Taalterm van de week: Minuskel

De taal­term van deze week, minuskel, is een kleine kracht­patser. Hij kan minus­cu­ul zijn, maar ook enorm groot. Maar al is hij twee meter hoog, dan nog geldt hij als een klein­t­je, en daar is hij best trots op. Met hem is het ten­min­ste pret­tig com­mu­niceren, vin­dt hij: hij is niet zo schreeuwerig.

Definitie

Een minuskel is een kleine let­ter. Niet klein in de zin van “de kleine let­tert­jes”, maar in de zin van “geen hoofdletter”.

Voor de eerste let­ter van het alfa­bet is “a” dus de minuskel. De tegen­hang­er van de minuskel is de majuskel, die je al eerder als TVDW tegenkwam. Bij de minuskel “a” hoort dan de majuskel “A”.

Voorbeelden

Voor elk let­ter in het alfa­bet bestaat zow­el een minuskel als een majuskel. Of, in gewone­mensen­taal: een kleine let­ter en een grote letter.

  • De minuskels in het Lati­jnse alfa­bet zijn:
    a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w z
  • De majuskels die daar­bij horen zijn:
    A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Etymologie

We ken­nen deze taal­term als weten­schap­pelijk woord in het Ned­er­lands sinds 1867. De bron ligt in het Latijn:

  • minus­cu­la lit­tera (kleinere letter)

Weetje

Onder drukkers en design­ers is er nog een duo woor­den om grote en kleine let­ters te onder­schei­den. Naast “kleine let­ter” en “minuskel” is er ook de term onderkast; en naast “grote let­ter” (of “hoofdlet­ter” of “kap­i­taal”) en “majuskel” is er dan de aan­duid­ing bovenkast.

Deze benam­ing stamt uit de Europese boek­drukkun­st. Bij het zetten van de loden let­ters voor het drukken van een pag­i­na tekst moest de drukker toen elke indi­vidu­ele let­ter los pakken en plaat­sen in de drukpers. Om het vin­dw­erk makke­lijk­er te mak­en waren de let­ters verdeeld over twee aparte alfa­bet-sets: een voor de hoofdlet­ters en een voor de kleine letters.

De vakkenkast waarin de grote let­ters zat­en stond meestal bove­naan, en de vakkenkast voor de minuskels onder­aan. Van­daar de benam­ing “bovenkast” en “onderkast” voor bijvoor­beeld de “b” en de “B”.

Bonus-weet­je
De minuskel is ooit ver­zon­nen door Karel de Grote. Of liev­er gezegd: hij is ver­zon­nen vóór Karel de Grote, want de goede man kon zelf niet lezen of schri­jven. Hoe dat zit? Je leest er hier alles over.

Wat vind jij?