De taalterm van deze week, komma, wacht liever niet tot het einde. Hij voelt zich veel meer thuis in het midden, terwijl er nog van alles gebeurt. Daar let hij altijd goed op doet hij stilletjes zijn ding. De komma heeft geen behoefte om op te vallen, maar je mist hem als hij er niet meer is.
Definitie
Een komma is een leesteken dat eruitziet als een ronde stip met een “sikje” dat aan de rechterkant naar beneden krult.
Komma’s worden op verschillende manieren gebruikt:
- om in een geschreven zin een pauze te markeren
- om de elementen in een opsomming van elkaar te scheiden (dit is verwant aan het punt hierboven)
- als decimaalteken bij getallen
- om een niet-beperkende bijzin in te luiden
Dat laatste punt verdient wat extra uitleg. Een bijzin kan “beperkend” zijn, wat wil zeggen dat hij de betekenis van een woord uit de hoofdzin beperkt; en hij kan “niet-beperkend” zijn, als hij dat niet doet.
Dat klinkt een beetje technisch, maar je ziet het verschil meteen. In de eerste zin hieronder gaat het alléén (dus beperkt) over de politici die niet corrupt zijn – maar er zijn ook andere, wel corrupte politici. In de tweede zin zijn álle politici niet corrupt.
- Ik denk dat politici die niet corrupt zijn dit probleem wel op kunnen lossen.
- Ik denk dat politici, die niet corrupt zijn, dit probleem wel op kunnen lossen.
Voorbeelden
- De grote, enge tijger keek me aan, maar ik was toch niet bang.
- Harald houdt van veel filmgenres: romantisch, actie, sciencefiction, comedy, horror, drama… noem maar op!
- Dit boek kost € 19,
- Mijn echtgenoot, van wie ik zielsveel hou, is ook mijn beste vriend.
Je hebt het natuurlijk al gezien: dat laatste voorbeeld had weer zo’n niet-beperkende bijzin. Stel je eens voor dat je de eerste komma zou weglaten. Dat zou er dus nóg een echtgenoot moeten zijn waarvan de spreker níét zielsveel houdt!
Etymologie
Het Nederlands heeft dit woord geleend van het Franse comma, maar de bron ligt (via het Latijn) bij het Grieks:
- komma (deel van een zin), van koptein (slaan, afsnijden)
Weetje
Soms hoor je mensen het woord “komma” gebruiken als ze het hebben over een apostrof. Die verwarring is goed te begrijpen, want de vorm van komma en apostrof is zowat identiek. Alleen de plaatsing is anders: de komma staat onderaan op de regel en de apostrof zweeft bovenaan.
Voor alle duidelijkheid…
- komma: Othello, Iago en Desdemona
- apostrof: Othello’s vrouw heet Desdemona
Tip! Kijk voor het gebruik van de apostrof in bezittelijke constructies ook een hier door de Taaleidoscoop.

Geef een reactie