Taalterm: Chirograaf

De taal­term van deze week, chi­rograaf, heeft het niet zo op gedruk­te boeken of tik­ma­chines of tek­stver­w­erk­ers of print­ers of beeld­scher­men. Hij is meer van het betere handw­erk. Letterlijk.

Definitie

Een chi­rograaf is een (vaak mid­deleeuws) doc­u­ment dat met de hand geschreven is, meestal door of namens een voor­naam per­soon zoals een kon­ing of paus.

Voorbeelden

  • De Magna Car­ta is een chi­rograaf.
  • Een ander voor­beeld van een chi­rograaf is een handgeschreven oorkonde.
  • Vroeger wer­den eigen­dom­srecht­en vaak in een chi­rograaf

Etymologie

Dit woord betekent let­ter­lijk: [een] met de hand geschreven [verk­lar­ing]. De ingrediën­ten komen uit het Grieks (kheirographia).

  • chi­ro- (hand) + graphein (schrift, geschreven)

Weetje

Soms ston­den op mid­deleeuwse chi­rografen meerdere kopieën van dezelfde tekst op één vel papi­er. Die kon­den dan los­gesne­den wor­den en aan de ver­schil­lende par­ti­jen van een overeenkomst gegeven worden.

Op zo’n sni­jli­jn schreven ze soms het woord “chi­rogra­phum” en dan sne­den ze dwars door die let­ters heen. Zo kon je alti­jd check­en of de delen wel van dezelfde chi­rograaf afkom­stig waren, door de puzzel­stuk­jes weer aan elka­ar te leggen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *