Tag: etymologie

  • Digitale stofwisseling

    Digitale stofwisseling

    Het is alweer een tijdje gele­den dat ik in deze pod­cast een fas­ci­ne­rend gesprek hoorde over het inter­net. Ik ben geen tech­neut en ik kan het niet alle­maal naver­tel­len, maar het ging over de aard van infor­ma­tie­net­wer­ken en hoe robuust die wel of niet zijn, en waarom.

    Een van de spre­kers floepte er in dat gesprek ter­loops een zin­ne­tje uit dat ik met­een heb opge­schre­ven en dat sinds­dien op een Post-It aan mijn moni­tor hangt, als her­in­ne­ring om er nog even op door te filosoferen.

    The Internet has no meta­bo­lism because there is no fric­tion in the system.

    Het hele idee dat een digi­taal sys­teem een meta­bo­lisme zou kun­nen heb­ben was nog nooit in me opge­ko­men, dus dit zette me met­een aan het den­ken. Over de ver­tak­kin­gen van deze notie in IT-ter­men laat ik me niet uit, daar ben ik veel te veel alfa voor. Maar toch riep deze stel­ling aller­lei vra­gen op. Wat is een meta­bo­lisme eigen­lijk? Heb je daar inder­daad fric­tie voor nodig? Wat bete­kent de afwe­zig­heid van fric­tie voor zo’n systeem?

    Frankenstein
    “It’s alive! It’s alive!”

    Een duik in Wikipedia leerde me dat een meta­bo­lisme een serie che­mi­sche reac­ties is in een orga­nisme, waar­mee het leven van dat orga­nisme in stand gehou­den wordt. Maar hoe dan? Het Nederlandse syno­niem stof­wis­se­ling geeft dat heel beel­dend weer: er wordt iets met stof­fen gewisseld.

    (meer…)

  • Heterowattes?

    Heterowattes?

    In de vorige Taaleidoscoop zag je de bela­den ter­men geno­cide en alloch­toon langs­ko­men. Je hebt nog van me tegoed het ver­haal van waar deze woor­den van­daan komen.

    Om met het eer­ste te begin­nen: geno­cide is zoals zoveel woor­den een nieuwe com­bi­na­tie van een paar ter­men uit de klas­sieke oud­heid. In dit geval zijn dat het Griekse woord genos (ras, geslacht) en het Latijnse ach­ter­voeg­sel -cide (doder), dat op zijn beurt weer afge­leid is van het werk­woord cae­dere, dat doden bete­kent. Datzelfde suf­fix vind je ook in woor­den als pes­ti­cide (plaag+doder) en suï­cide (zelf+doding).

    De geboorte van geno­cide is heel pre­cies vast te stel­len: het was in 1943. De vader van het woord is ook bekend, dat was de Pools-Joodse jurist Raphael Lemkin (1900−1959). Hij zocht een term die de sys­te­ma­ti­sche moord op bepaalde etni­sche groe­pen zou kun­nen beschrij­ven. De Holocaust was toen in volle gang, maar het his­to­ri­sche voor­beeld dat hem in eer­ste instan­tie op het idee bracht, was de Armeense geno­cide van vlak na de Eerste Wereldoorlog. Dezelfde vol­ke­ren­moord, dus, die nu juist aan­lei­ding is voor het gesteg­gel over het woord geno­cide. Je zou het his­to­ri­sche iro­nie kun­nen noemen.

    (meer…)

  • Wat een type, die Louis!

    Wat een type, die Louis!

    Vandaag werd ik blij ver­rast door de jong­ste hom­mage op de start­pa­gina van Google. Om de zoveel tijd pas­sen ze daar het Google-logo aan om een bepaalde per­soon of gebeur­te­nis in het zon­ne­tje te zet­ten. Vandaag doen ze dat zo.

    Ik kon het plaatje niet echt thuis­bren­gen, afge­zien van een dui­de­lijke laat-19e-eeuwse uit­stra­ling. Gelukkig hoef je alleen maar door te klik­ken om te ont­dek­ken dat hier de 224ste geboor­te­dag gevierd wordt van Louis Daguerre – de uit­vin­der van de dagu­er­ro­type, een voor­lo­per van de moderne fotografie.

    Meteen sloeg ik aan het mij­me­ren. Want beeld­taal is ook een soort taal, net als woord­taal, lichaams­taal, geba­ren­taal, tooi­taal etc. Beeldtaal is van alle tij­den, maar de komst van de foto­gra­fie was een heuse revo­lu­tie. Daarvoor bestond alle beeld­taal – van de zeven­tien­dui­zend jaar oude rots­te­ke­nin­gen in Lascaux tot de rea­lis­ti­sche schil­der­kunst van de negen­tiende eeuw – uit afbeel­din­gen die gefil­terd waren door men­sen­her­se­nen. Met de foto­gra­fie had­den we voor het eerst een instru­ment dat een beeld van de wereld kon vast­leg­gen zoals hij echt was. Een heuse para­digm shift, van welke er geen weg terug meer was.

    (meer…)

  • Kolossaal

    Kolossaal

    Een bezoek aan Rome is een bezoek aan een van de krib­bes van onze bescha­ving. En, zoals ik ont­dekte tij­dens mijn eer­ste reis naar de Eeuwige Stad, een tripje naar een grote grab­bel­ton vol taalgeschiedenis.

    Een van de din­gen die me is bij­ge­ble­ven is het Colosseum. Op de eer­ste plaats de ruïne zelf natuur­lijk, die indruk­wek­kend is in zijn groots­heid (zelfs in ver­val­len staat) en nog impo­san­ter als je hem in je gees­tes­oog voor je ziet in zijn glo­rie­da­gen. Maar zelfs de naam “Colosseum” ver­dient nadere bestudering.

    "Amphitheatrum Flavium"
    “Amphitheatrum Flavium”

    Want hoe het ook voor de hand ligt, het Colosseum is niet zo genoemd omdat het een kolos­saal gebouw is. Steker nog, het héét niet eens “Colosseum”!

    (meer…)

  • Bok

    Bok

    Al lan­ger had ik het idee om eens iets te schrij­ven over het woord capri­o­len. Dat is er zo een waar­van de her­komst niet met­een dui­de­lijk is en waar je een leuke ety­mo­lo­gie ach­ter ver­moedt. En dat klopt.

    Voor de vol­le­dig­heid: als iemand capri­o­len maakt, dan haalt hij (in de woor­den van Van Dale) “rare stre­ken” uit. Gekkigheid. Bokkensprongen. En wat blijkt? Die asso­ci­a­tie met een man­ne­tjes­geit (bok) komt niet zomaar uit de lucht val­len. Want het woord capri­ool stamt af van het Italiaanse capri­olo, wat ree­bok bete­kent. Een Nederlandse capri­ool was dan ook eerst gewoon een sprong in de lucht, nog voor­dat het “gek­kig­heid” ging betekenen.

    Capriool!
    Capriool!

    Dat capri­olo voert op zijn beurt terug op het Latijnse capreo­lus (wilde geit) en is ver­want aan het Italiaanse capro (geit). En daar­mee ben je al een stap dich­ter bij een woord dat het Nederlands uit het Frans heeft over­ge­no­men: caprice. Of, weer in het Italiaans, capric­cio. Een caprice is een gril, een bevlie­ging; en een capric­cio is een muziek­stuk dat zon­der vast schema, gril­lig gecom­po­neerd is.

    Maar daar­mee ben je er nog niet, want het is de moeite waard om nog een zij­stapje te maken. In dit ver­haal is name­lijk ook nog plaats voor een ander bok­ken­woord: cabri­o­let.

    (meer…)

  • Graftombe

    Graftombe

    Deze week geniet ik lek­ker van een vakan­tie aan de Egeïsche Zee. Maar ook daar valt er genoeg te zien door de Taaleidoscoop. Het hotel waar ik ver­blijf, bij­voor­beeld, is in de buurt van Bodrum.

    Nou heeft de naam “Bodrum” niet met­een een stem­pel gedrukt op het Nederlands. Maar je komt al een stapje dich­ter­bij als je weet dat deze stad a meer dan drie­dui­zend jaar bestaat en in de antieke wereld bekend stond als Halicarnassus.

    En zoals menig­een weet was het Mausoleum van Halicarnassus een van de zeven wereld­won­de­ren in de klas­sieke oud­heid. Het werd gebouwd rond 350 v.Chr. We weten niet pre­cies meer hoe het Mausoleum eruit­zag, want het werd ver­woest bij een serie aard­be­vin­gen, maar dat was nadat het al meer dan ander­half mil­len­nium over­leefd had.

    (meer…)

op zoek naar iets anders?