Scheermesje

Epi­demieën. Rages. De nieuw­ste mode. Alle­maal din­gen die even de kop opsteken en dan weer verd­wi­j­nen. Lat­en we hopen dat de zich steeds verder ver­sprei­dende behaar­ing van het Ned­er­lands ook zoi­ets is, en snel weer verd­wi­j­nen zal.

Ja, dat las je goed. Niet de behar­ing van het Ned­er­lands, want… een taal heeft geen haar. Maar het Ned­er­lands heeft wel het woord haar, en dat woord mag zich nu ver­heugen in een absurde pop­u­lar­iteit. Het is een soort rage. Of liev­er, omdat het meestal fout gebruikt wordt: een epi­demie.

Te veel haar

Waar het om gaat is zin­nen als deze:

  • Om te vol­doen aan de AVG, zal ons bedri­jf haar com­put­er­sys­teem moeten mod­erniseren.
  • Dit weten­schap­pelijke insti­tu­ut, en met name haar archief, is een schoolvoor­beeld van doel­matigheid.
  • Je haar glanst met al haar kracht.
  • Jamin heeft het assor­ti­ment snoep in haar winkels flink uit­ge­breid.
  • De raad van com­mis­saris­sen zal haar oordeel over deze kwest­ie mor­gen open­baar mak­en.

Neen, neen, driew­erf neen. In al deze gevallen moet zijn staan waar nu haar staat. En het waarom daar­van is niet echt ingewikkeld.

Even opletten

In het Ned­er­lands heb je de-woor­den en het-woor­den. Alle het-woor­den zijn onz­i­jdig. Som­mige de-woor­den zijn man­nelijk; som­mige de-woor­den zijn vrouwelijk.

Je ver­wi­jst naar man­nelijke en onz­i­jdi­ge woor­den met zijn en hij/het. Je ver­wi­jst naar vrouwelijke woor­den met haar en zij. Daar­naast heb je namen van bedri­jven en instellin­gen. Daar ver­wi­js je alti­jd naar met zijn en hij of het, ten­z­ij het “kern­wo­ord” in de naam nadrukke­lijk gram­mat­i­caal vrouwelijk is.

Super­makke­lijk. Toch? Niet dus. Want het is makke­lijk genoeg om onz­i­jdi­ge woor­den te herken­nen: dat zijn alle het-woor­den. Maar welke de-woor­den zijn man­nelijk en welke vrouwelijk? Dat moet je even opzoeken in een woor­den­boek of het Groene Boek­je. Gelukkig is er wel één hand­i­ge vuistregel: alle woor­den die eindi­gen op -ing, -ie, -schap of ‑heid zijn vrouwelijk.

Ga er maar vanu­it dat de keren dat je met haar of zij moet ver­wi­jzen nogal in de min­der­heid zijn.

Zo hoort het (wonderlijk genoeg)

Voor­beelden zeggen vaak meer dan elke uit­leg, dus ga hier maar eens mee puzze­len. Alle ver­wi­jzin­gen in deze zin­nen klop­pen:

  • Onze beroep­sor­gan­isatie heeft haar leden niet geïn­formeerd over de opricht­ing van een nieuw raadgevend comité; zij gaat er vanu­it dat dit comité zijn rol zelf duidelijk zal mak­en.
  • Als de onderne­m­ingsraad niet protes­teert tegen die nieuwe direc­tie en haar plan­nen, zal hij zijn geloofwaardigheid te grabbel gooien.
  • com wil zijn dien­sten­pakket gaan uit­brei­den.
  • De onderne­m­ing zal haar struc­tu­ur hier wel op aan moeten passen, want als het bedri­jf dat niet doet, zal het zijn plan­nen zek­er zien mis­lukken.
  • De afdel­ing Onder­houd vin­dt dat zij te zwaar belast wordt; we hebben daarom Willems Con­sul­tan­cy om advies gevraagd, en zullen zijn aan­bevelin­gen zek­er opvol­gen.

Het is waar, het ziet eruit als een toon­beeld van war­righeid en willekeur. En toch klopt het alle­maal.

Hoe nu verder?

De mooiste oploss­ing zou miss­chien zijn om te doen als het Engels, en een tegen­hang­er te verzin­nen voor it en its. Dat zijn twee fan­tastis­che woor­den waarmee je het hele prob­leem omzeilt: Gen­er­al Motors said it would expand its R&D divi­sion. Er komt geen he, she, his of her aan te pas.

In de huidi­ge epi­demie is haar een beet­je de rol van its gaan spe­len. Maar die “behaar­ing” is voor­lop­ig nog gewoon een rage en daarom nog steeds fout. En een lev­ens­vat­baar alter­natief voor het steeds onthouden of opzoeken van het woordges­lacht is nog ner­gens in zicht. Hou voor­lop­ig dus wel alti­jd een goed scheer­mes­je (lees: woor­den­boek of spelling­gids) bij de hand.

Wat vind jij?