Ben jij aan de beurt voor geweld?

Het is een van de lesjes die alle oud­ers hun kinderen bij moeten bren­gen: je kunt niet alti­jd direct kri­j­gen wat je wilt. Soms moet je nog even wacht­en.

Bij grote mensen is dat niet anders. Alleen is dat wacht­en dan vaak wat meer gefor­maliseerd en moet je plaats nemen in een wachtkamer of op een wachtli­jst. Nu zijn de mensen op zulke wachtli­jsten soms een tikkie ongeduldig, of duurt het wacht­en onre­delijk lang. En dan komen de wachtli­jsten in het nieuws.

Een greep uit de media: “Kamer­brief over wachtli­jsten bij zieken­huizen”, “Leden­stop en wachtli­jsten bij sportv­erenigin­gen”, “Wachtli­jsten bij restau­rants Nijmegen rond kerst”, “Lange wachtli­jsten bij peuter­speelzalen”…

Je kunt je dus mijn ver­baz­ing voorstellen toen ik de vol­gende kop in de krant zag, afgelopen week.

NRC, 2 maart 2016
NRC, 2 maart 2016

Lees verder Ben jij aan de beurt voor geweld?

De vreemdste boektitel

Soms loop je onverwacht tegen een par­elt­je aan. Zoi­ets als “de pri­js voor de vreemd­ste boek­ti­tel” – wie had gedacht dat die echt zou bestaan?

Maar zowaar: vanaf 1978 looft het Britse vak­week­blad voor uit­gev­ers, The Book­seller, jaar­lijks een pri­js uit voor het Engel­stal­ige boek met de meest bizarre titel: de Dia­gram Prize for Odd­est Book Title of the Year.

Lees verder De vreemd­ste boek­ti­tel

Waar is Charlie?

Het is alweer meer dan een jaar gele­den dat, na de ter­reuraanslag in Par­i­js op de redac­tie van het satirische week­blad Char­lie Heb­do, de zin Je suis Char­lie opdook. In de vorige Taalei­doscoop keken we al naar het woord meme – en dit korte zin­net­je is een vol­bloed­in­ter­net­meme gebleken. “Je suis…” is niet meer weg te denken.

De originele Je suis Charlie
De orig­inele Je suis Char­lie

Deze slo­gan is ongeveer een uur na de aanslag bedacht en als zwart-gri­js-wit woord­merk online gezet (op Twit­ter) door Joachim Roncin, een Franse kun­ste­naar en muziekjour­nal­ist. De naam Char­lie Heb­do was toen volop in de media en Roncin moest denken aan een serie boeken die hij vaak met zijn zoon bekeek: Où est Char­lie? Je kent miss­chien wel de heer­lijke Waar is Wal­ly? zoek­boeken – dit is daar de Franse ver­tal­ing van. (Het Engelse orig­i­neel is Where’s Wal­ly?) Lees verder Waar is Char­lie?

Meme Dobbelsteen

De grote jon­gens op het inter­net – Google, Face­book, Twit­ter en con­sorten – doen er alles aan om ons zo veel mogelijk din­gen met elka­ar te lat­en delen. Foto’s, bericht­en, film­p­jes, updates, je kan het zo gek niet verzin­nen. Hoe meer mensen in al die infor­matie geïn­ter­esseerd zijn, hoe meer erop gek­likt wordt; en hoe meer adver­ten­ties we zien tij­dens al dat klikken, hoe meer de schatk­isten van deze bedri­jven uit­puilen met reclame­cen­t­jes.

Facebook wil nieuwe "reacties" toevoegen aan de Like.
Face­book wil nieuwe "reac­ties" toevoe­gen aan de Like.

Kor­tom: pakkende hap­klare inter­net­brokjes zijn de smeerolie van de sociale­me­di­ae­conomie. Er is een woord voor een pakkend hap­klaar inter­net­brokje dat je vast wel eens hebt zien langskomen: meme. Maar waar komt dat woord van­daan? Lees verder Meme Dobbel­steen

De ene Bowie is de andere niet

Rond 1796 werd er in de Verenigde Stat­en een jonget­je geboren dat de geschiede­nis in zou gaan als een geduchte vechters­baas, pio­nier in het Wilde West­en, rev­o­lu­tion­air sol­daat en naamgev­er van zow­el een jachtmes als een rock­ster.

James Bowie (1796-1836)
James Bowie (1796-1836)

Hij werd nog geen 40 jaar oud, maar was al een lev­ende leg­ende ten tijde van zijn dood. Zijn naam was Bowie. James Bowie. Roep­naam Jim.

Lees verder De ene Bowie is de andere niet

De eeuwenoude pijn van Lorem ipsum

Lorem ipsum, daar gaat dit taalver­haal over. Als je aan die twee woor­den genoeg hebt om te weten wat dat betekent, bra­vo! Voor de rest vol­gt eerst nog een kort aan­loop­je.

Als een tekst gepub­liceerd wordt – of dat nou is als boek of web­site, als brochure of tijd­schrift – kri­jgt hij bij­na alti­jd een opmaak. Dat betekent dat iemand, los van de inhoud van de tekst, nagedacht heeft over hoe die tekst eruit moet zien. Vaak wordt die opmaak al voor­bereid nog voor­dat de defin­i­tieve tekst beschik­baar is. Maar ja, wat vul je dan als design­er in op de plaats waar die ont­brek­ende woor­den nog moeten komen?

Het antwo­ord is: opvul­tekst. Dum­mytekst. Een serie woor­den die het ontwerp eruit lat­en zien alsof de echte tekst er al is. Maar je moet natu­urlijk niet ver­geten om die tijdelijke tekst weer te ver­wi­jderen, en daarom gebruiken ontwer­pers vaak non­sen­stekst, zodat hij makke­lijk te herken­nen is.

Lees verder De eeuwe­noude pijn van Lorem ipsum