Taalterm: Tongbreker

De taal­term van deze week, tong­bre­ker, houdt van een hin­der­nis­baan. Als het alle­maal te mak­ke­lijk wordt, haakt hij al snel af. Nee, het kan hem niet inge­wik­keld en uit­da­gend genoeg zijn – maar het blijft wel een spel­le­tje, natuurlijk.

Definitie

Een tong­bre­ker is een woord of (meestal) een zin die las­tig uit te spre­ken is van­wege de opeen­vol­ging van klan­ken die erin zit.

Veel tong­bre­kers maken gebruik van zowel rijm als alli­te­ra­tie.

Voorbeelden

  • De knappe kap­per knipt knap, maar de knecht van de knappe kap­per knipt knap­per dan de knappe kap­per knip­pen kan.
  • De post­koets­koet­sier poetst de post­koets met post­koets­poets op een postkoetspoetsdoek.

En nog twee in het Engels:

  • She sells sea-shells by the sea shore.
  • I wish to wish the wish you wish to wish, but if you wish the wish the witch wis­hes, I won’t wish the wish you wish to wish.

Etymologie

Deze taal­term gaat eens niet terug op het Grieks of Latijn, maar komt uit het Engels:

  • ton­gue twis­ter (“tong­draaier”, aan­ge­past tot tongbreker)

Weetje

In een speelse ver­kie­zing in 2015 heb­ben de lezers van het tijd­schrift Onze Taal het woord mete­o­ro­lo­gisch uit­ge­roe­pen tot moei­lijkst uit­spreek­bare Nederlandse woord. (Het arti­kel daar­over staat helaas niet meer online.)

Ken jij er een­tje die nóg las­ti­ger is?

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

op zoek naar iets anders?