De afgelopen dagen was er geen ontkomen aan: het was vulvalipweekend. Zo’n beetje alle grote mediaplatforms, op scherm en op papier, besteedden er verhalen aan. De redactie van de Dikke Van Dale, het toonaangevende woordenboek in het Nederlandse taalgebied, heeft besloten om bij de volgende revisie van de online editie (waarschijnlijk aankomend najaar), het woord vulvalip op te nemen als synoniem voor schaamlip.
Confetti
Deze beslissing kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Woorden als schaamlip, schaambeen, schaamhaar en schaamstreek liggen al langer onder de loep omdat de historisch-culturele link met een gevoel van schaamte steeds meer is gaan wringen in een tijd waarin de samenleving seksualiteit en lichamelijkheid is gaan zien als iets positiefs, of op zijn minst iets neutraals. Met name het woord schaamlip lag al langer onder vuur, omdat het het enige woord in dat rijtje is dat alléén van toepassing is op vrouwen.
De link tussen de genitale regio en schaamte is trouwens geen Nederlandse uitvinding. De anatomisch-medische benaming pudendum in het Middeleeuws Latijn betekende al zoveel als “iets waarvoor je je moet schamen” (van pudere, zich schamen). De specifieke combinatie labia pudenda, die waarschijnlijk in de Renaissance ontstond, zegt het dus al: lippen waar je je voor moet schamen. Deze Latijnse benamingen vonden in medische (en moralistische) kringen hun weg naar het Nederlands en vanaf de 18e eeuw begonnen de vertalingen met “schaam-” hun intrede te doen, inclusief schaamlippen.
In navolging van wijlen seksuoloog Ellen Laan, die in 2021 de alternatieve benaming “vulvalippen” voorstelde, hebben professionals in de medische wereld en actiegroepen zoals Dolle Mina en Schaamteloos het gebruik van dit nieuwe woord aangemoedigd. Daarin volgen wij trouwens het Duitse taalgebied, waar een soortgelijke beweging (van Schamlippen naar Vulvalippen) al in 2018 begon. Met de aanstaande opname in Van Dale kan nu het confettikanon los: mission accomplished.
Is vulvalip daarmee nu al het woord van het jaar? Nou… als de missie was om het woord schaamlip uit de Nederlandse taal weg te bannen, dan is die nog verre van accomplished. Dat weten de voorstanders van vulvalip natuurlijk ook: taalverandering gaat langzaam en het moment waarop vulvalip de norm is en er bij het lemma schaamlip in het woordenboek de toevoeging “verouderd” staat, is nog ver weg.
Descriptief of prescriptief
Dat roept de vraag op wie daar eigenlijk over gaat, wanneer een woord “normaal” is geworden en wanneer het verouderd is, of aanstootgevend? Uiteindelijk is het antwoord daarop: het collectief van alle taalgebruikers. En dus niet Van Dale. Daar zijn ze zelf ook heel helder over – Van Dale is een descriptief woordenboek. Dat betekent dat de redacteuren kijken naar het levende Nederlands zoals dat door miljoenen mensen gesproken en geschreven wordt.
Het doel is om elke nieuwe editie van de Van Dale een weerslag te laten zijn van het Nederlands van dát moment. Daarom zullen woorden soms een omschrijving erbij krijgen zoals “verouderd” of “als kwetsend ervaren” – kijk naar respectievelijk grommelig en neger, bijvoorbeeld – en zullen andere woorden juist hun debuut maken. Dat laatste is in de afgelopen jaren gebeurd met woorden als streamen (2007) en influencer (2017), en nu dus ook met vulvalip.
Ter vergelijking: een woordenlijst kan ook prescriptief zijn. Dan is het doel niet om aan te geven hoe woorden in het echte leven gebruikt worden door echte mensen, maar om voor te schrijven hoe het “hoort”. Het Groene Boekje is zo’n publicatie. In dit soort lijsten kan de “officiële” spelling van een woord dus ineens veranderen van “pannekoek” in pannenkoek, of van “procédé” in procedé, gewoon omdat iemand (meestal een commissie) dat besloten heeft.
Maar Van Dale is, nogmaals, een descriptief woordenboek. Ze hebben dan ook nadrukkelijk vulvalip opgenomen omdat ze zien dat het gebruik als gangbaar Nederlands woord toeneemt – en niet omdat het “beter” of “correcter” is dan schaamlip.
