TVDW: Heterologie

De taal­term van deze week, het­erolo­gie, heeft het let­ter­lijk van een vreemde. Want als hij naar zichzelf kijkt, denkt hij meteen: dat ben ik, maar er klopt iets niet. Hij is, zeg maar, de gang­mak­er op het ver­keerde feest. Want hij vin­dt dat hij eigen­lijk veel meer lijkt op wie hij niet is!

Definitie

Het­erolo­gie is een taalver­schi­jnsel waar­bij de tal­ige vorm van een term juist niet overeenkomt met de beteke­nis. Een het­erol­o­gisch woord is dus een tegen­voor­beeld van zijn eigen beteke­nis.

Als taalfenomeen is het­erolo­gie het tegen­overgestelde van een andere term waar we al eerder naar keken: autolo­gie, ook bek­end als homolo­gie.

Voorbeelden

  • Het woord lang is niet lang.
  • Het woord Nieder­ländisch is geen Ned­er­lands.
  • Het woord een­let­ter­grepig heeft meer dan één let­ter­greep.

Etymologie

Dit is een mod­erne vak­term, maar hij is afgeleid van ele­menten uit het Grieks:

  • het­eros (de andere, ver­schil­lend, onge­bruike­lijk) + logos (woord)

Weetje

Ook in de biolo­gie en de medis­che weten­schap is het­erolo­gie een vak­term. En ook daar betekent hij “ander­soor­tig”, “uit andere bron”. Je komt hem meestal tegen in de vorm van een bijvoeglijk naam­wo­ord: het­eroloog.

Als je bijvoor­beeld een varken­shart over­plaatst in een bavi­aan, dan is dat een “het­eroloog trans­plan­taat”. En een “het­erologe tumor” bevat (tegen de verwacht­ing in) weef­sel uit andere lichaams­de­len dan waar het gezwel is gegroeid.

Wat vind jij?