Monster

Dit ver­haal eindigt met een pauw, maar het begint in het oude, mythol­o­gis­che Grieken­land met een nimf. Daar waren er nogal wat van, en het gaat nu om de nimf Io, die beho­orde tot de entourage van de godin Hera.

jupiter-io
Jupiter en Io (Cor­re­gio, c.1531)

Nu moet Io een mooi meis­je geweest zijn, want nie­mand min­der dan Hera’s echtgenoot Zeus – je weet wel, de opper­god – werd smoorver­liefd op haar. Dat heb je, hè, met nim­fen. Zeus had goede reden om te denken dat Hera ach­ter­dochtig zou zijn, want hij hield er nogal wat vriendin­net­jes op na. Om te voorkomen dat Hera achter zijn avon­tu­urt­je met Io zou komen, ver­momde hij zich als een wolk, zodat ze niet gezien kon­den wor­den. (Het heeft zo zijn voorde­len om opper­god te zijn.)

Maar Hera was niet op haar achter­hoofd gevallen, en dook snel die wolk in om te zien wat daar gebeurde. Zeus, die geen zin had in nog een ruzie, veran­derde Io snel in een vaars (een jonge koe), en deed alsof er niets aan de hand was. Maar Hera wist wel beter, en om Zeus te pesten nam ze de vaars Io meteen aan, als geschenk. Dank je wel, Zeus. Hera bond Io vast aan een oli­jf­boom en beval een van haar dien­aren, een mon­ster met de naam Argus (een reus met hon­derd ogen), om haar te bewak­en.

Lees verder Mon­ster

Wijnglas

Het rumo­er rond de laat­ste twee, ingri­jpende, herzienin­gen van de spelling van het Ned­er­lands – in 1995 en 2005 – is inmid­dels wel een beet­je gaan liggen. Het doet niet echt pijn meer dat een pan­nenkoek een pan­nenkoek is en dat een kat­te­bel­let­je en een kat­ten­bel­let­je twee ver­schil­lende din­gen zijn.

Een kattenbelletje
Een kat­ten­bel­let­je

Er valt intussen nog best wat af te din­gen op hoe “inge­burg­erd” de nieuwe spellingsregels zijn, maar dat is iets voor een ander stuk­je. Hier gaat het over het feit dat veel meer ter­men dan vroeger nu aaneengeschreven wor­den, zon­der streep­jes of spaties. En dan wil ik spec­i­fiek kijken naar com­bi­naties van een bijvoeglijk naam­wo­ord of tel­wo­ord + zelf­s­tandig naam­wo­ord + zelf­s­tandig naam­wo­ord. Die schri­jf je namelijk aan elka­ar, als één woord.

Ik heb daar even aan moeten wen­nen. Een term als het Engelse long-term plan­ning vind ik ele­gant en overzichtelijk: je ziet mooi hoe de drie com­po­nen­ten zich tot elka­ar ver­houden. Deel één zegt iets over deel twee, en die zijn met een streep­je ver­bon­den. Samen zeggen ze weer iets over deel drie, en daar staat een spatie tussen.

Ook in het Ned­er­lands zou je “lange-ter­mi­jn plan­ning” kun­nen schri­jven, maar het is toch echt langeter­mi­jn­plan­ning – één woord. Het­zelfde geldt voor een­per­soons­bed, twee­t­ak­t­mo­tor en drie­gan­gendin­er. Dat zijn woor­den die vrij gang­baar zijn en door veel lez­ers prob­leem­loos veror­berd zullen wor­den. Maar geldt dat ook voor iets min­der vaak gelezen ter­men als kor­te­af­s­tandsvlucht, hogeres­o­lu­tiebeelden en rodewi­jn­glas?

Lees verder Wijn­glas

Verdrietje zonder vlees

Het zijn van die din­gen waar je je waarschi­jn­lijk niet druk over moet mak­en. Maar toch gaat er bij mij een alarm­bel­let­je rinke­len telkens als ik iemand hoor zeggen: Daan is veg­e­tarisch.

Nou ja, “druk mak­en” is een groot woord – maar het is een van mijn pet peeves: Daan is niet veg­e­tarisch, zijn dieet is het! Aan Daan zit heus wel wat vlees, anders was het niet goed met hem gesteld…

Vegetariër?
Veg­e­tar­iër?

(Overi­gens, verzin maar eens een fat­soen­lijke ver­tal­ing voor pet peeve. Ik vind het een prachtige en nut­tige term, maar de voorzet die Van Dale doet, “gekoes­terd ver­dri­et­je”, kan echt niet door de beugel.)

