TVDW: Bijvoeglijk naamwoord

De taal­term van deze week, bijvoeglijk naam­wo­ord, is heel hulp­vaardig. Hij is ook echt een gezelschaps­di­er: je zult hem niet snel in zijn een­t­je op stap zien gaan. Als hij iemand van dienst kan zijn door ze een klein (of groot) zetje in een bepaalde richt­ing te geven, dan doet hij dat als de beste.

Definitie

Een bijvoeglijk naam­wo­ord of adjec­tief is een naam­wo­ord (een woord dat een per­soon of zaak noemt, bepaalt of aan­duidt) dat je bij een zelf­s­tandig naam­wo­ord voegt om iets te zeggen over een eigen­schap of hoedanigheid daar­van.

Voorbeelden

  • Een mooi
  • Dit plan is geweldig.
  • Wat vind jij de beste film van Steven Spiel­berg?

Etymologie

Deze taal­term omschri­jft een bepaald soort naam­wo­ord. Een zelf­s­tandig naam­wo­ord kan op zichzelf staan, maar een bijvoeglijk naam­wo­ord niet – dat moet je (let­ter­lijk!) ergens bij voe­gen.

  • bijvoeglijk (om toe te voe­gen) + naam- (benam­ing) + -woord (een­heid van taal)

Weetje

Er is iets bij­zon­ders aan de hand met bijvoeglijke naam­wo­or­den (en bij­wo­or­den). Omdat ze een eigen­schap weergeven, kun­nen ze ook aangeven in welke mate die eigen­schap aan­wezig is. Dat doe je met de zoge­naamde trap­pen van vergelijk­ing: de ver­gro­tende en overtr­e­f­fende trap.

Je zag het al in het laat­ste voor­beeld hier­boven: beste is de overtr­e­f­fende trap van het bijvoeglijk naam­wo­ord goed. De ver­gro­tende trap is beter. Op dezelfde manier kun je ook andere adjec­tieven ver­buigen, zoals bij mooimooiermooist.

Wat vind jij?