Taalterm van de week: Ellips

Deze week kijken we naar een taal­term, ellips, die heel effi­ciënt is en niet van over­bod­i­ge bal­last houdt. Liev­er een onsje min­der dan een onsje meer. Want soms heb je aan een halve zin al genoeg.

Definitie

Een ellips is een vorm van for­muleren waar­bij je een deel van de tekst weglaat, maar op zo’n manier dat de lez­er of gesprekspart­ner nog steeds begri­jpt wat je bedoelt.

Voorbeelden

Deze zin­nen mis­sen alle­maal een paar woor­den, maar toch snap je direct wat ze beteke­nen:

  • Hoe dan ook, lang ver­haal kort: het plan gaat niet door.
  • Eind goed, al goed.
  • Heb je ook zin in een patat met?
  • De hond of de kat heeft geplast in de gang.

Je ziet dat deze zin­nen de lez­er of luis­ter­aar tijd besparen door een lan­gere for­mu­ler­ing te omzeilen. Namelijk: “om een lang ver­haal kort te mak­en”, “Als het eind goed is, is alles goed” en “patat met may­on­aise”.

Het laat­ste voor­beeld is een bij­zon­der (en veel voorkomend) geval van ellips. Het werk­wo­ord heeft slaat hier namelijk terug op twee ver­schil­lende woor­den: zow­el hond als kat. Zo ver­mi­jd je de volledi­ge bewo­ord­ing De hond heeft geplast in de gang of de kat heeft geplast in de gang.

Etymologie

Via het Lati­jn (ellip­sis) lei­den de wor­tels van dit woord terug naar het Grieks:

  • elleip­sis (teko­rtkom­ing, weglat­ing), van leipein (lat­en, weglat­en)

Weetje

In de wiskunde is een ellips een tweed­i­men­sion­ale meetkundi­ge figu­ur die eruitzi­et als een uit­gerek­te cirkel.

Wat vind jij?