Taalterm: Rangtelwoord

De taalterm van deze week, rangtelwoord, kent zijn plaats. Het maakt hem niet veel uit of hij vooraan staat of op de allerlaatste plek, zolang hij maar weet waar hij aan toe is. Zolang er maar orde is, want daar houdt hij nogal van.

Definitie

Een rangtelwoord is een telwoord waarmee je aangeeft op welke positie in een ranglijst of volgorde iets staat.

Rangtelwoorden worden ook wel ordinalen of ordinaalgetallen genoemd.

Goed om te weten: het tegenovergestelde van een rangtelwoord is een hoofdtelwoord.

Voorbeelden

  • En de eerste prijs gaat naar…
  • Lucille zit in de tweeëndertigste week van haar zwangerschap.
  • Een centimeter is één honderdduizendste van een kilometer.

Etymologie

De “rang” in rangorde is verwant aan woorden zoals ranking en voorrang: het verwijst naar het bestaan van een bepaalde volgorde.

  • rang- (van rangorde) + tel (van tellen) + woord

Weetje

Er zijn ook rangtelwoorden niet de plaats in de orde niet precies aangeven. Denk aan:

  • Paul heeft de meeste koekjes opgegeten.
  • Het hoeveelste kind was jij ook alweer?
  • Dit is al de tigste keer dat ik mijn sleutels kwijt ben!

Ben je nog niet uitgeteld? Kijk ook eens naar deze TVDW, die gaat helemaal over telwoorden in het algemeen.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

op zoek naar iets anders?