Goed, mensen zijn dus niet veg­e­tarisch, maar veg­e­tar­iër. Nu zijn er veg­e­tar­iërs die af en toe ook vis of gevo­gelte eten. Strikt genomen kun­nen dit echter geen veg­e­tar­iërs zijn, want aan een zalm of kip zit, net als aan Daan, vlees. Je hoeft niet ver te zoeken om uit deze impasse te komen: er zijn spe­ciale woor­den voor iemand die vlees mijdt maar toch vis (of gevo­gelte) eet.

Lees verder Ver­dri­et­je zon­der vlees

Sunday star

Het is al weer ruim een maand gele­den dat Neer­lands trots in zwarte boeken een onu­itwis­bare indruk maak­te op een ver­slaggev­er van het tijd­schrift Van­i­ty Fair door te zeggen dat ze een “Sun­day child” was. Waarop de inter­view­er natu­urlijk reageerde met een wel­ge­meend “Par­don­neke?” (maar dan in het Engels).

Zondagskind
Zondagskind

Want het begrip zondagskind mag dan in Ned­er­land geen verdere uit­leg beho­even, dat wil niet zeggen dat je het blind­el­ings kan ver­tal­en naar het Ben­gaals of Slowaaks (of naar het Engels!) en verwacht­en dat men snapt wat je bedoelt. Het is er een in de cat­e­gorie: “Toen dat gebeurde, werd ze roze geki­eteld”. (Als je het Engelse idioom niet kent, is die zin zow­el onzin­nig als ongrap­pig.)

Toch wer­den mijn taalvoel­s­pri­eten wel geki­eteld door deze uit­spraak van film­ster Carice van Houten. Want: hoe zeg je dan wel in het Engels dat iemand een zondagskind is? Ik had wel een kreet die meteen in me opkwam, maar toch – eerst even het grote Van Dale ver­taal­wo­or­den­boek ger­aad­pleegd. En wat staat daar tot mijn opper­ste ver­baz­ing?

Lees verder Sun­day star

LATs stay together

De vorige Taalei­doscoop ging over Engelse drielet­ter­afko­rtin­gen die uit­groeien tot Ned­er­landse woor­den. HIV en VIP passeer­den de revue, net als SMS en VIP. Maar de fraaiste van alle­maal vind ik toch wel lat.

Het is in Ned­er­land de gewoon­ste zaak van de wereld om te spreken van een latre­latie. (Dat woord is geëvolueerd van “LATre­latie” en/of “LAT-relatie” naar “lat-relatie”, en is na de laat­ste spelling­sh­erzien­ing zijn streep­je kwi­jt.) Maar googel op Engel­stal­ige web­sites met “LAT rela­tion­ship” en je kri­jgt nog geen 750 resul­tat­en, wat nogal schamel is vergeleken bij de 140.000 voor “love rela­tion­ship” en de ruim 480.000 voor “mar­riage rela­tion­ship”.

Hoe hoog leg jij de (relatie)lat?
Hoe hoog leg jij de (relatie)lat?

Lees verder LATs stay togeth­er

Drieletterwoord

Een scheld­wo­ord wordt in het Engels wel eens een four-let­ter word genoemd. (Dat is omdat er in die taal nogal wat fijne tier­wo­or­den zijn die vier let­ters hebben, en die meestal iets te mak­en hebben met seks of uitwerpse­len.) De goede lieden die graag schelden op de Engelse invloed op het Ned­er­lands, zouden miss­chien een apart cat­e­gori­et­je moeten inruimen voor de drielet­ter­wo­or­den, of beter gezegd: de drielet­ter­afko­rtin­gen.

Want wij hebben er een hand­je van om een Engel­stal­ige afko­rt­ing met drie let­ters (hoofdlet­ters!) om te tov­eren tot een Ned­er­lands (werk)woord. Neem nou het werk­wo­ord pin­nen; hoe vaak sta je er nog bij stil dat de bron daar­voor de Engelse afko­rt­ing PIN was (per­son­al iden­ti­fi­ca­tion num­ber)? Het­zelfde geldt voor vip, dat voor­namelijk gebruikt wordt in com­bi­natie met een andere term, en dan in de beteke­nis van luxe- of voorkeurs-. Denk aan viplounge en vip­be­han­del­ing. Je hoort het veel min­der vaak in zijn oor­spronke­lijke beteke­nis van Very Impor­tant Per­son (“Onder de gas­ten zijn een aan­tal vips”).

Zeer belangrijk persoon
Zeer belan­grijk per­soon

Lees verder Drielet­ter­wo­ord