Taalterm van de week: Onomatopee

De taal­term van deze week, ono­matopee, heeft alles te mak­en met gelu­id. Als wij geen oren had­den, waren er ook geen ono­matopeeën!

Definitie

Een ono­matopee is een woord dat gevor­md is door klankn­a­boots­ing. Met andere woor­den: het klinkt zoals het betekent.

Voorbeelden

  • Mijn kind­je kucht al de hele week.
  • Hij plofte op de bank neer.
  • Piep zei de muis in het voorhuis.

Etymologie

De oude Grieken kenden al het woord ono­matopoi­ia, wat het­zelfde betekent. Via het Lati­jnse ono­matopoeia en het Franse ono­matopée is het vanaf 1824 in het Ned­er­lands beland.

Het is zo samengesteld:

  • ono­ma- (woord, naam) + poiein (mak­en, verzin­nen)

Weetje

De snoep­jes Tic Tac kri­j­gen hun naam van het gelu­id dat je hoort als je het plas­tic doos­je open of dicht klikt. Een ono­matopee, dus!

Wat vind jij?