Everyone vs. every one

In het Engels bestaat naast het every­one (één woord) ook de term every one (twee woor­den). Bei­de vor­men zijn cor­rect, maar ze beteke­nen net even iets anders. Wan­neer kies je voor welke spelling? We leggen het uit!

Waar hebben we het over?

Soms groeien twee woor­den aan elka­ar en vor­men ze zo een nieuwe term die sub­tiel afwijkt van de beteke­nis van het orig­i­neel. Dan moet je alti­jd even extra oplet­ten welke vorm de juiste keuze is.

Betekenis en gebruik

  • Every­one is een onbepaald voor­naam­wo­ord en betekent: iedere per­soon, iedereen. Je ver­wi­jst hier­mee naar alle leden (mensen) in een groep, als één geheel. In dezelfde beteke­nis kun je ook het syn­on­iem every­body tegenkomen.
  • Every one is een com­bi­natie van every (elke, iedere) en one (één). Hier­mee ver­wi­js je naar alle indi­vidu­ele leden van een groep – en die groep kan zow­el uit mensen bestaan als uit andere zak­en. In veel gevallen zul je every one ver­tal­en als een con­struc­tie met alle­maal of elk of stuk voor stuk. In plaats every one kun je ook de term each one gebruiken.

Voorbeelden

  • Every­one on our team is awe­some!
  • I’d like to invite every­body for drinks at my place tonight.
  • Every one of you has con­tributed to our suc­cess.
  • Our com­pa­ny has faced many chal­lenges, but we’ve over­come each one.

Even opletten

De uit­drukking every one komt vaak voor in com­bi­natie met het woord of, zoals je al zag in het derde voor­beeld hier­boven. Dat komt omdat every one nooit zelf­s­tandig gebruikt kan wor­den, zoals every­one. Via het woord of link je every one aan dat­gene waar­naar je ver­wi­jst.

Je ziet in de eerste voor­beeldzin dat every­one het onder­w­erp van de zin is; dat kan every one nooit zijn. Want daarmee ver­wi­js je direct of indi­rect alti­jd naar een andere term in de tekst (in onze voor­beelden zijn dat you en chal­lenges).

Weetje

Met every one (twee woor­den) benadruk je de indi­viduen of een­heden in de groep. Als je dat nog sterk­er wilt doen, kun je een extra woord­je toevoe­gen: je zegt dan every sin­gle one of every last one. Kijk maar:

  • I got a get-well card from my col­leagues, and every­one signed it. [groep]
  • I got a get-well card from my col­leagues, and every one of them signed it. [indi­viduen]
  • I got a get-well card from my col­leagues, and every sin­gle one of them signed it. [elk afzon­der­lijk indi­vidu]

Wat vind jij?