Anatomisch (in)correct
Over correct gesproken… Bij de motivatie van de voorkeur voor vulvalippen wordt vaak gezegd dat dit woord “anatomisch correct” is. Dat snap ik, maar dat wil niet zeggen dat schaamlippen anatomisch incorrect is. Stel dat we die lichaamsdelen “ellebooglippen” zouden noemen – dát zou pas anatomisch incorrect zijn.
Een woord als schaamlip is niet zozeer fysiologisch onjuist, maar eerder associatief. Net zoals ringvinger associaties oproept en ook verstandskies en moedervlek en maagdenvlies en hazenlip en nog veel meer lichaamsgerelateerde termen. Het is bij schaamlippen juist die associatie die problematisch is geworden. Misschien is het een optie om vulvalippen te omschrijven als een anatomische benaming, punt. Dat is feitelijk juist en weekt deze hele discussie los van de correct/incorrect vraag.
Overigens kun je ook stukjes lijf aanwijzen die wel degelijk een anatomisch incorrecte benaming hebben. Het telefoonbotje is geen (heel) bot; het is een klein knobbeltje op het opperarmbeen (dat wél een bot is). En in kraakbeen zit helemaal geen been (bot) – dat is een ander, zachter soort weefsel. Kennelijk willen botten nogal eens voor verwarring zorgen.
Een stap vooruit
Van Dale wijst hier, met de keuze voor als aanvulling op schaamlip, toch een beetje de weg. Ondanks het descriptieve karakter van het woordenboek is zo’n keuze ook een statement, een stellingname die weerspiegelt wat er in de samenleving gebeurt.
Er zijn al veel van dit soort talige faceliften geweest, en bij veel daarvan sta je nauwelijks nog stil. Wie zegt nog dat iemand zwakzinnig of achterlijk is, nu de norm is geworden dat ze een verstandelijke beperking hebben? Welk verzorgingshuis omschrijft zich nog als bejaardentehuis? Het oude weduwen- en wezenpensioen wordt nu zowat overal een nabestaandenpensioen genoemd.
Er zijn ook woordveranderingen die nog steeds voelbaar zijn, met uiteenlopende meningen en reacties, afhankelijk van je leeftijd en sociale context. Voor velen is spreken over “witte mensen” de normaalste zaak van de wereld; voor anderen voelt het nog als een manier om vooral niet “blanke mensen” te hoeven zeggen. Is iemand die in de geestelijke gezondheidszorg behandeld wordt een patiënt of een cliënt? Ben je als je op het spectrum zit een autist of neurodivergent?
In deze laatste categorie valt vulvalip ook, denk ik. De beweging is nog in volle gang, maar ik heb het gevoel dat schaamlip terrein zal gaan verliezen. Een goede kandidaat voor de volgende halte op dat pad is Wikipedia, waar vulvalippen al wel vermeld staat maar het artikel nog steeds als titel “Schaamlippen” heeft. Voorlichtings- en lesmateriaal zullen ook hun rol spelen.
Woord van het jaar?
Over een paar decennia kunnen we misschien de balans opmaken. Voor nu zou ik het helemaal niet verkeerd vinden als vulvalippen inderdaad het woord van het jaar wordt. (Gaat niet gebeuren, weet ik, want het maatschappelijk-politieke bereik is te klein. Maar toch.)
Wat ik (Gen X’er) me herinner van toen ik een kind was, is dat schaamlippen, schaamhaar en co. toen al een soort koddig-anachronistische bijsmaak hadden. Hi hi, ha ha, wat grappig dat we dat zo zeggen. Maar met de blik van nu denk ik: een kind leert in één soepele beweging dat a) er dingen of gedragingen zijn waarvoor je je kunt schamen en waarvoor je vaak gestraft wordt, én b) dat er stukjes aan jouw lichaam zitten die schaam-iets heten. En voor schaamlippen specifiek geldt ook nog: alléén meisjes hebben die.
Dat moet toch beter kunnen. De eerste mogelijke aanpak hadden we als samenleving eigenlijk al gedaan: de angel uit het negatief-associatieve woord halen. Een andere route is om een alternatief woord voor te stellen – en dat hebben we nu ook gedaan, met succes.
Op zijn minst is vulvalippen wat mij betreft dus het taalwoord van het jaar, want het heeft mensen doen nadenken over taalverandering, de keuzes die je daarin kunt maken, en dat het echt iets uitmaakt hoe je zegt wat je zegt.

Geef een reactie