Taalterm: Rangtelwoord

De taal­term van deze week, rangtel­wo­ord, kent zijn plaats. Het maakt hem niet veel uit of hij vooraan staat of op de aller­laat­ste plek, zolang hij maar weet waar hij aan toe is. Zolang er maar orde is, want daar houdt hij nogal van.

Definitie

Een rangtel­wo­ord is een tel­wo­ord waarmee je aangeeft op welke posi­tie in een ran­gli­jst of vol­go­rde iets staat.

Rangtel­wo­or­den wor­den ook wel ordi­nalen of ordi­naal­ge­tallen genoemd.

Goed om te weten: het tegen­overgestelde van een rangtel­wo­ord is een hoofdtel­wo­ord.

Voorbeelden

  • En de eerste pri­js gaat naar…
  • Lucille zit in de tweeën­der­tig­ste week van haar zwangerschap.
  • Een cen­time­ter is één hon­derd­duizend­ste van een kilometer.

Etymologie

De “rang” in ran­gorde is ver­want aan woor­den zoals rank­ing en voor­rang: het ver­wi­jst naar het bestaan van een bepaalde volgorde.

  • rang- (van ran­gorde) + tel (van tellen) + woord

Weetje

Er zijn ook rangtel­wo­or­den niet de plaats in de orde niet pre­cies aangeven. Denk aan:

  • Paul heeft de meeste koek­jes opgegeten.
  • Het hoeveel­ste kind was jij ook alweer?
  • Dit is al de tig­ste keer dat ik mijn sleu­tels kwi­jt ben!

Ben je nog niet uit­geteld? Kijk ook eens naar deze TVDW, die gaat hele­maal over tel­wo­or­den in het algemeen.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Comments
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties