Oké, je bent aangeland in het deel van de film waar een personage waarvan je dacht dat hij al tijden dood was, ineens op de stoep staat. Plot twist! Oftewel: hallo, lieve lezers. Nee, Taaleidoscoop is niet dood. En ja, die beloofde reboot heeft inderdaad lang op zich laten wachten.
Hoe dat?
Ik zal je niet vervelen met de details, maar toch ga ik je even vervelen met de details. Gewoon, omdat zomaar op de stoep staan met alleen een doosje bonbons wat karig is.
Kan je je de pandemie nog herinneren? Er is sinds die tijd nogal wat gebeurd, hier op onze eenmansredactie. Covid natuurlijk, met bijbehorende lockdowns. Kind één die uit huis ging. Een baan die na twintig-plus jaar ineens geen baan meer was; het opbouwen van een freelancebestaan. Kind twee die uit huis ging, gevolgd door een empty nest dat veel meer ontregelde dan verwacht. Een verhuizing. Ik noem maar wat.
Maar het was toch vooral het langzame afscheid van een moeder die langs een even grillig als onherroepelijk pad afgleed in een dementie die haar bijna onherkenbaar maakte. Dat heeft erin gehakt. Zij was mijn eerste lezer, grootste criticaster en meest enthousiaste cheerleader. Wat ik schreef, schreef ik om haar trots te maken. Tot dat niet meer zo was.
En ja, dan heeft het kennelijk tijd nodig, soms veel tijd, voordat je je evenwicht hervindt en het pad weer onder je voeten voelt. Ik heb jullie gemist, lieve lezers.
Poetsbeurt
Het zal de stamgasten wel zijn opgevallen: de site heeft tijdens dit hiaat niet helemaal stilgelegen. Dit jaar heeft alles onder de motorkap een flinke (en hoognodige) upgrade gekregen. Wat je daarvan ziet is een frisse lik verf aan de buitenkant en een meer eigentijdse visuele stijl. Ik hoop dat het bevalt.
Ook aan de inhoud is gewerkt: de site heeft eindelijk een “over mij”-pagina, er is een nieuwe archief-pagina waar alle categorieën netjes op een rij staan, en meer. In de la met to-do’s liggen allerlei verhalen te trappelen: gloednieuwe series, maar ook een vervolg op de vertrouwde TaalTips, Taaltermen van de week, en TaalKiekjes.
Heb je verzoeknummers? Laat maar weten!
“Hyperscale”
Omdat ik jullie niet kan laten gaan zonder ten minste een kleine duik in de wondere wereld van de taal, vraag ik ook nog even de aandacht voor het nieuwe woord “hyperscale”. Dat heb ik inmiddels in meerdere Nederlandse kranten gespot, en volgens mij klopt het niet.
De herkomst laat zich raden: het is van origine een nieuwe Engelse term die wij nu aan het adopteren zijn. Maar in het Engels zie ik bijna uitsluitend óf voluit hyperscale data center (een groot datacentrum) óf hyperscaler (een bedrijf dat zulke datacentra uitbaat, bijvoorbeeld voor clouddiensten). Met die laatste vorm veruit in de meerderheid – hyperscaleris dan een aanduiding voor bedrijven zoals Google, Microsoft of Amazon.
Maar wat zie je in het Nederlands? “Hyperscale” wordt hier gebruikt in de betekenis van hyperscale data center. Met andere woorden: het h-woord als zelfstandig naamwoord in plaats van als bijvoeglijk naamwoord. Bij mijn weten kom ik dat in Engelse teksten en woordenboeken nog niet tegen, en het Nederlands lijkt hier dus bezig te zijn om een term uit een andere taal over te nemen én hem tegelijk elliptisch te nominaliseren: een andere woordsoort verandert dan in een zelfstandig naamwoord én zorgt daarmee voor het wegvallen van een of meer andere woorden.
Dat is trouwens niet ongehoord. Denk aan het Engelse convertible in plaats van convertible car, of aan mobieltje in plaats van mobiele telefoon, of de Chinees voor het Chinese restaurant. Maar ik weet niet of ik een ander voorbeeld ken van een term die in de brontaal al een neologisme is, als leenwoord meteen genominaliseerd wordt én daarmee een ellips in het leven roept.

Geef een reactie