TVDW: Autologie

De taal­term van deze week, autolo­gie, is nogal ijdel. Hij kijkt vaak in de spiegel en zeggen dan trots: kijk, ik lijk op mezelf! Je zou zeggen dat dat voor de hand ligt, maar voor de meeste woor­den gaat het niet op. Daarom mag de autolo­gie zichzelf best wel een bij­zon­dere eigen­schap vin­den.

Definitie

Autolo­gie is een taalver­schi­jnsel waar­bij de vorm en de beteke­nis van een term overeenkomen. Een autol­o­gisch woord is dus een voor­beeld van zijn eigen beteke­nis. Zo’n woord heet een autoniem.

Voorbeelden

  • Het woord kort is zelf kort.
  • Het woord Français is zelf Frans.
  • Het woord vijflet­ter­grepig heeft zelf vijf let­ter­grepen.

Etymologie

Deze vak­term is ver­zon­nen voor weten­schap­pers, maar de bestand­de­len komen uit het Grieks:

  • auto (zelf, zelf­s­tandig) + logos (woord)

Je kunt voor dezelfde beteke­nis ook de term homol­o­gisch tegenkomen:

  • homo (het­zelfde, gelijk) + logos (woord)

Een autol­o­gisch of homol­o­gisch woord is dus een woord dat “zichzelf is” of “op zichzelf lijkt”.

Weetje

Het is een door­denkert­je, maar… een exoniem kan nooit een autol­o­gisch woord zijn. (Kijk nog maar eens goed naar het tweede voor­beeld hier­boven.)

Nog een link met een ander taal­wo­ord: de term oxy­moron ís zelf een oxy­moron, en is dus ook een autoniem.

Bonus-weet­je:
Of een woord een autoniem is, kan zelfs met de tijd veran­deren. Voor­beeld: de term neol­o­gisme (“nieuw woord”) was zelf ooit een neol­o­gisme, maar is dat nu niet meer.

SaveSaveSaveSave

SaveSave

SaveSave

Wat vind jij?