Life vs. live

Als je soms twi­jfelt of je nu life of live moet schri­jven in een Engelse tekst, dan ben je niet de enige. Het Ned­er­lands heeft alleen live als leen­wo­ord opgenomen, maar in het Engels bestaan bei­de vor­men zij aan zij – met een heel andere beteke­nis! We leggen uit hoe het zit.

Waar hebben we het over?

Woor­den waar­van de spelling en/of uit­spraak dicht bij elka­ar ligt, kun je makke­lijk met elka­ar ver­war­ren. Zek­er in een taal die niet je moed­er­taal is.

Betekenis en gebruik

  • Life is een zelf­s­tandig naam­wo­ord en betekent: het lev­en. Zow­el in de (tel­bare) zin van “een (mensen)leven” als in de (ontel­bare) zin van “het biol­o­gis­che lev­en”. Het meer­voud van life is lives.
  • Live is een bijvoeglijk naam­wo­ord of bij­wo­ord en betekent: “via een recht­streekse verbind­ing” of “actief/in werking”.

Let op! Je hebt ook nog het werk­wo­ord live, maar dat klinkt anders ([liv]), en zul je dus niet snel ver­war­ren met life.

Voorbeelden

Voor alle duidelijkheid staat na de zin steeds de verned­er­land­ste fonetis­che uit­spraak van de vette woor­den erbij.

  • This was one of the best days of my life!  [laif]
  • Thanks to the fire­fight­ers, many lives were saved.  [laaivz]
  • As they said in Juras­sic Park: ‘Life finds a way’.  [laif]
  • Many peo­ple watched the President’s speech live on TV.  [laaiv]
  • Be care­ful that you don’t get elec­tro­cut­ed! That’s a live wire!  [laaiv]
  • This patient still has long to live.  [liv]
  • He’s lived in New York all his life.  [livd, laif]

Even opletten

Deze woor­den zijn voor sprek­ers van het Ned­er­lands extra ver­war­rend. Dat komt omdat ze met een Hol­landse tong­val alle­bei gaan klinken als [laaif].

Maar in het Engels is er een duidelijk hoor­baar ver­schil: het zelf­s­tandig naam­wo­ord life heeft een harde (stem­loze) f‑klank en het bijvoeglijk naam­wo­ord live een zachte (stemhebbende) v‑klank. Ook is de i in life heel kort, ter­wi­jl hij in live langer klinkt.

En daar­naast heb je dan nog, zoals gezegd, het werk­wo­ord live, dat klinkt als [liv].

Anders gezegd:

  • life (zelf­s­tandig naam­wo­ord) klinkt alti­jd als [laif]
    • De bezit­telijke vorm life’s klinkt als [laifs] (Life’s amaz­ing)
  • live kan twee klanken hebben: 
    • [laaiv] als het een bijvoeglijk naam­wo­ord is (A live con­cert)
    • [liv] als het een werk­wo­ord is (I live in Ams­ter­dam)
  • lives kan ook twee klanken hebben: 
    • [laaivz] als het de meer­voudsvorm is (Cats have nine lives)
    • [livz] wan­neer het een ver­voeg­ing is van het werk­wo­ord (He lives in Brus­sels)
  • Het woord “lifes” bestaat niet.

Weetje

Het woord life heeft nóg een beteke­nis, die je wat min­der vaak tegenkomt. Het kan namelijk ook een biografie of lev­ens­beschri­jv­ing aan­duiden, dus: het ver­haal van iemands lev­en, meestal in boekvorm.

Zo kun je boek­ti­tels tegenkomen zoals Ein­stein: A Life (link), wat dus let­ter­lijk betekent “Ein­stein: een biografie”.

2 gedachtes over “Life vs. live”

    1. Dank voor je reac­tie, Jos­bert. Je hebt gelijk: “lang te lev­en hebben” wordt inder­daad “to have long to live”. We hebben het dan over het werk­wo­ord live, dat ik wel noem maar waar de bulk van het artikel niet over gaat. Toch denk ik niet dat veel mensen dat zullen uit­spreken als het bijvoeglijke naam­wo­ord live van “a live con­cert”. Ik heb de tekst iets uit­ge­breid en aangepast om het hopelijk nog duidelijk­er te maken.

Wat vind jij?