Vorige week is bekendgemaakt dat wetenschappers in Roemenië zeer oude grottekeningen hebben ontdekt. Ze zijn ergens tussen de 23.000 en 35.000 jaar oud, en dateren dus van het prilste begin van de menselijke beschaving.
Rotswandtekening
Zo’n achteruitkijkspiegel van enkele tienduizenden jaren klinkt als héél veel tijd. Maar als je het omrekent met als meetlat de spanne van wieg tot graf, dan zijn het maar enkele honderden mensenlevens achter elkaar. In die tijd zijn we gegaan van een neushoorn op een rotswand tot de iPhone 4. Dat stemt tot nadenken.
Al denkende kwam ik uit bij het woord barbaar. Naarmate de menselijke samenlevingen zich verder ontwikkelden, groeide het besef dat andere groepen ook andere culturen hadden. Een andere taal, andere gewoontes en regels, een andere geschiedenis.
Er zijn van die uitdrukkingen die je zo nu en dan langs ziet komen, maar waarvan je niet precies weet waar ze vandaan komen. Ik had dat onlangs toen ik in een Engelse tekst de term 20/20 vision gebruikte.
Je hebt deze vast wel eens gehoord in een film of op tv. Iemand met 20/20 vision heeft een goed gezichtsvermogen. Maar wat is die twintig-twintig toch? Ik wist het niet, en dus ging ik zoeken. En tot mijn verbazing blijkt er in dit taalverhaal een stevige Nederlandse component te zitten!
Oh Goscinny, oh Uderzo! Wat hebben jullie ons aangedaan?
Natuurlijk, jullie hebben ons verblijd met een lange reeks stripverhalen die de avonturen vertellen van ons aller favoriete Gallische dorpje ten tijde van de Romeinse bezetting. Het begon in 1959 met Astérix le Gaulois, het ging na het overlijden van René Goscinny (in 1977) onverminderd door, en het zal ook na de dood van Albert Uderzo niet stoppen. Tja, dat krijg je hè, als je een toverdrank hebt die je onoverwinnelijk maakt.
Maar bij Toutatis, lieve René en Albert, wat hebben jullie ons aangedaan? Door jullie fenomenale succes is de hemel gevallen op het hoofd van een onschuldig, bescheiden leestekentje…
Vorige week heb je al gezien wie de Goten waren, en je las ook dat hun beschaving al meer dan een millennium geen rol van betekenis meer speelt. Maar je las ook dat ik volgens mijn zoon een “gothic” jas heb. Dat roept de vraag op: hoe hebben de Goten hun culturele uitsterven kennelijk toch overleefd?
Het antwoord is: spot.
Want de term gotisch duikt, na het verdwijnen van de Goten, voor het eerst weer op in de kunst. Toen Europa in de Renaissance een blije herontdekking meemaakte van de klassieke oudheid, vonden veel denkers dat de tussenliggende periode – de “Middel-eeuwen”, waarin het christendom de belangrijkste maatschappelijke factor was – een tijd van intellectuele duisternis was geweest.
Giorgio Vasari, “Zelfportret” (c1567)
De Italiaanse architect en kunstschilder Giorgio Vasari (1511−1574) was waarschijnlijk de eerste die verwees naar de architectuur van de voorgaande eeuwen als “gotisch”. Hij bedoelde dat als belediging: gotisch is “van de Goten”, barbaars. (In die zin lijkt het ontstaan van deze term op dat van het woord vandalisme, waar de Taaleidoscoop al eerder naar keek.) Gotisch is trouwens niet de enige kunstterm die begon als belediging en later gemeengoed werd; denk bijvoorbeeld aan impressionisme.
Intussen is ook gotisch als kunsthistorische term van alle nare bijsmaak ontdaan. Sterker nog, halverwege de achttiende eeuw ontstond er een beweging die de Neogotiek genoemd wordt, waarbij men heel bewust leentjebuur speelde met de Middeleeuwse stijlen die eerder juist bespot werden. Dat begon met het literaire genre van de Gothic novel, griezelverhalen waarin allerlei magische, onverklaarbare gebeurtenissen een rol spelen. De beweging breidde zich uit naar met name de architectuur en bereikte zijn top, opgestuwd door de Romantiek, in de negentiende eeuw.
Het kan raar lopen. Ik heb net een nieuwe, donkerbruine jas gekocht, en er nooit bij stilgestaan dat die me tot in Zuid-Zweden zou brengen. Maar toch is dat gebeurd. Want toen mijn jongste spruit (7 jaar) deze aanwinst zag, zei hij, oplettend als hij is: “Hé, je hebt een nieuwe jas!” Ik beaamde dat, complimenteerde hem met zijn opmerkzaamheid, en vroeg wat hij ervan vond. Waarop hij zonder aarzelen antwoordde: “Ja, leuk. Maar ik vind hem wel een beetje gothic.”
Niet mijn jas
Mijn blijdschap over mijn nieuwe jack maakt onmiddellijk plaats voor een nog veel grotere vreugde. Gothic! Bij Odin en Thor, waar kwam dat ineens vandaan?
Als taalminnende vader ben ik altijd opgetogen als mijn kinderen een nieuw woord gebruiken. Soms zijn dat huis-, tuin- en keukenwoorden, en soms (scheld)woorden waarvan je de gebruiksregels nog een beetje voor ze moet nuanceren. Maar vaak zijn het ook onverwachte juweeltjes als gothic.
Als je wel eens bij de Japanner sushi hebt gegeten, is er een goede kans dat je ook van een hapje zeewiersalade hebt genoten. En als je als kind eens een snee hebt opgelopen, is er een goede kans dat een ouder of arts de wond heeft ontsmet met jodium. Au!
Jodium
Wat die twee met elkaar te maken hebben? Welnu, ga even met me mee naar Frankrijk, aan het begin van de negentiende eeuw. Dat was geen tijd van pais en vree, want het land was betrokken in menig militair conflict. Het was de tijd van de Napoleontische oorlogen.