con­ven­ties van het antieke Rome. De eerste twee delen waren het praenomen, de “voor-naam”, en het nomen gen­tile, de fam­i­lien­aam.)

Maar het ver­haal van cae­sar is daarmee nog niet klaar. Want niet alleen “onze” keiz­er­sti­tel stamt ervan af, ook het woord tsaar is een afgelei­de van cae­sar.

We asso­ciëren tsaren nu vooral met de Rus­sis­che monar­chie, maar de eerste die de titel voerde was een Bul­gaar. Prins Sime­on I heer­ste over Bul­gar­i­je van 893 tot 927, en halver­wege zijn bewind besloot hij dat de titel van prins hem toch wat te min­net­jes was. Dus noemde hij zichzelf keiz­er, cae­sar – tsar. “De Grote”, voegde hij er ook nog aan toe – want je moet natu­urlijk wel even duidelijk mak­en wie er de baas is.

Lees verder Salade

Sneetje

Er zijn nogal wat mensen die met een keiz­er­snede ter wereld gekomen zijn. Ik bijvoor­beeld. Maar waarom heet de meest uit­gevo­erde oper­atieve ingreep ter wereld een keiz­er­snede? In menig cock­tail­par­tyge­sprek hoor je dat dat is omdat de Romeinse keiz­er Julius Ceasar zo geboren is. Maar dat slaat de plank helaas mis. Twee keer zelfs.

Julius Caesar
Julius Cae­sar

Om te begin­nen was Gaius Julius Cae­sar (100-44 v.Chr.) hele­maal geen keiz­er. Hij was een Romeins veld­heer, con­sul en dic­ta­tor – maar geen keiz­er.

Lees verder Sneet­je